De geldpotjes van Belliot

Elke kunstsubsidie is een investering. De naam `investeringsfonds' voor een vrij potje van de Amsterdamse wethouder Belliot is dus verhullend. Een ander persoonlijk potje van anderhalf miljoen euro voor `diversiteit meer tonen', bergt het gevaar in zich van cliëntelisme. In het totaal heeft Belliot vier miljoen euro extra onttrokken aan de kunstbegroting voor haar eigen favoriete bestemmingen en deze financiële ingreep had ze zo duister geformuleerd dat de gemeenteraad er pas deze week achter kwam.

De Belliot-investeringsfondsen gaan ten koste van de kunsten in Amsterdam, die toch al zwaar worden getroffen door bezuinigingen. Dankzij Belliot had de Amsterdamse Kunstraad, die de aanvragen op afstand van de politiek en op de lange termijn moet beoordelen, nog minder te besteden. Vandaar dat de raad meteen overging tot het korten van bijna twee miljoen op het Amsterdamse Fonds voor de kunst dat bedoeld is voor de financiering van projecten op de korte termijn, dat nu concurrentie krijgt van de potjes van Belliot zelf. Het zou beter zijn als de gemeenteraad de vier miljoen onttrekt aan Belliots persoonlijke willekeur en teruggeeft aan het oordeel van de Kunstraad.

Het Amsterdamse kunstbudget wordt ook al flink aangetast door huurverhogingen voor muziekzalen, theaters, studio's en kantoren. De huur voor de Kleine Komedie is in drie jaar meer dan verdubbeld. Ook de gemeente Amsterdam, met name de deelraden, gebruikt de kunstgebouwen als bron van extra inkomsten. Moeten de kunstinstellingen dan omzien naar goedkopere locaties? Nee, want belangrijke theaters en studio's die van nationale betekenis zijn, horen in de dure binnenstad thuis, niet in het goedkopere Slotervaart. Een stad die zijn kunstinstellingen verdrijft, komt zichzelf later weer tegen met verschraalde voorzieningen op allerlei andere terreinen.

Belliot heeft zich toch al niet laten zien als hartstochtelijk liefhebber van de kunsten, die behalve een bron van beschaving en geestelijke ontwikkeling een belangrijke economische motor zijn voor de Nederlandse hoofdstad. Staatssecretaris Van der Laan heeft het grote economische belang van kunst al gememoreerd. Een goede kunst-infrastructuur trekt investeringen en hooggeschoolde en vooral creatieve werknemers aan. Dat levert ook banen op voor laaggeschoolde werknemers waar Amsterdam er veel van heeft en voor wie Belliot graag opkomt. Amsterdam is mede dankzij een vooraanstaande culturele rol niet afgegleden naar de sociaal-economische diepte van Rotterdam. Kunst is geen politieke speelbal, maar daar moet met deskundigheid in worden geïnvesteerd.