Het orgel in Oosthuizen

,,De onzekerheden over het orgel in Oosthuizen zijn door recente ontdekkingen alleen maar toegenomen. Vroeger werd het orgel gedateerd op 1521 en ging het door voor het oudste bespeelbare orgel in ons land, misschien zelfs in Europa. Nu weten we wat meer: het is een samenstel van delen uit verschillende oude orgels, waarschijnlijk gemaakt door Pieter Backer rond 1670. Maar dat roept alleen nieuwe vragen op.''

Wim Diepenhorst was als orgelconsulent van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg betrokken bij de laatste restauratie van het mysterieuze, wereldberoemde orgel in Oosthuizen, waarvan een kopie staat in Tokio. De kerk van Oosthuizen staat aan de voormalige oever van de Beemster, drooggelegd in 1612, en herbergt een indrukwekkend marmeren grafmonument van François van Bredehoff (1723). Zaterdag wordt het krachtig klinkende orgel bespeeld door Ton Koopman.

,,De huidige kerk is in 1521 voltooid, eerder stond er een kerk uit 1414, waarin ook een orgel kan hebben gestaan. Verder weten we niets, er zijn geen archiefstukken. De eerste echte aanwijzing dat er een orgel in Oosthuizen was, is van 1829, toen het werd hersteld door Sommer. Als je kwaad wilt, kun je zelfs zeggen: Sommer heeft toen ergens een orgeltje van Backer afgebroken en in Oosthuizen neergezet. Bij een latere reparatie stelde Knipscheer voor het orgel te vervangen omdat het een waardeloos prul was. Daarvoor was gelukkig geen geld. Ook Flentrop heeft het orgel gerestaureerd en nu is het orgel opnieuw goed speelbaar gemaakt. De oude middentoonstemming is weer aangebracht, pijpen zijn hersteld, maar verder is er niets aan gedaan.

,,Ook over de historie van de vlakke laat-gotische orgelkas geldt: waarover je niet veel weet, moet je ook niet veel zeggen. Het zou het orgel van Oosthuizen kunnen zijn, uit 1521. We hebben niet het hele orgel overhoop gehaald, maar wel gekeken naar de verflagen. De onderste is een 17de eeuwse chocoladebruine laag, daarna zijn er overschilderingen in appeltjesgroen, rose, helderblauw. Wat je nu ziet is een 19de eeuwse afwerking, houtkleurig. Het klavier heeft waarschijnlijk eerst aan de achterkant gestaan, wat verklaart dat de registerknoppen moeten worden ingeduwd in plaats van uitgetrokken. Over de torentjes is ook onenigheid: ze zouden 17de eeuws kunnen, maar het ziet eruit als neorenaissancistisch. Het binnenwerk is deels afkomstig van een groter orgel, latjes en plankjes hebben oude gaten en nutteloze inkepingen, het is een tweedehandsje met een allegaartje aan pijpen.

,,Jan van Biezen heeft ooit de pijpen bekeken, gegroepeerd wat van dezelfde herkomst was en ontdekt dat ze op zijn laatst vroeg-16de eeuws zijn, waarschijnlijk vroeg-15de eeuws. Bij het opnieuw bekijken van de pijpen ontdekten we nu dat inscripties erg lijken op die van Pieter Backer in zijn orgel in Medemblik. Hij zou het orgel dan rond 1670 hebben geconstrueerd. Het klavier heeft de 16de eeuwse omvang F-a2, maar de vraag is waarom Backer niet de 17de eeuwse omvang C-c3 maakte.

,,De orgelonderzoeker Gerard Verloop vermoedt dat het Oosthuizense orgel deels afkomstig is uit Medemblik. Misschien heeft Backer de voorganger daarvan heeft ingenomen en hier hergebruikt. Het zou kunnen, het blijft gissen. Misschien was dat een orgel van Peter Gerritsz. We gaan de pijpen vergelijken met een Gerritsz-orgel uit 1479 dat vroeger in de Utrechtse Nicolai-kerk stond en mogelijk wordt herbouwd. De lege kas met de frontpijpen hangt nu in de Middelburgse Koorkerk, de andere pijpen liggen opgeslagen in een bunker.

,,Verloop komt nog met andere theorieën over de frontpijpen, maar die zal ik nog niet verklappen. Ik ben het daar niet helemaal mee eens, maar het is leuk dat er wordt doorgezocht.''

Ton Koopman op het orgel in Oosthuizen: 15/5 20.15 uur. Res. en inl. over cd's : www.grotekerk-oosthuizen.nl; (0299) 401989/ 401001