Het Doelen Ensemble: macho en Rotterdams

,,Kijkend naar twee wereldoorlogen, de mondiale vervuiling, de naoorlogse patat-met-porno cultuur, tot in conservatoria onderwezen commerciële ongein voor dummies, zeg ik: de echte kunst heeft gelijk. Het DoelenEnsemble heeft gelijk.'' Aldus een strijdvaardige Peter-Jan Wagemans in het programmaboek van het Doelen Ensemble onder het motto `Tien jaar nieuwe muziek in kleur, tien jaar kleur in nieuwe muziek'.

In De Doelen en in Theater Lantaren/Venster bruiste het afgelopen weekeinde van de activiteiten rondom het jubilerend ensemble: een kinderconcert onder de titel Koning-Keizer-Digitaal, het Doelen Kwartet met werk van Alban Berg en oprichter Wagemans en een gezamenlijk slotoptreden van het Doelen Ensemble met Calefax Rietkwintet en Slagwerkgroep Den Haag met grotendeels Amerikaanse muziek.

Het meest typerend voor de inzet van het Doelen Ensemble voor het werk van jongeren bood de zaterdagavond, gewijd aan componerende twintigers en dertigers, omringd door `routiniers' als Klaas de Vries, Rob Zuidam en René Uijlenhoet, componisten die ruimschoots hun sporen hebben verdiend en weten wat ze willen en dat ook als dertigers al deden.

Een algemeen kenmerk van de jongeren is een zekere macho-cultuur in een overdaad niet alleen van slagwerk maar ook van andere instrumenten die als slagwerk werden ingezet. Morton Feldmans aarzelend adagium `Men behoort steeds een weg open te laten, een beetje open ten minste' was niet aan hen besteed. Men ging er fris en vrolijk op z'n Rotterdams tegen aan, de mouwen opgestroopt. Friso van Wijk noemde een wat rommelig stuk niet voor niets Strijd en Joey Roukens in een viool-pianoduet behandelt de piano als een slaginstrument met de viool er wat verloren piepend tegen aan.

Ook Lars Skoglund, in een compositie voor basklarinet en cd, evolueert de klarinet door middel van een ter zake slaptongue-techniek tot slaginstrument. En nog het meest gedreven is Iyona (Jonas) voor basklarinet, cello, harp, slagwerk en celesta van Philemon Mukarno. Maar dat is dan wel het werk van een componist die weet wat hij wil. Hij is sterk in de opbouw, op een beklemmend Xenakis-achtige wijze, bezwerend ritueel. Aanvankelijk klinken er duo's, eerst voor de in elkaar verstrengelde basklarinet en cello en daarna maakt Mukarno van harp-celesta een wonderlijk gamelanachtig instrument. Vervolgens ontstaat een discours voor het gehele ensemble, het laatste blok is voor de hoog wringende basklarinet en cello, opgezweept door de buisklokken, uitmondend in de steel drums.

Dit is muziek die een concentratie vergt en uithoudingsvermogen, als de spanning wegzakt is Mukarno min of meer verloren.

Concert: DoelenEnsemble. Gehoord 8/5 Rotterdam.