We voelen ons thuis in Europa

Op 1 mei is de Europese Unie uitgebreid tot 25 landen. Deel 11 van een serie familieportretten, de Sloveense familie Bohinc. `Als ze onze culturele identiteit, onze taal voorop, maar respecteren.'

Janez Bohinc is onverbiddelijk. De muziek gaat vóór het gesproken woord. Hij staat erop eerst wat te zingen. Sloveense volksliederen uiteraard, zijn grote passie. Wat dachten we anders.

De 72-jarige amateurtenor legt zijn hand op de schouder van zijn dochter Ana, die hem aan de piano zal begeleiden. Hij sluit zijn ogen, kucht een paar keer en haalt diep adem. Dan volgen – uit volle borst, met vrolijke uithalen, wippend op zijn pantoffels en af en toe zijn ogen open – Goreci ogenj (Brandend vuur), Škrjancek (Leeuwerik) en Sv. Konstantin (St. Constantijn).

Trots slaat zijn vrouw Cilka het tafereel gade in de knusse huiskamer van de dubbele woonboerderij in Dolenja Dobrava, een agrarisch gehucht van 200 inwoners, een uurtje rijden ten noordwesten van de hoofdstad Ljubljana. Janez en Cilka wonen beneden, in de bovenwoning met royaal balkon huist hun oudste zoon Tone (38) met zijn vrouw Romana (33) en hun vier dochters: Klara (13), Laura (11), Neza (9) en ˇZiva (3).

Cilka ziet er niet alleen veel jonger uit dan Janez, ze ís het ook. Zestien jaar schelen ze. Ze kennen mekaar van het dorp. ,,Serieus werd onze verkering toen zij 15 en ik al bijna 31 was'', zegt Janez. Zijn leven lang heeft hij bij timmerfabriek Jelovica gewerkt, de grootste werkgever in de regio. En altijd heeft hij er wat bij geboerd, als bajtarji. Nu hebben ze twee koeien voor de melk, drie kalveren voor het vlees, een geit voor de melk omdat hij niet tegen het vet van koemelk kan, en een appelboomgaard die vorig seizoen goed was voor 400 liter appelsap. Maar hoe graag hij ook werkte en met hoeveel plezier hij nog steeds boert, ze halen het niet bij de vreugde die hij beleeft met taal en muziek.

Janez Bohinc blijkt een verdienstelijk dichter over het nationale sentiment. Verschillende componisten zetten zijn teksten op zang voor koor. Zoals Joze Trošt deed met Slovenska beseda, het Sloveense woord. ,,Voordragen? Nee, dat zal moeder doen'', zegt Janez. Maar moeder laat het liever over aan Ana (23), die het zó ontroerend mooi brengt, dat het haar vader even te veel wordt.

Dan legt Janez uit waarom. Toen Slovenië nog in de Joegoslavische federatie zat, weigerde hij de officiële taal, het Servisch-Kroatisch, te gebruiken. ,,Omdat ik vasthield aan het Sloveens, bestempelden ze me als chauvinist. Ik ben er voor vervolgd en voor de rechtbank geweest, maar chauvinisme, dat hebben ze nooit kunnen bewijzen. Daar ben ik nog altijd trots op.''

Het uiteenvallen van de federatie in 1990 beleefde hij als ,,de wedergeboorte van Slovenië'', zegt Janez. ,,Sindsdien voelen we ons in ons eigen land op ons gemak. Bevrijd van het juk van Belgrado.'' Daarvan getuigt zijn gedicht Vrodni krai, dat gaat over verdreven Slovenen die terugkeren naar hun `bevrijde' geboortegrond.

Sommige Slovenen vrezen dat de Servische overheersing uit de Joegoslavische hoofdstad zal plaatsmaken voor Brusselse dominantie. Maar daarvan wil Janez niets weten. ,,Wij hóren bij Europa. Lange tijd maakte Slovenië deel uit van het Oostenrijks-Hongaarse rijk. Daarin werd onze culturele identiteit erkend. Daarom was er toen ook niet zo'n behoefte aan zelfstandigheid. Maar na de Eerste Wereldoorlog, toen we bij Joegoslavië kwamen, raakte het Sloveens geleidelijk aan in de verdrukking. In vergelijking met de Serviërs werden we steeds meer behandeld als tweederangs burgers. Helemaal moeilijk werd het na de Tweede Wereldoorlog, in de federatie van Tito. Sluipenderwijs werd het Sloveens verdrongen, in bedrijven, op kantoren, in de kranten. Niet formeel, maar wel voelbaar.''

Cilka: ,,Bijsluiters bij medicijnen van de apotheek alleen nog in Servo-Kroatisch. Zulke dingen.''

Janez: ,,Dat hebben we van Europa niet te duchten. Ik ben optimistisch. Ik denk dat de mensen in Europa ons begrijpen.''

Cilka: ,,Ik heb een heel ander gevoel.''

Janez: ,,Kleinere landen zijn in Europa beter beschermd.''

Cilka: ,,Ik heb het gevoel dat we worden bedreigd, dat we oplossen in de Europese Unie. We zijn al zo veel bedrijven kwijtgeraakt. De sigarettenfabriek Tobacna Ljubljana, als staatsbedrijf een paradepaard van Slovenië, werd verkocht aan Britten en vervolgens gesloten. De grootste bank, Ljubljanska Banka, is verkocht aan Belgen. Dat gaat maar door.''

Janez: ,,Dat is de economie. Dat houd je niet tegen. Maar op cultureel gebied zijn we in de Europese Unie beter beschermd.''

De pater familias ziet andere bedreigingen. ,,De communisten zijn nog niet definitief verslagen, kijk maar naar Servië. En de vergrijzing slaat toe, niet alleen in Slovenië. Nergens in Europa komt het geboortecijfer uit het dal.'' Om er triomfantelijk op te laten volgen: ,,Wij hebben tenminste nog ons best gedaan. Vier kinderen, van wie er drie inmiddels voor elf kleinkinderen hebben gezorgd. Wij zijn een voorbeeld.'' Hij slaat een klapper open met een indrukwekkende stamboom van het geslacht Bohinc. ,,Sinds 1737 negen generaties op dezelfde plek.''

Ter verwelkoming had Tone zganje (jenever op basis van appels en peren) geschonken, waarna Romana een heerlijke lunch serveerde: rundersoep met bieslook, gebakken forel, rundvlees met weidesla (regrad) en noedels, begeleid door een stevige rode wijn (teran). De kinderen wisselen de gangen af met tekenfilms in de tv-kamer.

Over 1990, dat cruciale jaar waarin Slovenië zich opmaakte voor onafhankelijkheid, zegt Tone: ,,Dat is goeddeels langs me heengegaan. Dat jaar zijn we getrouwd en werd onze eerste dochter geboren. Romana en Klara waren voor mij veel belangrijker. Verder was er niets. Pas later besef je de betekenis van de politieke gebeurtenissen uit die tijd.''

Tone en Romana hadden elkaar leren kennen in Ljubljana, waar zij hoger beroepsonderwijs volgden, hij voor de bouw, zij voor de textiel. Na hun huwelijk trokken ze in bij Tone's ouders in Dolenja Dobrava. Tone ging ook aan de slag bij Jelovica, toevallig op de dag dat zijn vader met pensioen ging. Romana geeft in deeltijd huishoudles op de lagere school en geeft cursussen in creatieve vakken (schilderen, borduren, boetseren).

,,Op school werden we opgeleid in de geest van Joegoslavië'', zegt Romana, ,,thuis zijn we opgevoed in de geest van Slovenië.'' Haar grootvader hoorde begin jaren veertig bij de domobranci, (gewapende) `verdedigers van het vaderland', die met de Duitse Wehr-macht streden tegen de partizanen van Tito. In 1942 werd hij geliquideerd. ,,Mijn eigen vader was 2 toen zijn vader werd vermoord. Thuis werd er nooit over gesproken. Te beladen. Pas toen ik 16 was hoorde ik er van.''

Romana serveert koffie met twee soorten zelfgebakken cake (potica oreh en potica mak). Ondertussen is er opnieuw een muzikaal intermezzo, nu van een uitbundige Klara aan de piano en een ingetogen Laura op viool. Iets voor later? Klara: ,,Nee hoor, ik wil architect worden. Piano is voor m'n plezier en ik vind het leuk om Laura te begeleiden.''

Aansluiting bij de Europese Unie vinden Tone en Romana ,,geen slechte zaak''. Romana: ,,Slovenië is zo klein, dat we wel nauw moeten samenwerken met andere landen. Puur een kwestie van overleven.''

Tone: ,,Wat stelt Slovenië nu voor? Het is net zo groot als München! Maar Slovenen zijn overlevers. We overleven iedereen die zich boven ons plaatst. Dus zullen we ook Brussel te boven komen.''

Janez: ,,Economische samenwerking is noodzaak. Als ze onze culturele identiteit, onze taal voorop, maar respecteren.''

Romana: ,,Het aantrekkelijke van Europa is juist de culturele gevarieerdheid. Dat geldt ook voor Slovenië. Daarom voelen we ons thuis in Europa.''

Tone: ,,Het gevaar bestaat dat alles door de bril van het geld en de economie wordt bekeken en dat iedereen over één kam wordt geschoren. Maar dat kan niet. Bloed is geen water. Dat verschil mogen we niet uit het oog verliezen.''

Deze weken verschijnen familieportretten uit alle 25 lidstaten van de Europese Unie. Eerdere afleveringen zijn terug te lezen op www.nrc.nl