Rente en olie

Oplopende rente en stijgende olieprijzen vormen een gegarandeerde formule voor problemen op de financiële markten. De aanhoudende crisis in het Midden-Oosten heeft de olieprijzen richting veertig dollar voor een vat gejaagd en de centrale banken geven signalen dat ze hun rentetarieven binnenkort zullen verhogen. Geen wonder dat effectenbeurzen wereldwijd scherpe koersdalingen te zien geven. Een jaar geleden was er nog angst voor wereldwijde deflatie – een spiraal van dalende prijzen –, nu komt de vrees voor inflatie – waardevermindering van het geld – terug. Zoveel is zeker: aan een langdurige periode van extreem lage rente komt een einde.

Spil van dit alles is de Federal Reserve Board, het bestuur van het stelsel van Amerikaanse centrale banken. Nadat de luchtbel van aandelenkoersen en de overspannen verwachtingen van internet vier jaar geleden waren doorgeprikt, begon de Fed begin 2001 met een agressieve verlaging van de Amerikaanse renteterieven. Ter bestrijding van de onzekerheid na 11 september en de aanval op Irak heeft de Fed de rente daarna in stappen verlaagd tot 1 procent. Gecombineerd met een agressief begrotingsbeleid ging parallel hieraan de dollar naar beneden. Het monetaire medicijn van lage rente, dalende munt en oplopende tekorten heeft gewerkt. De Amerikaanse economie dendert weer voort en heeft de wereldeconomie de afgelopen twee jaar op sleeptouw genomen. Tegen een prijs: de lage rente heeft een sterke groei van Amerikaanse schulden teweeggebracht.

Op de financiële markten maakte een historisch lage dollarrente het winstgevend om goedkoop dollars te lenen en in andere financiële waarden – aandelen, obligaties – te beleggen. Deze beleggingen verliezen hun aantrekkelijkheid als de Amerikaanse rente omhooggaat. Nu de Fed duidelijk heeft gemaakt dat de groei van de Amerikaanse economie alle aanleiding geeft de rente spoedig te verhogen, lopen handelaren in de markten hierop vooruit door hun posities te herzien.

De stijging van de olieprijzen komt hier ongelukkigerwijze overheen. De OPEC, het kartel van olieproducerende landen, is bezig aan een comeback op het wereldtoneel. Niet alleen de Amerikaanse en Chinese vraag naar olie jagen de prijzen omhoog, ook de ongewisse situatie in het Midden-Oosten en de herhaalde aanslagen op oliefaciliteiten in Irak spelen een rol. Het strategische belang van het Midden-Oosten als de onmisbare energieleverancier van de wereld is zichtbaar in de termijnkoersen van de olieprijzen. Hoe groter de onzekerheid en de risico's, des te hoger de prijzen.

De vraag is hoe de internationale economie op de combinatie van verkrappend monetair beleid en dure olie zal reageren. Vooralsnog lijkt de schade beperkt tot de financiële markten en zich niet te vertalen naar de reële economie van goederen, diensten en werkgelegenheid. Net nu de economie aantrekt, is een nieuwe terugval het laatste waar de wereld, Europa voorop, op staat te wachten.