`Openbaarheid is slecht voor gevangenen'

Het Internationale Rode Kruis blijft betreuren dat zijn rapport over mishandeling van Iraakse gevangenen in de openbaarheid is gekomen. Zwijgzaamheid naar buiten toe is de reden waarom het toegang krijgt tot gevangenen.

Tussen maart en november 2003 interviewden vertegenwoordigers van het Internationale Rode Kruis (ICRC) honderden Iraakse gevangenen, tussentijds werden Amerikaanse autoriteiten op de hoogte gesteld van geconstateerde mishandelingen, een samenvattend ICRC-rapport werd op 26 februari besproken met Paul Bremer – dus waarom moesten er amateurfoto's door Amerikaanse soldaten aan te pas komen om het schandaal in de publiciteit te brengen? Waarom werd het ICRC-rapport naar buiten gebracht door The Wall Street Journal en niet door het Rode Kruis zelf?

In het ICRC-hoofdkwartier in Genève antwoordde woordvoerder Florian Westphal gisteren: ,,We betreuren het nog steeds dat het rapport in de openbaarheid is gekomen. Het is degelijk, de feiten kloppen, we hebben niks te verbergen. Maar veel liever waren we doorgegaan met het lot van de gevangenen te verbeteren via onze bilaterale contacten, met de Coalition Provisional Authority [van Bremer] in Irak. De situatie in de gevangenissen werd daardoor al beter, zij het allerminst in voldoende mate.''

Het idee dat de gevangenen in Irak aanzienlijk meer baat zullen hebben bij de huidige wereldwijde aandacht voor hun lot dan van overleg met autoriteiten achter gesloten deuren, wordt door Westphal ernstig betwijfeld. ,,Dat kun je nooit weten, dat zijn van die `als... dan...' gevallen. En nu gaan we ook gewoon verder met onze gebruikelijke procedures: gevangenen in Irak bezoeken en de resultaten doorspelen aan de direct verantwoordelijken. En als zij niet in actie komen, gaan we hogerop in piramide.''

Dat is de standaardmethode van het ICRC, en, zo betoogde Westphal, ook de reden waarom het Rode Kruis toegang krijgt tot gevangenen in gebieden met internationale of binnenlandse conflicten, om toe te zien op de naleving van de conventies van Genève van 1926 en 1949.

,,Die medewerking van de autoriteiten zouden we niet of nauwelijks krijgen als we onze bevindingen in de openbaarheid zouden brengen. Met publiciteit blokkeren we onze eigen toegang tot gevangenen, en veelal zijn wij de enige neutrale partij waarmee ze contact hebben. Openbaarheid is slecht voor de gevangenen.''

Het ICRC heeft geen plicht tot geheimhouding, het is een stilzwijgende overeenkomst met de gevangenisdirecteuren, hun superieuren, regeringen, rebellenleiders of bij wie de verantwoordelijkheid ook ligt. En, aldus Westphal, ,,ze weten dat het ICRC vrij is toch de publiciteit te zoeken als alle mogelijkheden zin uitgeput, als niets werkt''.

Het is in het hoofdkwartier in Genève vaak een groot dilemma wanneer dat punt is bereikt. Maar inzake Irak was openbaarmaking nooit een optie, ,,want de autoriteiten luisterden en deden iets met onze aanbevelingen. Ons grote probleem is de wereldwijde veronderstelling, kenmerkend voor het informatietijdperk, dat je in het geheel niks doet als je er geen melding van maakt.''

    • Michiel Hegener