In de kenniseconomie lopen de hazen anders

De Haagse plannen om medewerkers langer aan het werk te houden omdat dat geld oplevert, bewijst eens te meer dat dit kabinet nog steeds niet weet wat het betekent om een kenniseconomie te besturen. In zo'n economie lopen de hazen anders dan in de fabrieken en kantoren van de industriële economie. Voor de werknemers van die traditionele organisaties zijn ervaring en technische vaardigheden het belangrijkst en hoe langer je werkt, hoe meer ervaring je opdoet. Dat geldt ook voor de vaardigheden: als je ze maar blijft toepassen, ontwikkelen ze zich.

Alleen hebben we in Nederland steeds minder van die fabrieken en kantoren waar mensen min of meer routinematig bezig zijn om hetzelfde werk steeds beter en efficiënter uit te voeren. Slechts in sectoren als de landbouw, de horeca, het transport, de bouw en de thuiszorg en achter de loketten van banken en gemeentehuizen, kan het langer doorgaan met werken mogelijk meer geld opleveren dan momenteel het geval is.

Een dergelijke redenering gaat echter niet op voor de moderne kennisintensieve organisatie. Daar treffen we werknemers aan voor wie de productiefactor kennis ten minste even belangrijk is als ervaring en vaardigheid: zie bijvoorbeeld artsen, architecten, accountants, advocaten en apothekers. Geschat wordt dat op dit moment in Nederland meer dan 70 procent van alle werkenden tot de categorie kenniswerkers behoort en er komen er in snel tempo steeds meer bij.

Voor hen geldt dat zij, in vergelijking met bijvoorbeeld buschauffeurs of ambachtslieden, veel moeten leren om goed in hun vak te blijven. Dat vereist het bijhouden van vakliteratuur, het bezoeken van congressen en symposia, het deelnemen aan opleidingen en studiedagen, het kunnen plaatsen van innovaties die klanten, burgers en patiënten op internet gevonden hebben.

Uit onderzoek blijkt dat de motivatie om voortdurend vakinhoudelijk vooraan te blijven lopen, bij het overgrote deel van de kenniswerkers afneemt naarmate de leeftijd vordert. Het is niet zo dat dan de leervaardigheden als vanzelf minder worden. Wél treedt bij het vorderen der jaren een soort mentale moeheid op: ,,Wanneer stopt het nu eens met die vernieuwingen.'' En omdat kennis steeds sneller veroudert, slaat die moeheid steeds eerder toe.

Voor ontwerpers van internet-gerelateerde software en voor nano- en biotechnologen kan dat al rond de 35 gebeuren; voor elektrotechnisch ingenieurs en fiscaaljuristen zo'n vijf tot tien jaar later. Dat betekent dat veel kenniswerkers op veel jongere leeftijd dan vroeger aan het eind van hun professionele Latijn geraken. Het tot op hogere leeftijd laten doorwerken van kenniswerkers leidt er dus uiteindelijk toe dat een groter deel van de beroepsbevolking aan de gang is met verouderde kennis. Tel uit je winst. De chirurg die niet geleerd heeft endoscopisch te behandelen, blijft grote incisies maken. Dat levert meer trauma's en een langere hersteltijd op voor de patiënt, een groter beslag op voorzieningen en meer inzet van ondersteunend personeel. Allemaal zaken die kostenverhogend werken.

Een ander voorbeeld speelde zo'n twaalf jaar geleden. Ik had ergens gelezen dat er uit amalgaamvullingen minivoltjes kunnen ontsnappen die onder bepaalde omstandigheden de elektrische stroompjes in de hersenen beïnvloeden. Daarom vroeg ik mijn tandarts het nieuwe gaatje in mijn kies te willen vullen met keramiek of porselein. Die bemoeienis van een bijdehante leek met zijn vak stelde hij geenszins op prijs. ,,Meneer, die techniek staat nog in de kinderschoenen. Het krimpen en uitzetten van het materiaal hebben we nog niet onder controle.'' Pas veel later begreep ik wat er eigenlijk aan de hand was. Mijn tandarts was toen 54 en meer bezig met zijn tweede huis in Spanje dan met het bijhouden van de vernieuwingen in zijn vak. Hij had al 30 jaar kiezen met amalgaam gevuld en zag niet in waarom hij dat de laatste jaren voor zijn pensioen niet zou kunnen blijven doen.

Het langer laten doorwerken van professionals kan er in onze kenniseconomie toe leiden dat ook op andere gebieden dit soort situaties nog vaker zal voorkomen dan nu al het geval is. Met de vergrijzing zullen we steeds meer kenniswerkers krijgen die `uitdieselen' op de methoden en technieken die ze al beheersen en die de innovaties in hun vak laten voor wat ze zijn. Het gevolg daarvan is dat steeds meer patiënten, klanten en burgers producten en diensten geleverd krijgen waarvoor inmiddels alternatieven bestaan die goedkoper, sneller, preciezer, veiliger, effectiever, gezonder, makkelijker of gebruiksvriendelijker zijn. De maatschappelijke kosten van dat professioneel conservatisme zijn hoog. Het financiële saldo van de door Den Haag voorgestelde arbeidsduurverlenging zou daarom wel eens eerder negatief dan in de buurt van de nul uit kunnen komen.

Kenniswerkers verplichten langer door te werken, is alleen verantwoord als zij óók verplicht worden om state of the art in hun vak te blijven. Dat impliceert blijven studeren tot op hoge leeftijd en het beschikbaar stellen van tijd voor deskundigheidsbevordering. Ik heb destijds het ministerie van VWS mogen adviseren over een mid-life studie voor medisch specialisten waarbij zij rond hun veertigste weer voor één of twee jaar teruggaan naar de universiteit. Dat was zo'n slecht idee nog niet, te meer daar dankzij de wachtlijsten de gedateerde kennis van de oudere specialist in ons land niet zo'n issue is.

Ook het door Hans Wijers in zijn tijd als minister van Economische Zaken geïntroduceerde T-profiel voor professionals, is een goed voorstel. Kern daarvan is dat de kenniswerker in de tweede fase van zijn loopbaan zijn professioneel repertoire aanzienlijk verkleint door te kiezen voor een specialistisch deelgebied dat hij diepgaand wil blijven beheersen (de poot van de T). Daarnaast houdt hij één tot drie aanpalende gebieden bij, teneinde met collega's over de breedte van het vak te kunnen communiceren. De kans dat je een klein repertoire tot in lengte van dagen state of the art kunt bijhouden, is immers groter dan in geval van een breed repertoire.

Heel goed weten waar je het over hebt zolang je in functie bent, dat is wat nu nodig is. Kenniswerkers langer in dienst houden, zonder hen terug naar school te sturen, levert daar geen enkele bijdrage aan en kost maatschappelijk meer dan het oplevert. Het is penny wise, pound foolish.

Mathieu Weggeman is hoogleraar innovatie aan de Technische Universiteit Eindhoven.