Benzineprijs

De benzineprijs rijst de pan uit. Nu valt die hoge olieprijs in historisch perspectief en zeker als men op inflatie corrigeert wel mee, maar de consument bij de pomp zal dat worst wezen. Tijd dus om deskundigen te raadplegen. In NRC Handelsblad (5 mei) komt Coby van der Linde, `energiedeskundige' van het Instituut Clingendael, aan het woord.

Diverse factoren passeren de revue: het steeds oliedorstiger China, te weinig raffinagecapaciteit in de VS, compensatie door OPEC-landen voor de lage dollarkoers, de geldbehoefte van menig OPEC-land om zijn demografische tijdbom `rustig' te houden. Opmerkelijk is evenwel dat Van der Linde een belangrijke rol weggelegd ziet voor OPEC.

Toen de OPEC eind 1997 haar productieplafond met 10 procent verhoogde, bleek dat een mistaxatie van de wereldmarkt, omdat rond die tijd ook de Aziëcrisis uitbrak. Resultaat: de olieprijs kelderde en bleef in 1998 bijna steeds onder de 15 dollar per vat. In 1999 kwalificeerde Van der Linde de OPEC dan ook als een `tandeloze tijger'. Die nogal uiteenlopende uitspraken acht ik voor een `deskundige' wat gemakkelijk en opportunistisch. Er zou meer rekening kunnen worden gehouden met enkele simpele feiten die al decennialang constanten binnen de oliewereld vormen. OPEC tekent voor een betrekkelijk constante 40 procent van de wereldolieproductie, voor 67 procent van de wereldolie-export, en voor ca. 75 procent van de aangetoonde (bewezen) olievoorraden. Dat was al in 1999 zo en dat is nu ook nog waar.

    • R.J. Smits Teteringen