Twee versies van de waarheid

Amnesty International beschrijft in een vandaag verschenen rapport de dood van Iraakse burgers bij incidenten met Britse militairen. ,,De meeste van deze incidenten gebeuren in een land waar de maatschappelijke orde kapot is.''

Twee Britse Warrior-pantserwagens van het King's Regiment patrouilleerden op 21 augustus vorig jaar in Qarmat Ali, ten noorden van Basra. De bevolking in dat deel van Zuid-Irak was nog steeds vijandig en de Britten stuitten op een menigte die stenen gooide. Een soldaat die bezorgd was over zijn eigen veiligheid loste een waarschuwingsschot. De menigte verspreidde zich. Even later kwam een groep mensen op de patrouille af met een meisje dat zwaar gewond was in de buik. Ze heette Hanan Salih Matrood en was acht jaar. Het is mogelijk dat ze getroffen is door het waarschuwingsschot, maar dat is niet bewezen. De patrouille bracht haar naar een militair ziekenhuis, waar ze werd geopereerd. Ze stierf de volgende ochtend.

Zo vat het Britse leger de dood van Hanan Matrood samen in een brief die twee maanden later aan haar familie werd overhandigd, na een onderzoek door de Britse militaire politie. Er is ook een andere lezing. Hanans familie ontkent dat er met stenen werd gegooid. Volgens een ooggetuige, Mizher Jabbar Yassin, stopte een van de pantserwagens voor het straatje naar Hanans huis. Drie soldaten stapten uit. Hanan en een groepje kinderen waren nieuwsgierig geworden en verzamelden zich in het straatje op een meter of zestig afstand. Opeens loste een van de soldaten een schot dat Hanan in de buik trof. Hanans oom, Fellah Matrood, droeg haar naar de soldaten. Die wilden haar eerst niet naar het ziekenhuis brengen, maar deden het ten slotte toch. Hanan stierf de volgende ochtend.

Wie te geloven? Volgens de mensenrechtenorganisatie Amnesty International is Hanans dood een van de tientallen gevallen ,,waarbij Britse soldaten dodelijk geweld gebruikten tegen Iraakse burgers die geen bedreiging vormden''. Juist de tegenstrijdige lezingen die bij dergelijke incidenten de norm zijn, maken de noodzaak duidelijk van een nieuw, onafhankelijk en openbaar onderzoek, aldus Amnesty in een vandaag gepubliceerd rapport. De huidige procedure, waarbij ,,het leger zelf besluit of het een onderzoek instelt naar de dood van burgers'', schiet ernstig tekort.

De kritiek op het gedrag van de Britse soldaten en de militaire justitie verhoogt de druk op de Britse regering, die is verwikkeld in het schandaal over vermeende mishandeling van Iraakse krijgsgevangenen. Geoff Hoon, minister van Defensie, gaf gisteren toe dat de Britse soldaten een intern militair verbod hebben geschonden door gevangenen routinematig een kap over het hoofd te doen. In navolging van premier Blair bood hij in het parlement excuses aan voor mishandelingen. Maar hij zei ervan overtuigd te zijn dat de foto's van een vermeend incident, gepubliceerd in The Daily Mirror, een vervalsing zijn. Parlementariërs beschuldigden hem er niettemin van dat de Britten bezig zijn in Irak ,,de vrede te verliezen''.

Voor het rapport, Killings of Civilians in Basra and al-'Amara, heeft Amnesty in februari en maart ter plekke getuigen gehoord en gesprekken gevoerd met de Iraakse politie, Britse militairen en andere functionarissen van het tijdelijk bestuur.

Het rapport catalogiseert naast de dood van Iraakse burgers door Britse militairen zo'n 150 liquidaties en dodelijke aanslagen door gewapende Irakezen. Vooral christenen die handelen in alcohol zijn het doelwit van dodelijke aanslagen, vermoedelijk door shi'itische extremisten. Het rapport beschrijft ook de moord op medewerkers van de universiteit.

Het Britse leger heeft officieel de dood erkend van ten minste 37 Iraakse burgers sinds het officiële eind van de oorlog, op 1 mei vorig jaar. Daarvan zijn er slechts achttien onderzocht door de militaire opsporingsautoriteiten, een afdeling van de Royal Military Police. In een cruciale fase van het onderzoek moet de commandant van de betrokken eenheid vervolgens besluiten of een zaak door hogere justitiële autoriteiten wordt onderzocht. Amnesty herhaalt zijn eerdere oordeel dat dat een verkeerde procedure is. ,,Bevelvoerende officieren hebben duidelijk niet het vereiste niveau van onafhankelijkheid en onpartijdigheid om uit te maken of soldaten hebben gehandeld in overeenstemming met hun rules of engagement [geweldsinstructie]'', aldus het rapport.

,,De meeste van deze incidenten gebeuren [...] in een land waar de maatschappelijke orde kapot is'', zei generaal-majoor Patrick Cordingley, oud-commandant van een in Zuid-Irak gelegerde tankbrigade tegen de BBC. ,,Je hebt de plicht rationeel te handelen om jezelf te verdedigen en de Irakezen die je moet beschermen en iedereen heeft [daar] een wapen. Je hebt een heel korte periode om na te denken en onder die omstandigheden kunnen ongelukken gebeuren.''

Amnesty haalt in het rapport negen incidenten naar voren, die representatief zouden zijn. Het gaat daarbij onder meer om een reeks incidenten in het donker, bij controleposten en tijdens rellen in stedelijk gebied. Ghanem Kadhem Kati (22) werd in Basra in de rug geschoten toen Britse militairen afkwamen op geweervuur. Dat bleek het geweervuur dat traditioneel bij een bruiloft hoort.