Panters op de Nederlandse velden

Vanzelfsprekend is de blonde Yannick van de Velde de hoofdrolspeler van In Oranje, de voetbalfilm voor het hele gezin die sinds vorige week in de bioscopen draait. Zijn Surinaamse vriendje is dat even vanzelfsprekend niet. Toch zijn in het Nederlands elftal de spelers van Surinaamse komaf wel eens in de meerderheid.

`Tien keer beter dan de rest', dat moest je in Nederland als Surinaams voetballertje zijn om uitverkoren te worden boven de witte jongens. Ze zeggen het bijna allemaal, de voetballers die aan het woord komen in Het Surinaamse legioen, een schrijnende documentaire van Hans Heijnen. De film is geïnspireerd op het gelijknamige boek van Studio Sport presentator Humberto Tan uit 2000. De documentaire begint met lyrische beelden van de triomfen van elftallen met veel Surinaamse spelers en laat daarna een groot aantal oude en nieuwe spelers aan het woord, onder wie Humphrey Mijnals en Stanley Menzo. De enige trainer die aan het woord komt is Engelsman Barry Hughes, die vooral zegt dat het lichaam van Ruud Gullit zoveel mooier en sterker was dan dat van een witte collega. `Een panter'. Wilden de Nederlandse coaches hun vingers niet aan het onderwerp branden? Ook over zaken als `de kabel', het vermeende verbond tussen de Surinaamse spelers in het Nederlands elftal, die in het boek van Tan wel aan bod komen, zwijgt de documentaire.

Halverwege neemt Het Surinaamse Legioen een onverwachte wending. In plaats van dieper op de al dan niet veranderende omstandigheden in Nederland in te gaan, verplaatst de actie zich naar Suriname. Daar spelen de Nederlandse `Suriprofs' elk jaar een aantal benefietwedstrijden. Sommigen zien het land voor het eerst en dat levert soms ontroerende beelden op – een zoon ontmoet voor het eerst zijn vader. Onder de spelers zijn ook grootheden als Clarence Seedorf en Edgar Davids, maar met hen spreekt Heijnen nauwelijks. Misschien wilden ze niet. Misschien wilde Heijnen ook eens de mindere goden spreken. Wel krijgen een paar grote spelers een trap na door de suggestie dat zij niets of weinig doen voor hun arme vaderland.

Witte Nederlanders en hun houding ten opzichte van de Surinaamse spelers blijven in de documentaire door deze wending buiten schot. Interessant is het wel om te zien dat de Suriprofs in Suriname door het publiek niet aangemoedigd worden – daar juicht men ook voor het eigen team –, maar als belangrijke conclusie van een film over Surinaamse voetballers in Nederland misschien treuriger dan nodig is.

Het Surinaamse legioen. Regie: Hans Heijnen. In: 6 bioscopen.

Gerectificeerd

Barry Hughes

In de filmrecensie Panters op de Nederlandse velden (12 mei, pagina 13) wordt ex-voetbaltrainer Barry Hughes een Engelsman genoemd. Hughes is echter geboren in Wales.