Op zoek naar een Zuid-Afrikanerloos paradijs

Het was onze eerste poging sinds maanden om te ontsnappen aan de overdekte winkelcentra, de manshoge muren, het prikkeldraad en de andere nerveuze obsessies van Zuid-Afrika. Vakantie in Mozambique, daar waren we echt aan toe. Vijf uur rijden van Johannesburg waan je je op een ander continent. Zeggen ze.

De rij voor de grensovergang bij Komatipoort, ten zuiden van het Krugerpark, hinderde niet. We waren goedgemutst en moesten eigenlijk wel lachen om de karavaan van vierwiel aangedreven voertuigen die voor ons stond, met nummerborden uit Johannesburg en omstreken.

Bijna zonder uitzondering zeulden ze aanhangwagens met reusachtige boten met zich mee, alsof ze aan de andere kant van de grens ieder moment een herhaling van de overstromingen in 2000 en 2001 verwachtten.

Aan de balie van het grenskantoor hoorden we het gemor van terugkerende Zuid-Afrikanen over de abominabele staat van de wegen in het buurland. De levensgevaarlijke kuilen in het asfalt, als er al asfalt ligt, het lijkt Afrika wel. Dat hebben we thuis toch stukken beter gedaan, grinnikten ze luid, met die strakke vierbaanswegen tussen Kaapstad en Pretoria.

Diep in hun hart, fluisterden we, zijn die Zuid-Afrikanen heel gelukkig in Mozambique. Eindelijk is die 4x4 toch nog ergens goed voor.

We wisten dat je voor een vlucht uit de Zuid-Afrikaanse gekte verder moet reizen dan de hoofdstad van Mozambique, die al een uurtje na de grens opdoemt. In Maputo spreken ze dan misschien wel Portugees, maar op elke straathoek ruik je Zuid-Afrika nog.

Bij het zien van de banken, de benzinestations, de supermarkten met dezelfde neonlichten als in Johannesburg, kwam de 1 aprilgrap van de Cape Times van een paar jaar geleden nog ter sprake.

,,Zuid-Afrika koopt Mozambique voor 10 miljard rand'', kopte de krant toen over de volle breedte van de voorpagina.

Wie over de verkoopdatum van de krant had heengelezen moest het wel geloven. Diplomatiek kwam de koop van het buurland erg goed uit, argumenteerde de krant. Toenmalig president Mandela had net zijn huwelijksplannen met Graça Machel aangekondigd, de weduwe van de vermoorde president van Mozambique Samora Machel. Daarmee was voldoende goodwill gekweekt voor een fusie tussen de twee landen.

Bovendien waren de economische banden tussen de twee landen na het einde van apartheid zo sterk aangehaald, dat Mozambique feitelijk al als Zuid-Afrika's tiende provincie kon worden beschouwd.

We kochten een vliegticket naar Vilanculos, zeshonderd kilometer ten noorden van Maputo. Dat kostte een paar centen, maar daar kregen we een visrestaurant op een verlaten strand vol palmbomen voor terug. Zuid-Afrikanen waren in de wijde omtrek van zanderige wegen en rieten hutjes niet te bekennen.

Om het zekere voor het onzekere te nemen, namen we de volgende ochtend het wankele zeilbootje naar de Bazaruto-eilanden.

Het water was zo helderblauw, dat je de bodem van de zee kon zien. Er sprongen dolfijnen voor de boeg en een school vliegende vissen. De boot meerde aan op een eiland waar zelfs de wind geen geluid maakte. Het zand voelde alsof er nog nooit op gelopen was. Onze ontsnapping was geslaagd.

Tot het onbedaarlijk gillen begon, aan de andere kant van de zandheuvel.

Van afstand leek het op het krijsen van een vlucht opgewonden zeemeeuwen. Of we niet konden lezen, briesten twee vlezige dames in een accent dat ons bekend voorkwam. Wild wezen ze op de bordjes met de handgeschreven tekst: ,,Private Property''. Naar de Portugese vertaling van `privé-terrein' zochten ze kennelijk nog.

De verontschuldigingen voor het ongemerkt binnenwandelen van de Zuid-Afrikaanse enclave in het aards paradijs hielpen niet. De vrouwen werden woester.

In de verte kwam de echtgenoot van een van de twee al met een brandblusser aanlopen. Of ze binnenkort ook prikkeldraad op het strand zouden gaan aanbrengen, net als thuis, gooiden we toen maar wat olie op het vuur. Een paar muren zouden misschien ook wel helpen tegen toekomstige indringers.

,,Boa tarde'', maakte de meegereisde vriend een einde aan het Zuid-Afrikaanse onderonsje op het verder verlaten strand. ,,Boa tarde, yourself'', riepen de vrouwen terug. Die zouden we erin houden, spraken we toen af. Goedemiddag jezelf.