Aangeschoten wild door harde woorden Donner

Gevangenisdirecteur Jacques van Huet eist dat minister Donner (Justitie) zijn grievende woorden rectificeert. Gisteren diende een kort geding.

Alle stoelen in het zaaltje van de Haarlemse rechtbank zijn bezet. Zeker 20 gevangenisbewaarders van de penitentiaire inrichting in Heerhugowaard volgen het kort geding dat hun directeur Jacques van Huet (56) heeft aangespannen tegen minister Donner van Justitie.

Hij vecht niet zijn ontslag aan. Hij is namelijk niet ontslagen, ook al denken veel mensen dat wel. Van Huet wil dat de minister zijn `grievende en defamerende' woorden terugneemt en rectificeert. De harde woorden zijn gesproken op 8 maart voor het Radio 1 Journaal en op 9 maart in de Tweede Kamer. Donner noemde Van Huet een deloyale ambtenaar, omdat hij jarenlang ,,te pas en te onpas'' in het openbaar kritiek op zijn beleid ventileerde.

Dat een conflict tussen een ambtenaar en de minister in de Kamer wordt besproken, is zeer ongebruikelijk. Maar dat dat gebeurde, zegt Van Huets advocaat G. Weesing, was toch vooral de schuld van Donner zelf. Eerst berichtten kranten dat hij de directeur wilde ontslaan wegens kritiek. Toen kwam er een persbericht van het ministerie waarin dat werd tegengesproken. Daarna zei Donner op de radio dat er weliswaar een conflict was, maar dat de kritiek daarvoor zeker niet de aanleiding was. Daarop lekte een brief van het ministerie van Justitie aan Van Huet uit, waaruit bleek dat openlijke kritiek de hoofdreden was voor een gesprek over ,,op welke wijze uw dienstverband een einde kan vinden''. En toen de Kamer er niks meer van begreep en Donner om uitleg vroeg, ging de minister hard tekeer.

Het zijn die opmerkingen, zegt advocaat Weesing, die van Van Huet aangeschoten wild maken, die een smet werpen op de bijna dertigjarige `glansvolle carrière' van Van Huet als ambtenaar. De kritiek die Van Huet heeft geuit, uitte hij in zijn functie van voorzitter van de vakbond van gevangenisdirecteuren. En het ging nooit om kritiek op vastgesteld beleid want dat is voor ambtenaren een doodzonde maar op voorgenomen beleid. En hoe kan het, vraagt de advocaat zich af, dat Van Huet eensklaps een deloyaal ambtenaar wordt genoemd, terwijl hij een paar maanden eerder, op 23 juli 2003, nog is bevorderd.

Landsadvocaat M. de Witte-van den Haak doet namens Donner het woord. En haar woorden zijn ook hard. Eerst zet ze de `bevordering' recht. Dat was geen promotie, zegt ze, maar `slechts' het toekennen van de rang die al bij de functie van Van Huet hoorde. Ze overhandigt bestuursrechter A. Rutten 22 krantenknipsels, waarin Van Huet wordt geciteerd. Artikelen over het voornemen twee gevangenen op een cel te plaatsen. Verontrusting over het plan om de gedetineerdenarbeid af te schaffen. Onduidelijk is, zegt de landsadvocaat, of Van Huet hier spreekt als voorzitter van de vakbond óf als gevangenisdirecteur. En in zijn hoedanigheid van directeur, zegt zij, is zijn vrijheid van meningsuiting beperkt. ,,Hoe dichter bij de minister, hoe minder vrijheid.'' Van Huet had voor elk extern optreden toestemming moeten vragen aan het hoofd voorlichting van het ministerie van Justitie. En dat heeft hij, zegt De Witte, bij voortduring nagelaten. Een keer heeft de voorlichtingsdienst nog net op tijd een uitzending in het NOS Journaal weten te voorkomen. Maar hoe `desastreus' een extern optreden kan aflopen, blijkt uit een andere uitzending van het Journaal, waarin interviews met Van Huet en hoofddirecteur Jägers van de Dienst Justitiële Inrichtingen van het ministerie door elkaar werden gemonteerd. Het ging over het afschaffen van gedetineerdenarbeid en nu leek het, zegt de landsadvocaat, alsof ze elkaar tegenspraken.

Vaak is getracht Van Huet ,,op een ander spoor te brengen'', zegt de landsadvocaat, maar zonder succes. De druppel was toen Van Huet, twee dagen nadat hij was aangesproken op zijn dubbelrol als vakbondsvoorzitter en directeur, ,,kwetsende kritiek'' uitte op het ministerie in een afscheidsrede voor een collega. Dat was de aanleiding voor Donners boze woorden.

Woorden die de minister onmogelijk kan terugnemen, zegt de landsadvocaat. Zij beroept zich op artikel 71 van de grondwet, waarin staat dat wat een parlementariër of minister in de Tweede Kamer zegt, nooit ter toetsing aan de rechter kan worden voorgelegd. Zij moeten kunnen spreken, niet belemmerd door de vrees voor de rechter te komen. Maar de uitlatingen op de radio dan? ,,Ook een minister heeft vrijheid van meningsuiting.'' Tijdens de schorsing wordt Van Huet omringd door gevangenisbewaarders. Ze schudden zijn hand. ,,Tot morgen.''