Rekenkamer: meer invloed op beleid

De Algemene Rekenkamer, het financiële controleorgaan van de regering, wil haar invloed in Den Haag vergroten. Door ,,professionelere communicatie'' moeten haar aanbevelingen ,,beter renderen''.

Ook moeten de rapporten ,,concreter en toegankelijker'' worden en wil de Rekenkamer ambtenaren van de departementen directer aanspreken.

Dat zei president Stuiveling van de Algemene Rekenkamer gisteren in een toelichting op de strategie van de Rekenkamer voor de komende vijf jaar. Stuiveling: ,,We weten nu niet of de huidige manier waarop wij onze rapporten en aanbevelingen bij Kamer en kabinet afleveren het optimum aan resultaat oplevert. Als aanbevelingen alleen maar papier blijven, is dat niet goed.''

Basis voor de strategie voor de komende jaren is onder meer het rapport Tussen beleid en uitvoering van vorig jaar. De Rekenkamer vergeleek daarin dertig rapporten die zij de afgelopen jaren maakte en constateerde dat de doelstellingen van het beleid vaak onmogelijk te bereiken zijn.

Stuiveling wil de komende jaren meer kijken naar de samenhang tussen doelstellingen en uitvoering, ,,zodat de ambtenaren weer trots kunnen zijn op het beleid dat ze bedenken, omdat dat uiteindelijk ook daadwerkelijk uitgevoerd gaat worden''.

De Rekenkamer wil tevens meer aandacht besteden aan structurele onvolkomenheden in het openbaar bestuur en minder aan incidenten. Daartoe bundelt zij zes onderzoeksterreinen in drie nieuwe kerngebieden: publieke voorzieningen, veiligheid en duurzame ontwikkelingen.

Volgende week houdt de Tweede Kamer voor de vijfde keer een zogenoemde verantwoordingsdag, de tegenhanger van prinsjesdag. Dan zal de Rekenkamer de jaarverslagen van de departementen over 2003 controleren. Stuiveling zei dat de komende vijf jaar ,,cruciaal'' worden voor het al dan niet slagen van de verantwoordingsdag. In de Tweede Kamer bestaat tot nu toe weinig belangstelling voor de verantwoordingen.

Vorig jaar kwam Stuiveling hard in aanvaring met verantwoordelijk minister Zalm (Financiën) over de verantwoordingen. Die vond dat de Rekenkamer ,,te bureaucratisch'' te werk ging bij het beoordelen van de jaarverslagen van het rijk. Stuiveling zei gisteren dat die ruzie ,,voor het grootste deel is bijgelegd''.

In een vandaag verstuurde gezamenlijke brief schrijven Financiën en de Rekenkamer aan de Kamer dat, ,,mochten er nog interpretatieverschillen bestaan tussen Rekenkamer en departementen, die expliciet in de rapportages vermeld zullen staan.''