Verantwoording blijft vooral bij kreten

Nederlandse europarlementariërs ondertekenden in 1999 een gedragscode voor de omgang met hun vergoedingen. Niet iedereen hield zich daar aan.

Geplaagd door onthullingen over `zakkenvullerij' bedachten de 31 Nederlandse leden van het Europees Parlement voor de vorige Europese verkiezingen, in 1999, een gedragscode. Voortaan zouden onkostenvergoedingen die niet gebruikt worden teruggaan naar het parlement. Bovendien zou de besteding van de vergoedingen jaarlijks transparant gemaakt worden.

In februari dit jaar bleek dat niet meer dan achttien van de 31 Nederlandse europarlementariërs volledig verantwoording afleggen over hun onkosten. Alleen PvdA, GroenLinks en SP-leden bleken zich aan de code te houden.

Karla Peijs, tegenwoordig minister van Verkeer en Waterstaat en van 1994 tot begin 2003 Europees parlementslid namens het CDA, legde niet jaarlijks verantwoording af. Onderzoek van deze krant leert bovendien dat zij afgelopen jaren geld uit haar secretariaatsvergoeding op een van haar privé-rekeningen liet storten. Nadat zij onlangs om opheldering gevraagd werd door deze krant, heeft ze het bedrag ruim 11.000 euro alsnog teruggestort.

Peijs kwam eerder in het nieuws. Zo reed zij als europarlementariër in een door Mercedes-Benz Nederland (waar zij commissaris was) ter beschikking gestelde Mercedes. Tegelijk kreeg zij van het Europees Parlement een kilometervergoeding. Aan elke rit naar Brussel of Straatsburg hield ze zodoende een goed deel van de vergoeding (75 eurocent per kilometer) over.

Ook D66-europarlementariër Lousewies van der Laan, inmiddels Tweede Kamerlid, stortte afgelopen periode geen geld terug. Het ging allemaal op, zegt ze. Van der Laan gaf ook niet elk jaar een publieke financiële verantwoording. ,,Maar iedereen die wil kan de bonnetjes in Brussel gaan bekijken'', zegt Van der Laan, ,,Ze liggen in een doos. Bovendien komt er nog een eindafrekening die ik zal publiceren. Daar wordt aan gewerkt.''

Hoe haar vergoedingen op konden gaan, blijkt uit documenten die deze krant uit het Europees Parlement ontving. Nadat Van der Laan zich in het najaar van 2002 kandidaat had gesteld voor de Tweede Kamer en ze campagne voerde om in dat parlement verkozen te worden, volgde ze voor duizenden euro's communicatietrainingen bij een Amsterdams bureau. De kosten betaalde ze uit haar secretariaatsvergoeding van het Europees Parlement.

De drie leden van de fractie van de ChristenUnie/SGP overtreden ook de gedragscode uit 1999, waarin staat dat ook verantwoording wordt afgelegd over de besteding van de algemene onkostenvergoeding (een vast bedrag van 44.400 euro per lid per jaar).

De leden van de fractie blijken namelijk sinds 1999 een deel van hun algemene onkostenvergoeding aan te merken als salaris, en leggen daar géén verantwoording over af. Dat is niet volgens de regels van de gedragscode en volgens de regels van het parlement. De algemene onkostenvergoeding mag immers alleen gebruikt worden voor uitgaven die verband houden met parlementair werk, niet voor het ophogen van het inkomen. Overigens controleert het parlement niet of het geld daadwerkelijk aan onkosten wordt uitgegeven. Maar weinig parlementariërs blijken het geld dat ze overhouden van deze vergoeding terug te storten in de kas van het parlement. Degene die het doen zijn vooral Nederlanders.

Fractievoorzitter Blokland (ChristenUnie) geeft toe dat hij en zijn fractiegenoten Rijk van Dam en Bas Belder hun salaris, de zogenoemde `schadeloosstelling' van 6.467,24 euro per maand aanvullen met een deel van hun algemene onkostenvergoeding. Jaarlijks gaat het om bijna 6.000 euro per europarlementariër. Volgens Blokland doen ze dat om hun salaris op ,,hetzelfde niveau'' te brengen als dat van Tweede Kamerleden. Die ontvangen 7.177,13 euro bruto per maand.

De aanleiding daarvoor ligt, volgens Blokland, in 1997. Tot dat jaar hadden de 31 Nederlandse leden van het Europees Parlement dezelfde schadeloosstelling als de leden van de Tweede Kamer. In 1997 gingen de Tweede Kamerleden er echter 15 procent in salaris op vooruit, terwijl hun onkostenvergoeding met bijna eenzelfde bedrag werd beperkt. Omdat de onkostenvergoedingen van de leden van het Europees Parlement niet omlaag zouden gaan, kregen de leden van het Europees Parlement de salarisstijging van 15 procent niet.

De drie leden van de eurofractie van de ChristenUnie/SGP beschouwen sinds eind 1999 daarom een deel van de onkostenvergoeding als aanvulling op hun inkomen. Blokland: ,,Het besluit van de Tweede Kamer om ons de stijging niet te geven, was onwettig. Wij behoren hetzelfde te krijgen. Het gebruik van een deel van de vergoeding leek ons een eenvoudige manier om de korting te compenseren.''

Hun handelwijze is strijdig met de `Regeling kosten en vergoedingen van de leden' van het Europees Parlement. Die regeling bepaalt dat de algemene onkostenvergoeding niet mag worden gebruikt ,,voor persoonlijke uitgaven''. Het Europees Parlement zegt in een reactie het geld te zullen terugvorderen als de regel is overtreden.

Blokland ziet geen overtreding van de regels. Volgens hem is het deel van de onkostenvergoeding dat als salariscompensatie gezien wordt, zo goed als zeker toch besteed aan parlementair werk. ,,Ik heb namelijk meer onkosten dan ik vergoed krijg van het parlement. Het punt is alleen dat wij over de besteding van dat deel van de onkostenvergoeding geen verantwoording hebben afgelegd'', aldus Blokland.

Ook volgens partijvoorzitter Th. van Daalen van de ChristenUnie is er niets aan de hand: ,,De Europese Rekenkamer heeft onlangs nog de jaarlijkse goedkeuring gegeven aan de uitgaven van de fractie. Bovendien hebben de leden van de eurofractie mij verzekerd dat het geld geheel is gebruikt voor parlementair werk. Overigens willen wij wel dat de fractieleden in de toekomst verantwoording gaan afleggen over hun héle onkostenvergoeding.''