Verliefd op India

Morgen is de 250ste geboortedag van Jacob Haafner, een van Nederlands grootste schrijvers van reisverhalen. Met zijn huis in Amsterdam is iets bijzonders aan de hand.

Mathias Haafner kwam in 1763 met zijn vrouw en drie jonge kinderen vanuit Duitsland naar Amsterdam. Hij was arts, maar aan land vlotte zijn praktijk niet en in 1766 monsterde hij aan bij de Vereenigde Oost-Indische Compagnie als chirurgijn of scheepsarts voor een reis naar Java. Zijn zoon Jacob, net twaalf jaar oud, ging mee als `jongen', ook in dienst van de VOC.

Kort na aankomst in Kaapstad, een half jaar onderweg, stierf vader Mathias. Gelukkig ontfermde de aardige familie van een VOC-boekhouder zich over Jacob. En in Kaapstad begon zijn ruim twintig jaar durende reis, waarvan hij de meeste tijd in India doorbracht, in dienst van de Compagnie of als onafhankelijke reiziger. Hij sprak vloeiend Malabaars en kende andere Indiase talen, en leefde als de plaatselijke mensen. Van de gangbare minachtende kijk op niet-Europanen moest Haafner niets hebben: ,,Ik acht alle menschen, van wat verwe, natie en godsdienst zij ook mogen zijn, als mijne medemenschen en broeders.''

Als jongen in Kaapstad stond hij in de menigte bij de openbare executie van een slavin die wegens brandstichting door het Nederlandse gezag op de brandstapel werd gezet. Misschien lag hier de bron voor zijn omvangrijke pamflet tegen de Europese aanwezigheid in de andere werelddelen: Verhandeling over het nut der zendelingen en zendelings-genootschappen (1807). Voor het falen van de zending wees Haafner twee hoofdredenen aan. Allereerst zijn in grote delen van de wereld de mensen theologisch verfijnder gevormd en meer gehecht aan hun godsdienst dan de zendelingen. Bovendien – en dat was de grootste hindernis – zijn bijna alle Europeanen overzee levende antireclame voor het christendom.

Op reis langs de oostkust van India kreeg Haafner een `vrijage' met de Indiase danseres Mamia. Korte tijd later stierf zij onverwachts. Haafner zette zelf de vlam in haar brandstapel en besloot voorgoed naar Europa te gaan. Eind 1787 kwam hij terug in Nederland, drieëndertig jaar oud. Hij belegde zijn bezit in Franse staatsobligaties, maar door de revolutie in Frankrijk verloor hij bijna alles. En uit armoe begon hij te schrijven over zijn avonturen.

In zijn gedetailleerde reisverhalen is India een land vol hartelijke mensen en prachtige natuur dat wreed wordt geregeerd door de Britse bezetters. Jacob Haafner heeft ook als eerste zijn liefde voor een Indiase vrouw in de Nederlandse taal opgetekend. Rond 1800 verschenen zijn boeken in het Engels, Frans, Duits en Deens. Multatuli zag in ,,den ongeletterde Haafner'' een van de ,,zeer weinige uitzonderingen'' die hem onder de Nederlandse schrijvers aansprak. Meer dan een eeuw was Haafner een vrijwel vergeten schrijver, tot rond 1995 Jaap de Moor en Paul van der Velde zijn volledige werken in drie gebonden delen en een paperback voorbeeldig hebben heruitgegeven (Walburg Pers).

De laatste jaren van zijn leven woonden Haafner en zijn vriendin en twee kinderen op de Hoogte Kadijk in Amsterdam in het huis `De 3 Bloeyende Koornaaren'. Ik woonde daar om de hoek en kwam vrijwel dagelijks langs het huis, denkend aan Jacob in India, zijn liefde voor Mamia, zijn vriendin en zijn kinderen, en zijn antikoloniale werken. Onverwachts haperde mijn pc en vroeg ik een buurman om raad. Hij hielp me uitstekend door een andere buurman op te bellen, die 's avonds op bezoek kwam. Zo leerde ik Hein kennen. Zijn computerkennis had hij verworven werkend aan het eerste Hindi-Engelse woordenboek op cd-rom. Haafner was een pionier van de Sanskriet-studie in Nederland. Hein ging vaak naar India, naar het bedrijf (in Achmedabad) dat de software en de data-invoer van het elektronische woordenboek verzorgde. Hein bleek in Haafners huis te wonen zonder iets van hem te weten. Over een afstand van bijna tweehonderd jaar deelden Hein en Haafner niet alleen een woning maar ook een passie voor India.

Kort daarop kwamen we elkaar bij hem voor de deur tegen en hij nodigde me uit oude foto's te bekijken. Uiterlijk onbewogen klauterde ik omhoog in het smalle, voortreffelijk gerestaureerde huis. Terwijl Hein op zijn etage de deur opendeed, zei hij: ,,Ik zal je aan mijn vriendinnen voorstellen.'' We stapten zijn lichte kamer binnen. Twee ravissante vrouwen met loshangend zwart haar en gekleed in glinsterende sari's begroetten ons lachend. Zij hadden allebei een rode stip op hun voorhoofd, de tilaka, het symbool voor het derde oog van de hindoes. Hein bleek hier met zijn Mamia, zelfs in twee personen, te wonen.

Helaas zijn Haafner en Hein beiden te jong gestorven. Hein stierf alweer jaren geleden in Achmedabad, nog bezitlozer dan de meeste mensen in India.

Haafner overleed in 1809 in het huis `De 3 Bloeyende Koornaaren' en hij liet ons zijn heerlijke reisverhalen na.