Doe-het-zelf-oesterkraker

Wat vrat de carinodens, een mosasaurus die ooit in de omgeving van Maastricht leefde? Paleontoloog Anne Schulp reconstrueerde de muil van deze zeehagedis en kauwde ermee op allerhande zeebanket.

Hoe bouw je de muil van een mosasaurus? Paleontoloog Anne Schulp stapte naar een doe-het-zelfzaak in Maastricht en kocht er voor twee tientjes touw, aluminium strips, bouten, moeren en een katrolletje. Daarmee maakte hij een groot uitgevallen notenkraker. De constructie lijkt nauwelijks op de bek van het dier dat heeft rondgezwommen in de zee die 90 tot 65 miljoen jaar geleden Maastricht bedekte (de Krijtzee). Maar de mosamuil is volgens hem wél geschikt als model om te bepalen welke vissoorten deze zeehagedis destijds op het menu had staan.

Schulp heeft Carinodens gemodelleerd, met een lengte van 2,5 meter waarschijnlijk de kleinste mosasaurus die ooit heeft bestaan. Het mosasaurusje moest zich zien te redden te midden van veel grotere familieleden zoals Mosasaurus hoffmani (17 meter), het beroemde fossiel dat eind 18de eeuw naar Frankrijk is verdwenen – met zogenaamd een paar flessen wijn als symbolische betaling. Fossielen van de mosa-dreumes carinodens zijn uiterst zeldzaam. Amateur-paleontoloog Frans Fonken vond twee jaar geleden een klein kaakfragment van deze soort in de kalksteengroeve van de cementmaatschappij ENCI, ten zuiden van Maastricht. Tot dan toe waren wereldwijd alleen 14 tanden en één ander kaakfragment bekend.

Wat vrat carinodens? Voor een antwoord op die vraag voerde Schulp zijn modelmosasaurusje de afgelopen maanden krabbetjes, garnalen, oesters en ander zeefruit dat hij kocht op de Maastrichtse vismarkt. Alleen voor zee-egels moest hij naar Brussel. ,,Ik bewaar geen bonnetjes'', zegt Schulp. ,,Alles gaat thuis lekker in de soep.''

De paleontoloog kraakt de schelpdieren tussen twee scharnierende aluminiumstrips waarop hij de tandafgietsels van het mosasaurusje heeft bevestigd. In de keuken van het Natuurhistorisch Museum in Maastricht demonstreert hij hoe het provisorische gebitsdeel met een touw kan worden dichtgeknepen. De bijtkracht meet hij met een weegbalans, doorgaans goed voor kilo's vis op de markt.

De Chinese-krabbenscharen die vandaag op het menu staan begeven het al snel. De experimenteel-paleontoloog heeft zichtbaar plezier in zijn onderzoek. ,,Kijk nu klapt ie prachtig in'', zegt Schulp. ,,Als ik nog iets harder druk, dan komt de prut naar buiten. Het geeft nu niet meer als ie uit elkaar klapt, ik hem mijn data binnen. Pas op voor je camera!''

Schulp, die binnen een paar jaar hoopt een proefschrift over de mosasauriërs te voltooien, presenteerde de resultaten van zijn experimentele kraakonderzoek afgelopen weekend op een congres van mosasauruskenners in Maastricht. ,,Mijn belangrijkste ontdekking is dat dit dier het vlees van ammonieten [uitgestorven inktvisachtigen] onmogelijk tussen zijn stramme kaken zou kunnen vermalen'', vertelt hij. ,,Paleontologen baseerden hun hypothesen over het menu van uitgestorven dieren vaak uitsluitend op de vorm en plaatsing van tanden. Op basis daarvan werd dus verondersteld dat carinodens ammonieten vrat. Niet dus. Met mijn proeven heb ik de plaats van deze mosasaurus in het ecosysteem van de Krijtzee wat beter afgebakend.''

Schulp baseerde zijn analyse van de bijtkracht op andere fossielen van mosasauriërs, maar ook op bestaande varanen. Op basis van een vergelijking met deze dieren probeerde hij in te schatten hoeveel kaakspieren passen in de 28 centimeter lange schedel van het dier. Zo onderbouwde hij zijn schatting dat de bijtkracht enigszins vergelijkbaar was met die van de mens.

Een mens heeft geen moeite met rauwe inktvis, dankzij zijn kiezen met scherpe opstaande randjes die keurig in elkaar passen. Het primitieve gebit van carinodens daarentegen, maakte geen schijn van kans op deze rubberachtige materie, zo ontdekte Schulp. Gezien de omvang van zijn keelholte kon de mini-mosasaurus stukken vlees ter grootte van een fikse tennisbal doorslikken. Grotere ammonieten leverden onoverkomelijke problemen op, evenals grotere oesters en grote sint-jakobsschelpen.

Schulp heeft met zijn aluminium notenkraker de smaak te pakken. Graag zou hij een nog veel grotere mosasaurusmuil modelleren. Kandidaat nummer één is Prognathodon saturator, een circa 14 meter lange nieuwe mosasaurussoort met een kop ter grootte van een kleine motorfiets die een paar jaar geleden is opgediept uit de ENCI-groeve. De robuuste bouw van de schedel doet vermoeden dat dit dier een enorme bijtkracht kon ontwikkelen. Schulp denkt dat Prognathodon schilden kraakte van Allopleuron, een zeeschildpad die tot circa drie meter lang kon worden.

Voor een proef op de som volstaat een bezoekje aan de bouwmarkt niet meer. ,,Ik zou bij de autosloop langs moeten'', zegt hij. ,,En een hydraulische pomp nodig hebben. In gedachten ben ik al aan het knutselen. Maar ik moet daar nog niet te veel over dromen. Het is vast ook erg moeilijk om de dode schildpadden te vinden die ik het beest kan voeren.''