Vonnissen en meningen

De Raad voor de rechtspraak vormt nog weer een extra bestuurslaag in het juridische stelsel. Deze omstandigheid bezorgt de voorzitter van de Raad, mr. A. van Delden, ,,gemengde gevoelens''. Het grote voordeel van het bestaan van de Raad is volgens hem dat de rechterlijke macht nu met één mond spreekt. Pardon? In een vraaggesprek vandaag met deze krant ter gelegenheid van de presentatie van het jaarverslag zegt Van Delden, kennelijk namens de rechterlijke macht, niet zoveel problemen te zien in de nieuwe bevoegdheid van officieren van justitie om zelf straffen uit te delen. Gelukkig spreekt de rechterlijke macht toch niet helemaal met één mond. De scheidende president van de Hoge Raad, mr. W.E. Haak, heeft met recht bezwaar aangetekend tegen de nieuwe strafbevoegdheid voor officieren. Een officier van justitie is, zoals Van Delden zegt, weliswaar ,,geen woesteling'', maar hij is bepaald ook geen onafhankelijke rechter. Typerend is dat de nieuwe integriteitscode voor de rechterlijke macht de officier neerzet als ,,overig procespersoneel'. Soms zijn officieren van justitie trouwens best een beetje woest en heten dan crime fighters.

De Raad voor de rechtspraak heeft zich al eens eerder op glad ijs begeven. Een recent en niet onomstreden wetvoorstel tot beperking van getuigenverhoren in strafprocessen bleek afkomstig te zijn van de Commissie verbetervoorstellen van de raad. Het is natuurlijk mooi als rechters actief meedenken over de ontwikkelingen in hun vak. Net zoals er een verschil is tussen aanklager en rechter, is dat er ook tussen rechter en wetgever. De rechterlijke macht spreekt zich uit door middel van zijn vonnissen en niet via een extra, moeilijk controleerbare bestuurslaag. Het vertrouwen in de rechter staat toch al onder druk, zo blijkt uit een recente verkenning van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Dit is een Europese trend. Het is overigens niet helemaal duidelijk wat het SCP heeft gemeten. Het oordeel over de rechter kan samenvallen met dat over de overheid als geheel. Als de justitie een geruchtmakende zaak niet weet op te lossen, kan dat zijn weerslag hebben op de rechter, ook al staat die daar volledig buiten. Dat is een reden te meer de publieke rollen goed gescheiden te houden.

De Raad kan zich beter beperken tot zijn sterke kant, de bedrijfsvoering. Daar heeft het jaarverslag een opmerkelijk wapenfeit te melden. De rechters hadden in het eerste kwartaal van dit jaar meer zittingscapaciteit voor strafzaken vrijgemaakt dan het openbaar ministerie kon vullen. Verhoging van het aantal strafzaken is op het moment een belangrijke politieke prioriteit. Bezuinigingen zijn dat ook. Het gemelde wapenfeit is dan ook niet zonder risico. De kans is niet denkbeeldig dat de Haagse betaalmeesters concluderen dat er nog wel wat ruimte valt te halen uit de rechtspraak. De Raad kan dan zijn waarde bewijzen als buffer tussen rechterlijke macht en Haagse bezuinigingswensen.