Onrust rond Spaanse privatiseringsplannen

De nieuwe socialistische regering van Spanje wil privatiseren om de schatkist te vullen. Inzet is een `nultekort'. Het eerste protest dient zich aan.

De Spaanse socialistische regering van premier José Luis Rodríguez Zapatero heeft haar eerste oorlogsverklaring binnen. De vakbonden kwamen deze week in het geweer: als de plannen voor een gedeeltelijke privatisering van de publieke omroep RTVE niet onmiddellijk van tafel gaan, dan wordt het werk neergelegd rond de uitzending van het huwelijk van kroonprins Felipe op 22 mei.

Het is de eerste serieuze economische tegenstand voor het socialistische kabinet, dat na de verkiezingen van 14 maart het roer overnam. De conservatieve Partido Popular zwoer acht jaar geleden een eind te maken aan de omroepschuld van 1,5 miljard euro. De socialistische opvolgers troffen een schuld van 6 miljard euro.

Het idee om de staatstelevisie deels in de etalage te zetten kwam afgelopen zondag van Miguel Ángel Fernández Ordóñez, staatssecretaris van Belastingzaken onder minister van Financiën Pedro Solbes. Waarom al die feestprogramma's betalen uit de staatskas als de commerciële zenders precies hetzelfde en beter brengen? Fernández Ordóñez– economisch zwaargewicht en gerespecteerd televisiecommentator – suggereerde in één adem door dat ook Spanjes spoorwegen Renfe geprivatiseerd kunnen worden. Alleen dan kan begrotingsevenwicht – volgens Fernández Ordóñez het doel – worden bereikt.

Een en ander wordt vooral gezien als het slaan van de klassieke piketpaaltjes op Financiën om niet onder de voet te worden gelopen door bedelende vakministers. De boodschap ligt echter wat subtieler. Solbes, die als Europees commissaris de lidstaten hardhandig hield aan hun monetaire verplichtingen om het overheidstekort binnen de normen te houden, beseft terdege dat het vrijwel onmogelijk zal zijn het nultekort te handhaven. De nieuwe regering heeft vrij ambitieuze plannen voor onderwijs en research en ontwikkeling. Want zijn voorganger Rodrigo Rato mag dan wel zijn benoemd als president van het Internationaal Monetair Fonds, de economische boedel die hij achterlaat is niet op alle punten even solvabel. Zo heeft Spanje in de afgelopen acht jaar consequent verzuimd te investeren in zijn concurrentiekracht. En dit tekort begint steeds nijpender te worden nu industrieën uitwijken naar de nieuwe Europese partners in het oosten. Daarnaast beginnen veel van Spanjes snelwegen na jaren bezuinigen gaten te vertonen. Er moet geïnvesteerd worden in vliegvelden en hogesnelheidstreinen.

De zaak wordt er niet eenvoudiger op doordat er sterke aanwijzingen zijn dat de vertrokken regering tekorten boekhoudkundig onder het tapijt heeft gemoffeld. Het `verborgen tekort' op de begroting wordt geschat op 1,5 à 2 procent.

De conservatieve regering besloot acht jaar geleden tot een herijking van de situatie en maakte schoon schip. Het is een luxe die Solbes zich niet kan permitteren: met 2 procent tekort op de begroting en een extra procent in aantocht komt de Europese grens van maximaal 3 procent begrotingstekort – door de ex-commissaris altijd met vuur verdedigd – akelig in zicht.

Geen wonder dus dat de nieuwe minister van Financiën bij zijn aantreden een pleidooi hield voor een nultekort `binnen een economische cyclus'. Wat daar precies onder verstaan moet worden liet Solbes zorgvuldig in het midden.

Economische exegeten houden het er echter op dat er in principe wel een tekort mag zijn onder twee voorwaarden: alleen bedoeld voor diepte-investeringen in de economische slagkracht en na een periode van vier jaar regeren weer teruggebracht tot nul. Het tekort als een noodzakelijk kwaad.

Zo valt er tenminste nog enige economische politiek te bedrijven. Want de scheidende regering-Aznar bleek zich voor de komende jaren te hebben vastgelegd op financiële verplichtingen die een groot deel van de begroting in beslag nemen. Staatssecretaris Miguel Ángel Fernández Ordóñez: ,,Als we zo doorgaan met de staatstelevisie en de spoorwegen, hebben we geen geld voor studiebeurzen.''