Jamaicaanse hallucinaties in kale slowmotion

Moritz von Oswald en Mark Ernestus vormen een Berlijns duo dat onder verschillende namen opmerkelijke elektronische muziek maakt en zweert bij vinyl.

Ze heten kortweg W/ The Artists en The Versions, twee opmerkelijke cd's in vrijwel identieke, zwart-witte hoesjes. De ritmes sluipen voort in een betoverende cadans: traag en statisch, maar buitengewoon meeslepend en bezwerend. Het is de vertraagde ritmische beweging, de skank, van de Jamaicaanse reggae, die in de handen van het Duitse duo Rhythm & Sound een magisch effect krijgt.

Beide platen zijn elkaars spiegelbeeld, met dank aan de dub: de Jamaicaanse methode om bestaande nummers vergaand te bewerken door de zangpartij grotendeels of helemaal te wissen en op de rest meer of minder heftige geluidseffecten, vooral echo, los te laten. Mark Ernestus en Moritz von Oswald springen zuinig gedoseerd, maar des te effectiever om met zulke strategieën, hun hele oeuvre is ermee bezwangerd. Spookachtig echoënde resten van zang en percussie zweven als bij toeval door het ritmisch zo statische en kaalgeslagen geluidsbeeld, met een niet te definiëren spanning als resultaat.

W/ The Artists is samengesteld uit een reeks singles met gastvocalisten als vaste kracht Paul St. Hilaire en de Jamaicaanse zangers Cornel Campbell en Lloyd `Bulwackie' Barnes (als The Chosen Brothers). The Versions bevat de instrumentale, bewerkte b-kanten daarvan. Want voor deze twee bestaat hun muziek bij de gratie van vinyl: de 12-inch-single, de voornaamste drager in de dansmuziek. Ook cd-compilaties van hun werk dragen de aansporing `buy vinyl'.

Hoe Ernestus en Von Oswald eruit zien blijft een goed bewaard geheim. Foto's zijn er nauwelijks en de doodenkele keer dat ze met de pers praten mag er niet worden geciteerd. Hoewel de groep er tegenwoordig wel eens op uit schijnt te trekken met een dj-set waarbij ze vooral obscure Jamaicaanse dubplaatjes draaien – voor Pinksteren is een optreden aangekondigd in het Noord-Franse Rijssel – speelt hun wereld zich vooral af binnen de muren van hun eigen studio, platenzaak en vinylperserij te Berlijn.

Deze extreem doorgevoerde anonimiteit past bij de stijlen die Mark Ernestus en Moritz von Oswald zo bewonderen en naar hun hand zetten: reggae en dan vooral de dubvariant, vroege house en techno. Muzikanten en producers, het onderscheid is vaag in die sectoren, maken obscure platen onder steeds wisselende namen. De cultuur van de white labels, platen met blanco etiketten, benadrukt dat het om de muziek gaat en nergens anders om, zeker niet om het ego van de maker. Dat zo'n houding juist de nieuwsgierigheid prikkelt, is niet de verantwoordelijkheid van Mark Ernestus en Moritz von Oswald. Die eindigt als de platen hun perserij verlaten.

Toch hebben ook zij een verleden. De klassiek opgeleide slagwerker Von Oswald, een achter-achterkleinzoon van kanselier Otto von Bismarck, in de 19de eeuw de stichter van de Duitse eenheidsstaat, speelde in de jaren tachtig in groepen als Die Doraus Und Die Marinas en Palais Schaumburg. Met Thomas Fehlmann, meesterbrein van die laatste groep, zette hij begin jaren negentig zijn eerste schreden in de techno. Het duo werkte samen met Blake Baxter, Eddie Fowlkes en Juan Atkins, pioniers van die muziek uit Detroit die in Berlijn een warm welkom vonden.

Het pas herenigde Berlijn van rond 1990 was nu net een plek waar de elektronische dansmuziek, doorgaans afgedaan als vrijblijvend escapisme, een belangrijke politieke en sociale betekenis had. Terwijl de oudere generaties uit voormalig Oost en West elkaar nog eens wantrouwend aankeken, verbroederden de jongeren uit beide stadsdelen zich op de dansvloeren van undergroundclubs als de beroemd geworden Tresor. In deze context begon Von Oswalds diepgaande verbintenis met techno. Dat hij en Mark Ernestus zich al even vergaand verplichtten aan de esthetiek van de dub kan geen toeval zijn: dub is het bijproduct van reggae, die in het derdewereldland Jamaica een soortgelijke sociale en politieke betekenis had.

Zo direct is de muziek van Von Oswald en Ernestus nooit geweest, al resoneren zulke overwegingen ergens op de achtergrond mee. Hun werk speelt zich niet af op het snijvlak van techno en dub, maar ergens terzijde daarvan, in een parallel schaduwbestaan waar aardse beslommeringen minder lijken te tellen. De methoden van de dub – diepe bassen, echo's, een vergaand besef van ruimte, de kunst van de variatie – pasten ze al toe op de eerste platen die ze onder een waaier van namen maakten voor hun eigen platenlabel Basic Channel. Ritmisch gesproken beantwoordde dit werk aan de wetten van de techno: een stampende, opwekkende vierkwartsmaat, bedoeld om de dansvloer in euforie te brengen, maar dan gevat in een bijna ongrijpbare abstractie, waarin ruis, brom en andere, doorgaans ongewenste bijgeluiden onlosmakelijk met de muziek verbonden zijn en langzaam verschuivende lagen voor een genadeloze spanning zorgen.

Basic Channel opereerde slechts twee jaar, van 1993 tot 1995. Eigenwijs als het duo is, sloeg men vervolgens nieuwe wegen in, al bijten hele generaties technoproducers nog altijd hun tanden stuk op deze erfenis. Naast labelprojecten als Chain Reaction (voor verwante artiesten), M, Main Street en de dub-reissue-labels Basic Replay en Wackies is Rhythm & Sound tegenwoordig hun voornaamste uitlaatklep. De hallucinerende, rigide vierkwartsmaat van de techno werd prijsgegeven ten gunste van een uniek geluid, hallucinaties in slowmotion.

Het is de onwaarschijnlijke verbindende factor tussen de strenge Duitse elektronische erfenis van Karlheinz Stockhausen en Kraftwerk en de losse Caraïbische cultuur die als bij toeval de dub voortbracht. De Winkler Prins-encyclopedie dicht Otto von Bismarck een ,,ontembare eigenzinnigheid'' toe. Dat geldt ook voor zijn nakomeling en diens muzikale partner.

Rhythm & Sound: W/ The Artists en The Versions (Burial Mix, distr. NEWS)