Rechts dweept niet met de Verlichting

Volgens Cyrille Offermans heeft nieuw-rechts geen kennis van de Verlichting, maar zelf heeft hij geen kijk op onze problemen met moslims. Hij maakt zich slechts druk om de Perzische brieven van Montesquieu, meent Hans ter Mors.

In NRC Handelsblad van 1 mei heeft Cyrille Offermans alle zes kolommen tot zijn beschikking om het katern Opinie & Debat te openen met een aanval op `nieuw-rechts'. Welke figuren tot die duistere beweging behoren noemt Offermans nergens in het lange artikel, maar deugen doen ze in geen geval: ze ,,dwepen met de Verlichting'', wat een `gotspe' is, want ze doen het ,,ter legitimering van een enghartige, vaak xenofobe eigenwaan''. Aan het einde van zijn betoog is deze ziekte omgeslagen in ,,neoliberale grootheidswaan'' van types die menen dat hun denken verwant is aan dat van Diderot, Voltaire en Kant. Dat mag volgens de schrijver ,,niet onweersproken blijven''.

Want: de Verlichting was een zaak van links, zoveel is zeker, noteert hij parmantig. Dat is nog eens helder; in de westerse geschiedenis heeft zich iets mooi progressiefs ontwikkeld van Spinoza, Locke en nog twintig namen uit Cyrille's collegedictaten, tot aan Femke Halsema, Jacques Wallage en Offermans zelf. Wie niet bij deze stralende familie hoort – Multatuli, W.F. Hermans, Frits Bolkestein, Ayaan Hirsi Ali – is rechts en aan hem of haar is het verboden zich op de Verlichting te beroepen. Zoveel neoliberale grootheidswaan ,,naar Amerikaans model'' is natuurlijk ontoelaatbaar.

Met deze pedante onzin demonstreert Offermans dat oud-links of neo-nieuwlinks geen enkele zinnige bijdrage aan het maatschappelijk debat meer kan leveren en niet meer aan te bieden heeft dan galm. In de eerste plaats is daar de methodiek om met een vracht van woorden ons het zicht op de concrete realiteit geheel te ontnemen. Er wordt een boekenkast omgegooid en het opdwarrelende stof wordt gepresenteerd als analyse van een probleem waarop de auteur zelf helemaal geen kijk blijkt te hebben. Het probleem is de confrontatie van de westerling met de islam, een godsdienst die in alle opzichten reactionair genoemd kan worden en waarmee ook in Nederland nauwelijks een dialoog mogelijk blijkt te zijn. Het Kamerlid Hirsi Ali, die zich nooit anders uit dan in heel beheerste bewoordingen, heeft politiebescherming nodig. Gelukkig hebben een aantal politici en publicisten laten weten dat ze dit, en andere manifestaties waarin homohaat, vrouwenmishandeling en gewetenloze agressie jegens andersdenkenden door moslims wordt gecultiveerd, niet accepteren en met hen heeft `nieuw rechts' zijn intrede gedaan. Pim Fortuyn heeft wel eens geroepen dat de islam nog door het stadium van de Verlichting heen moest, maar er is geen sprake van dat Paul Cliteur, Afshin Ellian of Paul Scheffer zouden dwepen met een periode of beweging uit de geschiedenis, vooral niet omdat deze auteurs het over tegenstellingen in de eenentwintigste eeuw hebben en daarover hebben de helden uit het dictaat van Offermans geen waardevolle mededelingen gedaan.

De retorische truc van Offermans komt erop neer dat men de lezer zoveel abstractie en filosofische encyclopedie voorzet, dat voor de lezer de `rechtse' benadering, waarin altijd man en paard worden genoemd, het bleke karakter krijgt van borrelpraat. Wie het stuk ontdoet van alle encyclopedische verwijzingen, houdt helemaal niets over, behalve dan de suggestie dat de betogen van Herman Philipse, Paul Cliteur enzovoort, gebaseerd zijn op een ten hemel schreiende combinatie van onbegrip en misverstand. De rechtse methode om zoiets aan te tonen, zou zijn het uitvoeren van een directe aanval op uitspraken van de gewraakte denkers, man en paard, maar Offermans noemt niet één naam van iemand die in de twintigste eeuw ergens over heeft nagedacht.

Niet alleen heeft Offermans nog steeds geen blik op zijn eigen tijd geworpen, ook zijn kijk op het verleden is verengd tot waar de alfa-intellectueel wel eens iets over gelezen heeft. De motor achter wat we nu de Verlichting noemen, was de ontwikkeling die ingezet is met de telescopen en de valproeven van Galilei en voortgezet met de wetten van Kepler, de drie axioma's van Newton, de differentiaalrekening van Leibniz en de kwantitatieve experimenten van Lavoisier. De essentie van die ontwikkeling is lang niet zo mistig en gecompliceerd als Offermans c.s. ons willen doen geloven, met de schoolfrikkige verwijzingen naar een stroming hier en een stroming daar. Waar het op neerkomt is, dat waarheid alleen gevonden kan worden door onderzoek te doen en over de resultaten daarvan goed na te denken en dus niet door eeuwenlang over te nemen wat kerkvaders en vergelijkbare autoriteiten hebben beweerd. De Verlichting is dan ook niet begonnen met beschouwingen van Spinoza, maar met de vaststelling van Galilei dat de valsnelheid van een voorwerp niet constant is, zoals Aristoteles dacht en dat 2000 jaar aan de Franse en Italiaanse universiteiten werd gedoceerd. Als nieuw-rechts het al heeft over Verlichting, dan heeft men het hierover en terecht. In het christendom is de mentaliteit van ,,onderzoekt alles en behoudt het ware'' volledig geïncorporeerd, met pijn en moeite weliswaar, en in de islam heeft dat proces zich niet voltrokken – ziedaar wat sinds Pim Fortuyn iedereen bedoelt die het over islam en Verlichting heeft.

Hoe juist het is om het daarover wel eens te hebben, bleek onlangs weer eens toen biologieleraren op Belgische middelbare scholen overwogen het onderwijs in de evolutieleer van het programma te nemen, omdat de moslimscholieren er niet aan wilden dat Allah ze uit een aap had laten ontstaan en dus met veel kabaal de lessen begonnen te verstoren. Daar gaat het nu om, ook in Nederland, en niet om de Perzische brieven van Montesquieu (1721).

De tweede truc is wel verwant aan de eerste, maar hij valt er volgens mij niet geheel mee samen. Offermans heeft het nergens over het eigenlijke vraagstuk, maar vervangt de analyse ook door suggestie en wel deze dat men zich, met het verkondigen van rechtse denkbeelden, in het foute kamp bevindt. Tegenover de messcherpe criticus Voltaire staan griezels die zich bezondigen aan vreemdelingenhaat. Hij maakt het wel heel bont in zijn slotalinea als hij de tegenpartij verwijt: ,,Ze vernietigt vaak oeroude sociaal-culturele en ecologische weefsels en maakt mensen op grote schaal en op de meest vernederende wijze afhankelijk van vreemde, duistere, `hogere' machten''. Links moet het daar altijd van hebben, van de slogan dat zij opkomt voor wie zielig is en dat rechts het liefst alle lammen en blinden dood wil slaan, maar dit staaltje leugenachtige retoriek slaat alles. Dat iemand dit durft op te schrijven, heeft te maken met de eerste truc, het blazen van veel mist, die ook bij de auteur zelf tot verblinding kan leiden. De lezer kan de mist zelf verwijderen door de namen in te vullen van de schurken die Offermans hier bedoelt maar zeer bewust niet noemt: Cliteur, Philipse, Hirsi Ali, Ellian, Livestro, Boekesteijn... Ik noem ze maar wel, om de belachelijkheid van de beschuldiging duidelijk te maken. Welke oeroude weefsels worden door één van deze mensen verscheurd, en wie van hen maakt wie dan ook afhankelijk van duistere, hogere machten? Als hij met die kostbare weefsels op de islam duidt, op het feit dat wij in Nederland geen eerwraak meer willen, dan is Offermans erin geslaagd een satire te schrijven op zijn eigen gedachtegang. En met Voltaire heeft het allemaal niets te maken.

Hans ter Mors is uitgever en schrijver.