Opstand in gevangenis na brand

Bij een korte, hevige brand in het detentiecentrum aan de Pollartstraat in Roermond is gistermiddag een bewaker licht gewond geraakt. Zo'n honderd van de 178 gevangenen, voornamelijk bolletjesslikkers en drugskoeriers, moesten hun cellen verlaten omdat die zich te dicht bij het vuur bevonden. Aangezien er in de ruimte waar het vuur ontstond veel brandbaar materiaal lag, laaiden de vlammen hoog op en raakten enkele gedetineerden door de hitte in paniek. De oorzaak van de brand is nog niet bekend.

Vijfenzestig à zeventig van de honderd gevangenen die uit hun cellen waren gehaald, weigerden 's avonds naar hun cellen terug te keren omdat ze die niet veilig genoeg achtten. Ze stonden enige uren op de luchtplaats, slechts gekleed in ondergoed en een T-shirt. Pas aan het einde van de avond gaven ze gehoor aan de oproep van het personeel hun verzet te beëindigen. Een ter ondersteuning aangekomen bijstandsteam hoefde niet in actie te komen.

Het oude, vervallen detentiecentrum van Roermond, het voormalig huis van bewaring dat jaren leeg stond, is begin 2002 heropend. De bolletjesslikkers zitten met hun tweeën in één cel en het dagprogramma is beperkt. Hun detentie is gebaseerd op een noodwet die een apart gevangenisregime mogelijk maakt. De noodwet is er gekomen nadat eind 2001 bekend werd dat Justitie, wegens gebrek aan celruimte, op Schiphol aangehouden drugskoeriers liet lopen.

In maart 2002 kwamen 35 bolletjesslikkers in Roermond in opstand, uit protest tegen hun slechte leefomstandigheden. Ze weigerden 's middags na het luchten terug te gaan naar hun cellen en verzamelden zich op de binnenplaats. Tegen de avond lukte het personeel de gedetineerden met enige dwang maar zonder geweld weer in hun cellen te krijgen.