Twijfel over ommezwaai van grootste olieland

Saoedi-Arabië wil dat er meer olie op de markt komt. Of de ommezwaai van 's werelds grootste olieland de olieprijs blijvend zal doen dalen, valt te betwijfelen.

De uitspraak verblufte de markt. De olieprijzen daalden rap. Westerse politici uitten hun blijdschap over de verrassende woorden van de Saoedische olieminister Ali al-Naimi. Even is de stijgende lijn van de olieprijs onderbroken, maar experts geloven niet dat de prijs ver zal dalen en hebben zo hun twijfel bij de ommezwaai van 180 graden die de Saoediërs lijken te maken.

,,Wij willen niet dat de olieprijs zover stijgt dat de groei van de internationale economie of de vraag naar olie negatief wordt beïnvloed'', zei gisteren de machtigste olieminister ter wereld. ,,Het is duidelijk dat de vraag, vooral uit Azië, verder zal toenemen in de tweede helft van het jaar. Het koninkrijk gelooft dat een stijging van de OPEC-productie essentieel is om vraag en aanbod in balans te houden. Een productiestijging zou ten minste 1,5 miljoen vaten per dag moeten bedragen''.

De reactie op de oliemarkten was zoals verwacht. De prijzen, die de afgelopen weken stegen tot niveaus die de afgelopen dertien jaar niet meer waren voorgekomen, daalden. In Londen werd een vat van de toonaangevende Brent Noordzee-olie (die driekwart van de mondiale olieprijzen bepaalt) een halve dollar goedkoper en vanmorgen daalde de prijs iets verder tot 35,70 dollar. Een vat van het toonaangevende West-Texas Intermediate werd gisteren een dollar goedkoper en sloot op de termijnmarkt in New York op 38,93 dollar per vat.

Elke indicatie dat 's werelds grootste olieproducent de productie wil verhogen zal een prijsdaling teweegbrengen. De schok was gisteren des te groter omdat Saoedi-Arabië de afgelopen maanden zich juist sterk maakte voor een productiedáling. Het was mede onder druk van de Saoediërs dat oliekartel OPEC in maart het officiële productieplafond met een miljoen vaten verlaagde. Bovendien beloofden de OPEC-leden elkaar dat zij hun schendingen van de quota zouden aanpakken, waardoor een extra 1,5 miljoen vaten per dag van de markt zou verdwijnen.

Van die laatste belofte is weinig terecht gekomen. Volgens experts produceert het oliekartel 1,5 tot 2 miljoen vaten per dag méér dan is afgesproken. Dit zet de uitspraak van al-Naimi in een ander perspectief. Een verhoging zou in eerste instantie immers niets anders zijn dan het legitimeren van de overproductie en geen extra vaten olie op de markt brengen.

Het is de vraag of er wel zoveel meer olie op de markt kan worden gebracht. Eigenlijk kunnen naast Saoedi-Arabië alleen Koeweit en de Verenigde Arabische Emiraten de pomp verder openzetten, maar niet veel verder. De rest van de OPEC-leden en de niet-OPEC-producenten zoals Rusland hebben de kraan al vol openstaan.

Een belangrijke reden voor het gebrek aan olieproductie is de diepe prijsval rond 1997. De OPEC verhoogde toen de productie vlak voordat de Aziatische crisis uitbrak. De olieprijs daalde tot 10 dollar. In een reactie werden wereldwijd de investeringen in olie teruggeschroefd.

Naar het waarom van de uitspraken van al-Naimi is het gissen. Waarschijnlijk vindt zelfs hij dat de olieprijs te hoog is opgelopen. De Saoediërs hebben een hoge olieprijs nodig om de interne rust te bewaren. Het land heeft een zeer jonge bevolking waarvoor er te weinig werkgelegenheid is. Om onrust te voorkomen zijn voorzieningen nodig die geld kosten. Al-Naimi lijkt nu te beseffen dat een olieprijs van rond de 40 dollar per vat de wereldwijde economische groei in gevaar brengt, waardoor de vraag afneemt en de olieprijs daalt.