Perspectief OESO-landen blijft gunstig

De rijke industrielanden maken dit jaar de sterkste economische groei door sinds 2000. De eurolanden, en dan vooral Nederland, zullen echter pas volgend jaar de vruchten plukken van de opleving.

Dit schrijft de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) in de vandaag verschenen halfjaarlijkse Economic Outlook. Bij de OESO zijn de welvarendste industrielanden van Europa, Amerika en Azië aangesloten.

De OESO voorziet, in een projectie die niet wezenlijk afwijkt van de World Economic Outlook van het Internationaal Monetair Fonds van vorige maand, een economische groei van 3,4 procent dit jaar en 3,3 procent in 2005 voor de industrielanden. Dit gemiddelde wordt evenwel flink opgetrokken door de Verenigde Staten, met een verwachte groei van respectievelijk 4,7 en 3,7 procent. De eurolanden lopen ver achter met een verwachte groei van 1,6 procent in 2004 en 2,4 procent in 2005. Japan kan, na jaren van stagnatie, een groei van respectievelijk 3 en 2,8 procent tegemoet zien.

Voor Nederland verwacht de OESO een groei van slechts 0,9 procent dit jaar, oplopend tot 2,1 procent in 2005. Omdat de loonstijging laag wordt gehouden en er veel overcapaciteit is in de Nederlandse economie, daalt in 2005 de inflatie tot 0,8 procent.

Nederland zal volgens de OESO door moeten gaan met het hervormen van de sociale zekerheid. Het moet de productiviteit verhogen door de concurrentie te bevorderen, het onderwijs te verbeteren en innovatie en onderzoek te stimuleren.

De organisatie verwacht dat het wereldwijde economische herstel, dat nu onevenredig verdeeld is, in 2005 gelijkmatiger zal zijn. Het herstel buiten Europa is ver genoeg gevorderd om de eurolanden te helpen uit het economische dal te klimmen, aldus de OESO.

De verbeterde vooruitzichten voor de industrielanden kunnen er toe bijdragen dat de roep om protectionistische maatregelen vermindert. Dat zou de Doha-ronde, de wereldwijde onderhandelingen om handelsbarrières verder te slechten, vlot moeten kunnen trekken.

De OESO ziet wel risico's. Zo zou de economische groei ongelijkmatig verdeeld kunnen blijven tussen de industriële regio's. Als de VS te lang een op expansie gerichte economische politiek blijven voeren, dan kan dat op termijn wereldwijd negatieve gevolgen hebben, aldus de OESO. In Europa zou spaargedrag de consumptie kunnen blijven drukken. Een renteverlaging door de ECB kan daar volgens de organisatie een middel tegen zijn.