Scofield met succes van de jazz naar de pop

Je bent nooit te oud om een rockster te worden. Het overkwam John Scofield toen hij bijna vijftig was. Ineens stond hij met Medeski, Martin & Wood te spelen voor tienduizenden dansgekke festivalgangers.

Niet dat de gitarist in de vier jaar dat hij bij Miles Davis speelde nooit voor groot publiek stond. Maar op de golven van de jamband-hype van een paar jaar terug was `Sco' plots hip.

Afgaand op het overwegend jonge publiek dat vrijdagavond Het Paard in Den Haag bevolkte, beklijft het pop-appeal. En de gitarist had er dan ook zijn band op aangepast. Op de bühne stonden niet Sco's oude maatjes Steve Swallow en Bill Stewart, die van de recente live-cd EnRoute zo'n feest maken. De gitarist liet zich omringen door de jonge honden van zijn voorlaatste – kwalitatief zeker niet mindere – album Up All Night.

Muzikaal betekende dat simpel gezegd: minder bop en meer bliep. Dat laatste kwam voor rekening van slaggitarist Avi Bortnick, die vaker de toetsen van zijn laptop met uitgebreid sample-arsenaal beroerde dan zijn snaren. Adam Deitch liet horen vooral rockdrummer te zijn. Maar dan wel eentje die moeiteloos de ingewikkeldste drum 'n' bass-ritmes uit zijn vellen slaat en ook voor een coupletje rap zijn hand niet omdraait.

De aanjager van het stel was bassist Mark Kelley die een groove neerlegde waar het vet vanaf droop. En dat is essentieel. Want het maakt niet uit in welke muzikale taal Scofield zijn publiek onderhoudt, het is altijd een dialect van de groove.

Tussen Kelley's grof geploegde voren zaaide de bandleider zijn kruidige gitaarmonologen. Met elastieke timing frommelde hij steeds weer meer noten in een maat dan logischerwijs mogelijk lijkt.

Royaal pedaalgebruik stond garant voor bronstig gegrom en behaagziek gekwetter. Daarbij mikte hij non-stop op de bekkens en benen van het publiek. Maar Scofield zou Sco niet zijn als hij zijn ritmische overtuigingskracht niet kon paren aan een enorme melodische vindingrijkheid.

Dat is dan waarschijnlijk ook de betekenis van überjam, het begrip dat de gitarist in 2001 introduceerde als albumtitel en naam voor zijn warmbloedige mix van rock, postbop, soul, funk en zelfs disco. Überjam is niet alleen de overtreffende trap van jammen. Het scheert ook over de stilistische beperkingen van de jambands heen, die uiteindelijk een beperkte houdbaarheid hebben. Want wie heeft er recentelijk nog iets gehoord over Phish, Lettuce of Deep Banana Blackout? Scofield jamt gewoon door en heeft de langste adem.

Concert: John Scofield Band. Gehoord: 7/5 Paard van Troje, Den Haag. Herh: 10/5 Melkweg, Amsterdam.