De AIVD waakt

Wij hebben niets van de twintigste eeuw geleerd, als nu bij de bestrijding van het terrorisme – dat op massale schaal de veiligheid van gewone burgers en tegelijk het systeem van internationale betrekkingen bedreigt – de verhouding tussen doel en middelen uit het oog wordt verloren. Staan veiligheid en vrijheid op gespannen voet met elkaar? Kunnen wij ons alleen tegen het terrorisme beschermen door de waarborgen van de rechtsstaat en de mensenrechten af te breken? Veiligheid tot welke prijs?

Een interessante bijdrage aan het debat hierover levert het deze week verschenen themanummer over inlichtingendiensten van Justitiële Verkenningen, een uitgave van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het ministerie van Justitie. Hervorming van de inlichtingendiensten is in alle westerse landen een van de belangrijkste punten in het antiterrorismeprogramma. C. Fijnaut, hoogleraar rechtsvergelijking, wijst er bijvoorbeeld op dat de USA Patriot Act van oktober 2001 ruimte heeft geschapen voor de ,,toepassing van indringende methoden van informatieverzameling''. Maar, zegt hij, het probleem is dat niet precies kan worden omschreven welke methoden allemaal mogen worden aangewend. Of het nu gaat om de langdurige opsluiting van vreemdelingen dan wel om de soms hardhandige verhoormethoden of een discutabele inzet van informanten.

Nou, dat probleem heeft zich de afgelopen weken geopenbaard op een meer dan angstaanjagende manier. Het mag dan zo zijn, zoals Fijnaut betoogt, dat de vrees misplaatst is dat de regering-Bush bij de oplossing van het dilemma doorslaat in politiestatelijke richting, maar er is alle reden tot grote ongerustheid over fatale ontsporingen.

Pasklare oplossingen voor de gespannen verhouding tussen vrijheidsrechten en veiligheid heeft niemand voorhanden. Zoals B. de Graaff van de Universiteit Utrecht in Justitiële Verkenningen opmerkt, passen geheime diensten eigenlijk niet in een democratische rechtsstaat, maar zijn ze niettemin noodzakelijk. ,,Als politici niet of inadequaat leiding geven aan dat debat [over de verhouding tussen de rechtsstaat en de geheime diensten], ontstaat er onzekerheid bij inlichtingendiensten'' over wat ze wel en niet mogen. Daar komen `affaires' van en daardoor ontstaat twijfel aan de integriteit van de overheid als geheel.

Ja, dat kun je wel zeggen, kijkend naar de VS en Groot-Brittannië. Bovendien, zegt De Graaff, leiden ervaringen in Nederland er vooralsnog toe dat het werk van inlichtingen- en veiligheidsdiensten als belachelijk wordt gekenschetst.

Hij vindt dat onwenselijk. Maar wie in hetzelfde tijdschrift het verhaal leest over ,,infiltratie in de praktijk'' van F. Hoekstra, BVD-medewerker van 1971 tot 1987, begrijpt waar de lachlust vandaan komt.

De BVD had vrijwel uitsluitend de communisten op het oog, ook nog toen niemand zich daar enige bedreiging van de democratie meer bij kon voorstellen. Hoogste doel was in alle buurtafdelingen van de CPN een BVD'er als bestuurslid te krijgen. Overijverige agenten liepen zich het vuur uit de sloffen om het dagblad De Waarheid te verspreiden teneinde de cartotheken van de dienst te kunnen vullen. Ook legde de BVD zich er op toe bij communisten thuis tijdens hun vakantie de kamerplanten en huisdieren te verzorgen, zodat zij in laatjes konden snuffelen. Je ziet het voor je, in de arbeiderswoningen en studentenflats in de Jordaan. De BVD-auteur beroemt zich erop sommige CPN-afdelingen tot grote bloei te hebben gebracht en vraagt zich achteraf af of dat wel de bedoeling was.

Toen in West-Europa terroristische groepen als de Rote Armee Fraktion de kop opstaken, richtte de BVD zich op een Nederlandse variant, een cel van de Rode Jeugd: van de vier leden waren er drie BVD-agent. Dezen zorgden voor illegale wapens die in het Amsterdamse BVD-kantoor werden bewaard. Ridicuul en sneu (en diep onrechtmatig) allemaal. Maar ernstiger is dat de BVD geen benul had van de Molukse treinkapingen, Nederlands eerste kennismaking met het terrorisme, en nooit een vinger heeft gekregen achter de RaRa-aanslagen. Men had het te druk met het volgen van de Anti-Apartheidsbeweging en het begieten van communistische kamerplanten.

Het grootste schandaal uit de geschiedenis van de BVD/AIVD is echter dat de Pakistaanse atoomspion Abdul Qadeer Khan fluitend de ultracentrifugegeheimen heeft kunnen stelen. Hier ligt een zware Nederlandse verantwoordelijkheid voor gevaren die de wereld nu bedreigen. De spionage van Khan, door de BVD niet opgemerkt omdat het niet in het beeld van de Koude Oorlog paste, heeft rechtstreeks geleid tot de verspreiding van de kennis over het maken van atoomwapens naar Pakistan, Noord-Korea, Iran en Libië. Bedenk hierbij dat Bin Laden in 1999 bekendmaakte van plan te zijn kernwapens te gebruiken waarover hij via Iran, Irak en Soedan de beschikking kon krijgen. Nooit is iemand ter verantwoording geroepen voor dit historische falen.

De vraag is nu welk vertrouwen we kunnen stellen in de competentie van de AIVD vis-à-vis de bedreiging van het moslimterrorisme dat massaal burgers wil doden en zowel Europa als Amerika de oorlog heeft verklaard.

In Justitiële Verkenningen schetsen twee senior stafmedewerkers van de AIVD, P.Abels en R. Willemse, voor het eerst van binnenuit de veranderende rol van inlichtingendiensten sedert het einde van de Koude Oorlog. Uiteraard verdween de preoccupatie met het communisme. Het roer ging volledig om. Nogal ronkend heet het dat de dienst zich heeft ontwikkeld ,,van een strikt in het verborgene werkende dienst met een beperkte taak, tot een op een breed terrein ingeschakelde, gekende en erkende veiligheidsadviseur in majeure veiligheidsvraagstukken''. En wel op grondslag van de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv).

Maar helaas. ,,Terwijl de nieuwe Wiv nog in behandeling was, vlogen de vliegtuigen het WTC-gebouw en het Pentagon binnen.'' Dat was vals van Bin Laden! Had hij niet kunnen wachten tot ná de behandeling van de Wiv? Er kwamen projectmatig werkende, multidisciplinair samengestelde teams die `taakvelden' ontwikkelden en ,,een nieuwe sprong voorwaarts'' maakten, zij het dat de risicodreiging tegen Fortuyn niet werd opgemerkt. Inmiddels is alles op orde: ,,De aanslagen in Madrid van 11 maart 2004, die, hoe schokkend ook, pasten in de bestaande dreigingsperceptie, leiden tot een nog grotere urgentie in de uitvoering van het contraterrorismebeleid.''

Als u morgen een grote knal hoort, wees er dan van verzekerd dat deze heeft gepast in de dreigingsperceptie van de AIVD.