Het contract van de oorlog

De waarheid van Irak heeft Nederland bereikt. Meer dan veertien maanden hebben we de oorlog in de media kunnen volgen, van de shock and awe op de eerste dag tot en met de fotografische bewijzen van de oorlogsmisdaden. Maar tot begin deze week heeft het drama het publiek hier niet werkelijk geraakt. Als de televisie bij het

Nederlandse detachement op bezoek was, kreeg je de indruk dat de Nederlandse aanwezigheid wezenlijk anders was. De soldaten droegen geen helmen maar hoeden, ze rosten niet krijgshaftig door de straten, ze hielpen met het bouwen van bruggen. Gingen ze op patrouille, dan heette dat in de woorden van de commandant een `sociale patrouille'. Het was alsof de sfeer van Paars over onze jongens vaardig was geworden. Alsof `wij' in een buitenwijk van de oorlog woonden.

Toen, nadat overal in de rest van het land al maanden een guerrilla aan de gang was met alle wreedheid die daarbij hoort, vielen eind april ook `bij ons' de eerste mortiergranaten. Hoofdartikelen in alle kranten. En nu: de dood van sergeant D.Steensma, vader van twee kinderen. De premier komt voor de televisie om zijn medeleven `richting de familie' te betuigen. Het begin van de waarheid is doorgedrongen. Plotseling is het een nationale zaak geworden. Straks spreekt de Tweede Kamer zich uit: blijven of niet?

Hoe komt het dat Nederland in Irak aanwezig is? Onze troepen zijn augustus 2003 gearriveerd, als onderdeel van een strijdmacht die de door president Bush op 1 mei van dat jaar uitgeroepen overwinning moest helpen consolideren. Dat was de kern van het contract. Het kabinet had wel zijn politieke steun aan de oorlog gegeven, níét de daadwerkelijke. In het logisch vervolg hierop kwamen de Nederlandse soldaten pas na de oorlog, om te helpen bij het bewaren van de orde. Het echte vechten was voorbij. We hielpen bij de wederopbouw.

Kennelijk heeft het kabinet verwacht dat de Nederlandse soldaten hun steentje zouden bijdragen om de grootschalige droom van de Amerikaanse regering te verwezenlijken. Hervorming van het Midden-Oosten tot een democratische regio, met Irak als lichtend voorbeeld. Soennieten, shi'ieten en Koerden zouden zich als door een wonder in de op één na de rijkste oliestaat verenigen. Misschien zou er een Marshallplan voor de regio komen. De `moderniteit' zou over de Arabieren vaardig worden. En in de stroom van vernieuwing zou het Israëlisch-Palestijnse probleem op een natuurlijke manier tot een oplossing komen. Hocus pocus pas.

Ik weet niet naar welke adviseurs onze ministers toen hebben geluisterd. In ieder geval naar de verkeerde. Voor wie niet verblind was door de droom van de neoconservatieven in Washington, stond het als een paal boven water, al voor de eerste bom was gevallen, dat deze onderneming een onmetelijke chaos zou aanrichten. Dat is het resultaat van iedere oorlog, en daarna duurt het op z'n minst tienmaal zo lang voordat de veelsoortige verwoestingen zijn hersteld.

De Amerikanen beschikten over hun grote politieke bedrijfskapitaal van de bevrijding, de vallende standbeelden en de juichende Irakezen langs de weg. Dat is binnen een jaar verkwist. Hoe ze dat hebben gedaan is een ander onderwerp. Hier volstaat vast te stellen dat de bevrijding in een bezetting is veranderd. Nu, door de niet te stuiten verspreiding van de beruchte foto's, neemt de haat tegen de bezetter nog onmetelijk toe. Iedere groep, ieder collectief, en zeker een leger wordt beoordeeld naar het gedrag van zijn slechtste vertegenwoordiger; en zulke foto's hebben een lang leven.

De courante wijsheid – ook in deze column ten beste gegeven – luidt dat als de westerse militaire aanwezigheid in Irak zou worden opgegeven, de chaos alleen groter zou worden. Het is trouwens een zuiver theoretische optie, want de aftocht zou Bush zijn herverkiezing kosten. Wat dan? In Europa wordt geopperd dat de Verenigde Naties ,,een grotere rol'' moeten krijgen. Welke? Op 30 juni zal, hoe dan ook, de soevereiniteit aan de Irakezen worden overgedragen. Met welke inhoud? Aan welke autoriteiten precies? Zullen die geen sitting duck zijn voor allerlei verzet dat intussen ruim de kans heeft gekregen om zich te consolideren?

VN of geen VN, en met of zonder soevereiniteit, wat in Irak gebeurt, zullen de Amerikanen blijven uitmaken. Het Pentagon is allang van mening dat er te weinig soldaten in Irak zijn. Moet de dienstplicht weer worden ingevoerd? Met de naderende verkiezingen maken de politici bezwaren, maar toch komen er binnenkort nog 4.000 man bij. Andere eenheden moeten langer blijven. Men is het er in Washington over eens: een leger van 135.000 man is te weinig. Nog minstens anderhalf jaar moeten de Amerikaanse aanwezigheid worden voortgezet. Minister Rumsfeld, architect van de oorlog, heeft zijn excuses voor de martelingen gemaakt, zijn ,,verantwoordelijkheid genomen'', hij blijft zitten en wordt door de president superb genoemd.

Dit alles betekent dat de leiders van de oorlog hun politiek niet wezenlijk veranderen. De semi-permanente aanwezigheid van een groot westelijk leger in het hart van de Arabische wereld is een godsgeschenk voor het terrorisme, en zal de `gematigde moslims' (op wie alle hoop gevestigd is) verder in het gedrang brengen. De Amerikaanse politiek blijft onder veel moeilijker omstandigheden dan een jaar geleden unilateraal.

Stemt straks de Tweede Kamer in met een verlengde aanwezigheid van de Nederlandse troepen, dan wordt het contract niet verlengd. Nee, het is een principieel nieuw contract, omdat de omstandigheden en de vooruitzichten van een jaar geleden volstrekt anders waren dan ze nu zijn. Geen sociale patrouilles meer, maar aan het front van de grillige guerrilla frontsoldaten, onder opperbevel van Donald Rumsfeld.

    • H.J.A. Hofland