Nederland wordt tweestromenland (Gerectificeerd)

Het stemgedrag van het afgelopen jaar in de Tweede Kamer laat zien dat het gepredikte dualisme van deze coalitie ver te zoeken is én dat sprake is van polarisering van het politieke landschap, meent Diederik Samson.

Verkiezingsprogramma's van partijen zijn voor een groot deel mooischrijverij. Ook het papier waarop beginselen worden opgetekend, is vaak veel geduldiger dan de politieke realiteit. Wat uiteindelijk telt is de politieke opstelling, die zich concreet vertaalt in het stemgedrag in de volksvertegenwoordiging. In het buitenland is het daarom zeer gebruikelijk om het stemgedrag van parlementariërs aan een grondige analyse te onderwerpen. In Nederland gebeurt dat nog nauwelijks, terwijl een analyse van het stemgedrag van de Tweede-Kamerfracties een verrassend inzicht kan geven in de aardverschuivingen in de Nederlandse politiek.

De coalitie van VVD, CDA en D66 heeft bijna een jaar achter de rug, waarin 1177 keer gestemd moest worden over moties, amendementen en wetten. Wie de uitslagen op een rij zet, moet al snel concluderen dat het gepredikte dualisme van deze coalitie ver te zoeken is. In 76 procent van de gevallen stemden de coalitiepartijen unaniem. Dat is een stuk meer dan in de tijden van het beruchte torentjesoverleg. In een `dieppaars' jaar zoals 2000 stemden D66, VVD en PvdA slechts 66 procent van de gevallen eensgezind. Toen week de VVD het vaakst af van de rest, nu is het D66 dat vrijwel de gehele dualiteit voor zijn ekening neemt. Van Aartsen blijkt ondanks zijn gepeperde uitspraken een stuk volgzamer te zijn dan Dijkstal.

Op het eerste gezicht stemt het dualisme van D66 optimistisch, want in tegenstelling tot Paars-II zijn de democraten nu wél nodig voor een meerderheid. Maar betekent dit nu dat D66 ,,aan de knoppen zit', zoals Dittrich met enig bravoure stelde op het D66-congres van 13 maart? Allerminst. Van de 166 keer dat D66 zich dualistisch opstelde tegenover de coalitie, vulde de LPF maar liefst 122 keer als een soort `schaduwcoalitiepartner' gretig de leeggevallen plek op. Doordat ook de SGP en de ChristenUnie nog hand- en spandiensten verlenen voor de coalitie, heeft de opstelling van D66 in vrijwel geen enkel geval enig effect op de uitslag van de stemming. Dat is nu niet wat je noemt ,,aan de knoppen zitten'. Deze coalitie is van onversneden conservatieve snit en D66 blijkt daar niets aan te kunnen veranderen.

Een analyse van de stemmingen van het afgelopen jaar schetst verder een haarscherp beeld van de polarisering van het politieke landschap. Onder Paars bevonden niet alleen de coalitiepartijen D66 en PvdA zich in het relatieve midden van het politieke spectrum, ook het CDA hield zich daar op. Ze bewaarde omzichtig afstand van zowel VVD als van GroenLinks. Sinds 2002 zijn de posities drastisch verschoven. Het CDA is pijlsnel naar de VVD toegeschoten en heeft haar afstand tot deze partij met meer dan 70 procent verkleind. CDA en VVD stemmen nog nauwelijks afwijkend. Omgekeerd is de PvdA uit het midden verdwenen door haar afstand tot de SP en GroenLinks met de helft terug te brengen.

Bovenstaande bewegingen zijn voor een groot deel te verklaren door de andere samenstelling van de coalitie en oppositie. Je zou kunnen betogen dat CDA en VVD onder Paars als oppositie- versus coalitiepartij logischerwijs bij de stemmingen een ander gedrag vertonen dan nu als coalitiepartners. Maar wanneer je de onderlinge positie van CDA en PvdA in ogenschouw neemt, wordt duidelijk dat er meer aan de hand is. De afstand tussen deze partijen is anderhalf keer zo groot geworden als in de paarse periode. En hielden VVD en D66 in de paarse coalitie nog enige afstand, ook die is drastisch verkleind ten tijde van Balkenende-II.

Op basis van een jaar stemmen in de Tweede Kamer tekenen zich overduidelijk twee blokken af, die zich op grote afstand van elkaar bevinden. Ter linkerzijde is dat het blok van GroenLinks, SP en PvdA. Op de rechterflank zitten VVD en CDA zeer dicht op elkaar en worden zij omcirkeld door D66, LPF en SGP, die elkaar afwisselen als `coalitiepartner'. Het politieke midden wordt inmiddels gevormd door André Rouvoet, die met de ChristenUnie precies evenveel afstand houdt tot het rechtse als tot het linkse blok.

Mark Rutte en Melanie Schultz begonnen onlangs een discussie in de VVD over een links-liberale koers en samenvoeging met (delen van) D66 en PvdA. Die discussie komt wat potsierlijk over wanneer je naar het stemgedrag kijkt. Het CDA is veruit de meest natuurlijke partner van de VVD. In het laatste nummer van Christen Democratische Verkenningen stelt Joop Roebroek dat binnen de CDA-top de calvinistische ,,jongens van de zondagsschool' nu het heft in handen hebben en dat de katholiek-sociale inbreng volledig is verdwenen. Hij verwijt het CDA de solidariteit te ondergraven door het beeld op te roepen van de uitkeringstrekker als profiteur die niets wenst te doen en geen eigen verantwoordelijkheid neemt. Dit type verwijten werd tot voor kort slechts aan conservatieve liberalen gericht. Het geeft treffend weer hoe ver het CDA de VVD is genaderd.

Op links zijn ook verschuivingen te zien. GroenLinks en SP kruipen in hun stemgedrag bijna net zo dicht op elkaar als CDA en VVD. De cultuurverschillen lijken nog lang niet overwonnen, maar inhoudelijk zijn deze fracties bijna niet meer van elkaar te onderscheiden. Maar ook de relatie tot de PvdA is drastisch gewijzigd vergeleken met die onder Paars. Dat is gedeeltelijk te verklaren doordat de drie partijen gezamenlijk in de oppositie zitten, maar er is meer aan de hand dan politieke strategie. Wie de stemuitslagen nauwkeurig bekijkt, ziet ook inhoudelijk verschuivingen. De vernieuwende PvdA is op onderwerpen als integratie en veiligheid dichter bij de SP terechtgekomen, terwijl GroenLinks en de PvdA op sociaal-economisch terrein en bij ruimtelijke ordening of milieu nauwelijks nog echt van elkaar te onderscheiden zijn.

De analyse van de stemmingen werpt tevens een ander licht op de formatie tussen CDA en PvdA. Waar commentaren een jaar geleden nog luidden dat die inhoudelijk best had kunnen slagen als de `chemie' tussen Bos en Balkenende had gedeugd, blijkt nu dat de inhoudelijke verschillen tussen de Kamerfracties nauwelijks te overbruggen zijn.

Het verschil in stemgedrag tussen PvdA en CDA was het afgelopen jaar bijna net zo groot als de afstand tussen SP en VVD tijdens Paars-II.

De PvdA stond bij de afgelopen verkiezingen al voor het dilemma definitief te kiezen voor links of de deur naar het CDA open te houden. Inmiddels is de koers van de PvdA duidelijker geworden, evenals die van het CDA, en is dit dilemma geheel verdampt. De Nederlandse politiek ontwikkelt zich in snel tempo in een tweestromenland en een PvdA die zich op de toekomst richt, zal zich definitief moeten oriënteren op een links blok.

Ik voorspel dat zich uit deze samenwerking op de middellange termijn een progressieve volkspartij zal ontwikkelen. Het is niet ondenkbaar dat zich op rechts een soortgelijke clustering zal voordoen. De opstelling van de politieke partijen in de Tweede Kamer geeft daar op dit moment alle aanleiding toe.

Diederik Samson is Tweede-Kamerlid en maakt deel uit van de PvdA-fractie.

Rectificatie

Samsom

In de artikelen Onderzoek naar fraude Groenraedt (9 juni, pagina 15) en Nederland wordt tweestromenland (12 mei, pagina 9) is sprake van Diederik Samson, voor de Partij van de Arbeid lid van de Tweede Kamer. De juiste spelling van diens naam is Samsom.