Marco

`Tifosi laaiend op Christina Jonsson', las ik ergens, een week of twee geleden. De tifosi bleken laaiend omdat de ex-vriendin van Marco Pantani in een interview had gerept over een hermetisch gesloten doos in de koelkast, en dat Pantani over de inhoud van die doos zelfs niet met haar – voordat ze hem verliet in de zomer van 2003 – had willen praten. Het interview met de gewraakte uitspraak staat nu ook afgedrukt in de laatste Humo. Ik las het, en ik merk op dat de tifosi naar gewoonte selectief hebben gelezen.

Ze verliet hem. ,,Ik moest weg. Voor mijn eigen geestelijke en lichamelijke gezondheid.'' Nadat Marco, vergiftigd door de cocaïne, op 14 februari 2004 (Valentijnsdag, ook dat nog), in een zesderangs hotelkamer in Rimini dood werd aangetroffen, moest ze tot haar verbijstering vaststellen dat in de Italiaanse pers zijn dood rechtstreeks in verband werd gebracht met haar vertrek. Daarom spreekt ze nu.

1996. Na de middelbare school gaat een Deens meisje werken als beroepsdanseres in een discotheek in Cesenatico. Marco kwam langs. Hij had zijn been gebroken en liep op krukken. Zo begon het. ,,Ja, hij was mijn eerste grote liefde; mijn soulmate. Twee zielen die samensmolten, dat waren wij.''

Zo begon het. Maar zo makkelijk smelten twee zielen niet samen. Christina Jonsson was nog bezig zichzelf uit te vinden. Ze had niets op met competitie, maar ze respecteerde Marco's ambities. Ook Marco had zichzelf nog lang niet uitgevonden.

Ik meen dat het in de Mahabarata is dat de legende van Savitri wordt verteld. Savitri probeert haar soulmate en gestorven geliefde Satyavan los te weken uit het dodenrijk. Het hele interview lang (vijf zittingen) is Christina Jonsson bezig haar Satyavan tot leven te wekken.

Ze beschrijft het moment waarop het sterven begon. Dat was op de voorlaatste dag van de Giro 1999. Marco's bloed klopte niet, hij werd uitgesloten. Marco reed in de roze leiderstrui.

,,Vier dagen lang heeft hij in het donker gezeten, zonder een woord te zeggen. Na die vier dagen is hij stilaan weer naar buiten gekomen, in het begin alleen 's avonds.'' Na een dag of tien heeft hij gezegd. ,,Luister ik ben cocaïne beginnen te gebruiken.''

,,Marco vond dat ik het ook maar eens moest proberen, samen met hem. Als ik van hem hield zou ik dat voor hem doen. Hij was moederziel alleen. Ik was zelf erg labiel en ik geloofde dat ik de band met Marco zou kunnen aanhalen door samen met hem cocaïne te snuiven. Ik wilde weten waar hij wás, en hem terughalen. Ik wilde hem laten voelen dat ik er was. En dus ben ik samen met hem gesprongen.

,,Als ik 's avonds terugkwam van mijn werk snoven we samen een paar lijntjes, maar dat was niet meer genoeg voor Marco; hij gebruikte industriële hoeveelheden. Ik hield zijn hand vast. Ik wilde hem tonen hoeveel ik van hem hield. Ik wilde samen weggaan, op reis, onze zinnen verzetten. Maar daar zaten we in dat huis, gedrogeerd, belegerd door journalisten.''