Troonrede

Op Koninginnedag is een vriendenboekje verschenen voor de Tilburgse neerlandicus Wil Sterenborg. Tussen 1987 en 1996 was Sterenborg, inmiddels tachtig jaar oud, betrokken bij de correctie van de troonredes. Hij deed dit samen met Peter Smulders, de directeur van het Genootschap Onze Taal.

Tot 1987 werden de troonredes niet gecorrigeerd. Daardoor bleven er nogal wat taal- en stijlfouten in staan. Die werden vervolgens breed uitgemeten in de pers. Zoals bekend wordt de troonrede geschreven door de minister-president, maar wordt hij uitgesproken door de koningin. In 1987 bood het Genootschap Onze Taal aan om de troonredes voortaan te corrigeren. Lubbers zei eerst geen behoefte aan pottenkijkers te hebben, maar na Kamervragen ging hij alsnog overstag. Sindsdien wordt de troonrede gecorrigeerd door het genootschap, en Sterenborg was daar dus tien jaar bij betrokken. Mede voor dit werk kreeg hij dit jaar een lintje.

In het verleden hebben journalisten vaak geprobeerd te achterhalen of Sterenborg en Smulders aan de troonredes nou veel werk hadden, maar van de Rijksvoorlichtingsdienst mochten de correctoren hier niks over zeggen.

Het aardige van het vriendenboekje van Sterenborg is nu dat Lubbers en Kok zelf iets schrijven over de correcties in de troonredes. Lubbers heeft daar in 1996 al in algemene bewoordingen over geschreven, maar nu geeft hij voor het eerst meer persoonlijke informatie. Op het gymnasium was hij goed in opstellen, zegt Lubbers, maar hij veroorloofde zich nogal wat grammaticale vrijheden. ,,Ik had Sterenborg dus echt nodig'', schrijft hij. ,,Daar kwam nog bij'', vervolgt de ex-premier, ,,dat Koningin Beatrix zeer taalgevoelig bleek. Ook dat vergde de nodige passen vooruit en achteruit. Wil Sterenborg en Koningin Beatrix hadden één ding gemeen. Zij hadden altijd gelijk. Ik gaf ieder van hen graag gelijk. Soms werd het moeilijk. Dan verdedigde ik het taalgevoel van de Majesteit alsof het het mijne was.''

Kok houdt zich meer op de vlakte. ,,Ook de kabinetten die mijn naam droegen gebruikten de kennis en kunde van Wil Sterenborg om de ultieme versie van dit belangrijke document van de regering op taalgebruik te laten controleren. [...] Ik ben hem daar bijzonder erkentelijk voor.''

Dat Sterenborg de troonredes mede controleerde wisten we al, maar viel er veel aan Koks teksten te corrigeren? En nam Wim, net als Ruud, die correcties dankbaar over? Kok schrijft daar niks over, maar Sterenborg wil er inmiddels wel iets over vertellen. Ach, er waren altijd wel correcties, zegt hij, maar Kok deed er uiteindelijk nauwelijks iets mee. ,,Kok wist alles beter.''

Overigens luisterde Lubbers in het begin helemaal niet zo goed naar de taaladviezen van Smulders en Sterenborg. In de troonrede van de 1988 staan de zinnen: ,,Het land is de afgelopen jaren schoner geworden. Dat geldt met name water en lucht.'' De taaladviseurs keurden het gebruik van `met name' af omdat het onduidelijk was, want was het milieu er nu in algemene zin op vooruitgegaan of waren alleen water en lucht er schoner op geworden? Een en ander leidde tot veel gekrakeel in Kamer en pers, waarop Lubbers in deze krant verklaarde (op 13 oktober 1988): ,,Een neerlandicus heeft de twee woordjes [met name] aan de troonrede toegevoegd om de tekst wat leesbaarder te maken.''

Sterenborg en Smulders waren zo boos over deze aperte leugen dat zij hun geheimhoudingsplicht schonden; in het tijdschrift Onze Taal legden zij uit hoe het werkelijk was gegaan. Uiteindelijk moest Beatrix in haar kersttoespraak uitleggen wat er inhoudelijk bedoeld was, dus je kunt je wel voorstellen dat zij zich intensief met de troonredes bemoeit. In 1996 schreef Lubbers hierover: ,,De koningin stelt met betrekking tot concepten de nodige vragen en geeft adviezen. Bovendien mobiliseert zij voldoende aandacht voor goed taalgebruik en voor een taal die zij kan uitspreken.''

Het is, tot slot, bekend dat Balkenende zich minder rechtstreeks met de eindversie van de troonredes bemoeit. Lubbers en Kok gingen zelf met Sterenborg en Smulders om de tafel zitten, maar Jan Peter laat dit klusje aan enkele hoge ambtenaren over.