Een boek is nog geen programma voor de verkiezingen...

Een beetje aarzelen doen ze wel, de auteurs van `Na Mars komt Venus', na de vraag of hun boek de aarzelende kiezer op 10 juni bij de Europese verkiezingen zou kunnen overhalen op hun partijen te stemmen. De auteurs zijn Jan Marinus Wiersma van de PvdA en Joost Lagendijk van GroenLinks. ,,Het boek is natuurlijk geen verkiezingsprogramma'', zegt Wiersma. ,,Maar het is meer dan Gedankenspielerei''. Lagendijk is wat stelliger: ,,Het lijkt me wel. Dit wordt hét debat in de komende jaren, en als je dus wilt dat het Europees Parlement daarover meepraat, dan moet je GroenLinks of PvdA stemmen''.

Hét debat dat is de vraag óf, en zo ja hoe, Europa een machtspolitiek tegenwicht moet gaan bieden tegenover de Verenigde Staten. Lagendijk en Wiersma doen daarvoor in `Na Mars komt Venus' een hartstochtelijk pleidooi. Gezamenlijk hebben zij, in Washington, de naar hun smaak ijzingwekkende denkwereld van de Amerikaanse `neocons' verkend, die met de oorlog tegen Irak hun finest hour hebben beleefd, maar in het licht van het debacle van de Iraakse vrede nu misschien wel op de terugtocht zijn.

Hoogste tijd, menen de auteurs, om ernst te maken met de plannen voor een meer gezamenlijke buitenlandse- en militaire politiek in Europa. Warm ondersteunen zij de gedachte aan een verdere uitbouw van de `snelle interventiemacht' van troepen uit de landen van de Europese Unie, ook met commando-eenheden. De in de nieuwe Europese Grondwet voorziene uitbouw van het ambt van `minister van Buitenlandse Zaken' heeft hun instemming, evenals de gedachte om de Europese Unie in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties een permanente zetel te geven.

Maar tegelijkertijd bepleiten Wiersma en Lagendijk nu ook weer niet naakte machtspolitiek van het Amerikaanse neoconservatieve voorbeeld. ,,Het optreden van de Amerikanen in Irak heeft daarvan nu juist ook de beperkingen laten zien'', zegt Lagendijk: ,,Je kunt met brute kracht misschien wel de oorlog winnen, maar niet de vrede.'' Neen, de auteurs streven een Europa als `civiele supermacht' na, die weliswaar de tanden kan laten zien (Mars), maar voor een groot deel toch ook de `zachte krachten' (Venus), zoals het uitoefenen van invloed langs de kanalen van internationale organisaties.

...maar kunnen we op de fracties aan...

Maar goed, laten we zeggen dat er een kiezer is die zich al lang stoort aan het Amerikaanse optreden tegen Irak, nu geschokt elke dag de foto's aanziet van marteling van gevangenen door Amerikanen en meent dat hij op 10 juni met zijn stem daar iets tegen moet doen. Kan hij er dan van opaan, dat de ideeën van Wiersma en Lagendijk, afgezien nog van de Nederlandse partijen waarvoor beiden kandideren voor het EP, gesteund worden door de Europese fracties waarvan zij deel uitmaken?

Inderdaad, verzekert Wiersma. De fractie van de PES (Partij van Europese Sociaal-Democraten, 232 zetels in het scheidende EP van 787) heeft juist in maart een document aangenomen, `Gemeenschappelijke veiligheid in een veranderende wereld', dat zich volgens Wiersma in dezelfde geest beweegt als het boek dat hij zojuist met Lagendijk heeft geschreven. ,,Zelfs de Finnen en Zweden in de PES-fractie, meestal toch zeer beducht voor de militair-neutrale positie van hun landen, gaan daarin mee. En belangrijker nog: ook de Britten.''

Binnen de PES, meent Wiersma, is verder opvallend dat de Poolse, Hongaarse en Tsjechische vertegenwoordigers geleidelijk voor een gezamenlijke Europese militaire- en buitenlandse politiek lijken te worden gewonnen. De hoop van Amerikaanse `neocons' als Rumsfeld dat de `nieuwe Europeanen' door dik en dun veel meer pro-Washington zouden zijn dan de `oude' Europeanen, zal dus niet worden bewaarheid, denkt Wiersma.

Iets gecompliceerder ligt het bij Lagendijks Fractie De Groenen / Vrije Europese Alliantie (47 zetels in het scheidende EP). Daarin zitten nog aanhangers van het `gebroken geweertje', zoals de Britse Groenen, of de Zweden. Maar voor het grootste deel van die fractie is machtspolitiek toch geen vies woord meer, en vooral het optreden van de Duitse Groenen en hun minister van Buitenlandse Zaken Fischer in de afgelopen jaren heeft volgens Lagendijk veel gedaan om de sfeer in de fractie in realistische zin om te buigen.

Maar de voornaamste steun voor hun ideeën detecteren Wiersma en Lagendijk niet in hun fracties, blijkt uit het boek. Zeer hoog geven zij op van Robert Cooper, eens de rechterhand in buitenlands-politieke vraagstukken van de Britse premier Blair en thans als directeur-generaal Gemeenschappelijk Buitenlands- en Veiligheidsbeleid van de EU de rechterhand van Javier Solana, momenteel de `minister van Buitenlandse Zaken' van de Europese Unie.

Het gesprek dat ze met Cooper voerden, heeft, zo wordt uit `Na Mars komt Venus' duidelijk, op de auteurs diepe indruk gemaakt. ,,Je kunt er uit zien dat ook in Londen de overtuiging veld heeft gewonnen dat het voor één land geen zin meer heeft te proberen op eigen houtje Washington te beïnvloeden.'' Dat werkt weer bevorderend op de neiging der EU-landen te proberen gezamenlijk een rol van betekenis op het wereldtoneel te gaan spelen.

...of blijft Den Haag sceptisch?

Is de Haagse politiek eigenlijk al toe aan de Europese buitenlands-politieke bevlogenheid van Wiersma en Lagendijk? Het toespraakje waarmee Bert Koenders, buitenlandwoordvoerder van de PvdA in de Tweede Kamer, vrijdag het boek presenteerde, deed dat een beetje betwijfelen. Het idee van de `civiele supermacht' noemde hij ,,te mooi voor woorden''. Koenders waardeerde toch vooral de intenties van de auteurs.

En alles beter trouwens dan het `schoothondjesgedrag' van het Nederlandse kabinet, dat ,,naïef meent zo in Washington invloed te kunnen kopen en zo de internationale rol van Nederland te versterken''. Koenders pleitte vrij naar Stalin voor het ,,optimisme van de wil'' bij het bedenken van een Europese en Nederlandse buitenlandse politiek naar linkse snit.

`Na Mars komt Venus' verscheen bij Uitgeverij Balans.

De Tweede Kamer is deze week op reces.