Vies gezicht

De Marokkaanse buren zijn al jaren ingeburgerd. Nu moeten ze opeens ook nog weten wie Bonifatius was.

We wonen al zo'n tien jaar tegenover elkaar zonder een woord, zelfs geen blik te hebben gewisseld. Maar sinds ik hem een tijd geleden hielp met het invullen van een schadeformulier voor zijn autoverzekering, groet de man mij in het voorbijgaan met een vriendelijk: ,,Hallo boerman, hoe gaat het boerman?'' Ik merk dat hij zijn best doet om `buurman' te zeggen, maar de uu blijft een probleem.

Uiteraard vraag ik dan hoe het met hém gaat. Hij is steeds zo slim om te zeggen dat het goed gaat. Anders zou er een gesprek volgen en daarvoor is zijn Nederlands waarschijnlijk niet toereikend. Bij het invullen van het schadeformulier deed zijn dochter het woord. De laatste tijd zie ik haar niet meer, misschien dat ze studeert of naar Marokko is om een bruidegom te zoeken. Haar moeder staat vaak voor het raam naar buiten te kijken.

Ik weet niet of hij de moskee bezoekt en dat wil ik ook niet weten. Op werkdagen staat zijn Volkswagenbus niet voor de deur, dus hij zal wel een baan hebben. Hij is nog te jong om met zijn gepensioneerde landgenoten met een bidsnoer op een bankje aan de singel te wachten tot het paradijs opengaat. Vermoedelijk is hij van de laatste lichting buitenlandse werknemers die nog gastarbeiders werden genoemd.

Wat ik van mijn overburen zie, is dat ze niet minder ingeburgerd zijn dan een vergelijkbaar gezin van Nederlandse komaf. Ze doen wat de vrijemarkteconomie van ze verlangd, ze consumeren naar vermogen, ze hebben een auto, doen boodschappen, de kinderen gaan naar school en de gordijnen zijn schoon. In de statistieken van de wetenschappelijke bureaus zullen ze zich ergens in de brede middenmoot ophouden.

Maar de `gasten' van toen zijn de allochtonen van nu en van de politiek moeten ze nog meer inburgeren, nu ook cultuurhistorisch. En dat is geen pretpakket, ze moeten niet alleen behoorlijk Nederlands leren, maar ook het burgerlijk wetboek doornemen, een filosofiecursus Verlichting volgen, de christologie van de Lage Landen sinds Bonifatius bestuderen en van de vaderlandse geschiedenis de feiten en jaartallen oppikken die verder gaan dan de slag bij Nieuwpoort. Ik denk niet dat `boerman' daarvoor zal slagen.

En als het aan de plaatselijke politiek ligt moeten de hoofddoekjes naar de poetsmand en de minaretten naar de puinstort. Want `Rotterdam zet door', al zijn er deze keer wel veel woorden nodig om tot daden te komen. De mimiek van een vies gezicht schijnt ook bij de propaganda van de nieuwe politiek te horen. Ik ken tenminste niemand die een viezer gezicht trekt bij het woord `hoofddoekje' of `minaret' dan Ronald Sörensen, de leider van Leefbaar Rotterdam.

Deze apostel van Pim weet als kind van een vader die in de Tweede Wereldoorlog vrijwillig voor Radio Berlijn werkte en na de oorlog een jaar in een interneringskamp werd opgesloten, maar al te goed wat de verkeerde insignes en kledingstukken zijn die de leefbaarheid van de stad aantasten en verzieken. De oud-geschiedenisleraar ziet overal, onder de allochtonen maar ook in zijn eigen partij, de nieuwe NSB'ers marcheren.

Zou hij zijn kennis van de geschiedenis niet beter kunnen aanwenden om autochtonen en, zonder vies gezicht, de allochtonen les in vaderlandse geschiedenis te geven? Want als er één les uit de geschiedenis is te trekken is het wel dat de schoenmaker bij zijn leest moet blijven. Het noodlijdende Radio Rijnmond kan ook nog wel een vrijwilliger gebruiken.