De Geraerdts jongleren met holle woorden

Bonuskaternen, wekelijkse of maandelijkse magazines en ieder weekend extra papier op tabloidformaat. Het wapen van de krantenuitgever tegen dalende oplagen: meer papier. Maar voor Pieter Geraedts hoeft het niet. Sterker nog, die stortvloed aan informatie wekt zijn woede en irritatie. Als verzetsdaad vermaalt hij kranten tot pulp en hamert hij ze plat tot grijze, vormeloze pannenkoeken.

Het zal vast opluchten, zo je woede koelen op al die opdringerige woorden en ongevraagde meningen. Maar voor Geraedts is het meer dan onthaastingstherapie, het is bijna een vorm van praktisch boeddhisme. In interviews heeft hij wel eens gezegd zijn geest uit te schakelen tijdens het scheppingsproces. Hij streeft al jaren naar de Leegte, volgens hem het tegendeel van het Bestaan en steevast aangeduid met een hoofdletter. De reusachtige pizza's van papierpulp die nu in het Kröller-Müller Museum te zien zijn, zijn de meest recente wegwijzers voor het artistiek Nirvana.

En ze zien er inderdaad even onpersoonlijk en ongekunsteld uit als de kunstenaar graag wilt. Maar daar waar hij hoopt dat dat gebrek aan eigenschappen werkt als een spiegel waar de kijker vrijelijk van alles op kan projecteren, kaatst de blik juist af. De leegte heeft geen diepte en krijgt daar – paradoxaal genoeg – iets hermetisch door. Bij de zevende of achtste gestolde papierplas begint Geraedts' tot mislukking gedoemde streven naar het totale niets te irriteren.

Dat gevoel wordt versterkt bij het zien van Geraedts' oude werk dat het Kröller-Müller uit de eigen depots heeft gehaald. Het had overigens weinig gescheeld of die rollen bubbeltjesplastic waren door museummedewerkers gebruikt voor het inpakken van schilderijen. Je zou kunnen zeggen dat het werk er dan echt in zou zijn geslaagd op te lossen in het onzichtbare alledaagse. Nu staan de rollen in de museumzaal met een bordje `zonder titel' ernaast. Inpakmateriaal als totale ervaring van Leegte? Of toch gewoon gebakken lucht?

Ook Pieter Geraedts' jongere broer Thom, met wie hij samen in het Kröller-Müller exposeert, jongleert graag met grote woorden. In zijn geval draait het allemaal om Eenheid – weer zo'n concept dat niet zonder hoofdletter kan. Ze krijgt vorm in gestapelde bladen van dun papier waar getekende figuren doorheen schijnen en met elkaar vervloeien. Verder zijn het vooral clusters van cirkels die uiting moeten geven aan een van de omgeving losgezongen gevoel voor schoonheid. De patronen van vier, vijf, zes cirkels in blauw, baksteenrood, zwart en wit appeleren aan een Mondriaanesk gevoel voor ordening en esthetiek. Maar ze missen de spanning van Mondriaans abstracte werk. Daar waar de zichtbare penseelstreken in een Victory Boogie Woogie de compositie iets menselijks geven, zien de nonchalante penseelstrepen op Geraedts' goedkope kartonstukjes er alleen maar armoedig uit.

Misschien is dat ook wel de tragedie van de gebroeders Geraedts. Bij hen is het ambacht en de uitwerking zo ondergeschikt geraakt aan de Idee dat buiten de intellectuele kaders het werk amper nog bestaat. Of het uitgangspunt dan Leegte is of Eenheid, prikkelende kunstwerken levert het niet op.

Tentoonstelling: Twee broers. T/m 6 juni in Kröller-Müller Museum, Otterlo. Open; di-zo 10-17u.