Mishandeling komt door `falend leiderschap'

De mishandeling van Iraakse gevangenen door Amerikaanse militairen is het gevolg van `falend leiderschap'. Dat heeft de militaire onderzoeker, generaal Antonio Taguba, gisteren tijdens een speciale zitting van de Amerikaanse Senaat onder ede verklaard.

Maar de voormalige commandant van de Amerikaanse gevangenissen in Irak, generaal Janis Karpinski, heeft volgens de Amerikaanse krant The Washington Post verklaard dat haar uitdrukkelijk bezwaar tegen de invloed van militaire inlichtingenfunctionarissen in de Iraakse gevangenissen van bovenaf ter zijde is geschoven. Volgens de aangeklaagde militairen, maar ook Karpinski zelf, hadden de mishandelingen plaats in opdracht van de militaire inlichtingendienst.

De verklaring van Karpinski is afkomstig uit een vertrouwelijke bijlage uit het rapport van Taguba dat door The Washington Post is ingezien. Indien juist, dan verschuift de verantwoordelijkheid voor de misstanden naar het hoogste militaire niveau in Irak.

De Filippijns-Amerikaanse generaal Taguba spreekt zich daar in zijn rapport niet over uit en beperkt zich in zijn conclusie van zijn in februari verricht onderzoek tot Karpinski en de mensen onder haar bevel. Op de vraag van de Sentaatscommissie die de mishandelingskwestie onderzoekt, om ,,in uw eigen soldatentaal'' uit te leggen wat volgens hem de mishandelingen heeft veroorzaakt, antwoordde hij: ,,Falend leiderschap - door de commandant [Karpinski] en lager, een gebrek aan discipline, geen enkele vorm van training en geen toezicht.''

Karpinski liet in haar vertrouwelijke verklaring weten dat de militaire bevelhebber in Irak, generaal Ricardo Sanchez, in november 2003 opdracht heeft gegeven tot een versoepeling van de regels die betrekking hadden op de behandeling van gevangenen. Dat zou hij hebben gedaan om de militaire gevangenbewaarders en ondervragers van de militaire inlichtingendienst meer vrijheid te geven bij het onder druk zetten van gevangenen.

Karpinski heeft ook gezegd dat op advies van Geoffrey Miller, de toenmalige commandant van het Amerikaanse detentiekamp in Guantánamo Bay, en in augstus 2003 als adviseur op bezoek in Irak, werd voorgesteld de leiding over de Abu Ghraib-gevangenis nabij Bagdad over te dragen aan de militaire inlichtingendienst. Dat zou zijn gebeurd uit onvrede over het gebrek aan bruikbare informatie na ondervraging van Iraakse gevangenen.

Miller is onlangs de overgeplaatste Karpinski opgevolgd.

Leden van het Amerikaanse Congres krijgen vandaag, met toestemming van het ministerie van Defensie, inzage in nieuw belastend video- en fotomateriaal dat nog niet is vrijgegeven, maar eerder deze week is bekeken door president Bush. Zij werken zich ook door 6.000 pagina's vertrouwelijke annexen bij het rapport van Taguba.