De VS zijn geworden wat zij verachten

De overwinning in de `Oorlog tegen de Terreur' is door George W. Bush zelf geschonken aan de aanvallers van 11 september, meent William Rivers Pitt.

Wij hebben allemaal, sinds de aanvallen van 11 september, een lange, duistere, vreemde weg afgelegd. Wij hebben allemaal geleden, angst en woede gekend, soms ook haat. Velen van ons hebben – waarschijnlijk meer dan wij zouden willen toegeven – zo nu en dan de behoefte aan wraak gevoeld, zó diep was de wond die op die afgrijselijke, nooit te vergeten dinsdagochtend in september 2001 is geslagen.

Maar de week die nu achter ons ligt is zo vreselijk, zo afschuwelijk, zo hartverscheurend, dat de diepste morele grondslag van alles wat wij voor goed en nobel houden – de diepste morele basis van de Verenigde Staten van Amerika – op grove wijze aan stukken is gereten.

Wij worden overspoeld met foto's van Iraakse mannen – geen terroristen, gewoon mensen – die opgehoopt op koude vloeren liggen met hondenriemen om hun hals. Wij worden overspoeld met foto's van mannen die meedogenloos geketend zijn, hun ruggen gekromd in ondraaglijke pijn, mannen die gedwongen zijn om voor de camera te masturberen, mannen die gedwongen zijn om voor de camera te doen alsof ze seks met elkaar bedrijven, mannen die met honden worden belaagd, mannen die met elektroden aan hun lichaam, met een kap over hun hoofd, in doodsangst verkeren.

Verbijsterend genoeg moet het ergste nog komen. Na alles wat ons begrip al te boven ging, wacht achter de horizon een nieuwe stortvloed van foto's en video's die nog niet zijn vrijgegeven. Op die foto's en video's, eveneens afkomstig uit de gevangenis Abu Ghraib, zou te zien zijn hoe een groep Amerikaanse militairen een Iraakse vrouw verkracht, hoe Amerikaanse militairen een Iraakse man bijna doodslaan, Amerikaanse militairen die voldaan grijnzend poseren naast in ontbinding verkerende lijken van Irakezen, en Iraakse militairen onder Amerikaans bevel die kleine jongens verkrachten.

George W. Bush wil ons wijsmaken dat deze gruwelen slechts door een klein groepje sadisten zijn bedreven, hij wil ons wijsmaken dat deze gruwelen alleen hebben plaatsgevonden in Abu Ghraib. Maar nu komen de eerste berichten aan het licht over soortgelijk optreden in een tweede Amerikaans detentiecentrum in Irak: Kamp Bucca. Volgens die berichten zijn Iraakse gevangenen in Kamp Bucca geslagen, vernederd, aan handen en voeten vastgebonden, en zijn er schorpioenen op hun naakte lichamen geplaatst.

In de ogen van de wereld is dit het Amerika van nu. Het kan niet als een anomalie ter zijde worden geschoven, want het is in Abu Ghraib telkens en telkens maar doorgegaan, en nu horen wij ook van Kamp Bucca. Volgens de Britse pers worden nog zo'n dertig andere gevallen van foltering en vernedering onderzocht. De regering-Bush heeft haar uiterste best gedaan om deze schande in de doofpot te stoppen door het militaire rapport over de gruweldaden tot geheim te bestempelen. Dat is precies tegen de regels en tegen de wet. Je kunt iets niet zomaar, omdat het gênant en walgelijk is, tot geheim verklaren. Het wás een geheim, maar nu is het uitgelekt, en de duistere, schunnige onderbuik van onze definitie van de vrijheid ligt bloot voor de hele wereld.

De eerste tastbare politieke gevolgen zijn vorige week zichtbaar geworden in het Witte Huis. Parlementariër John Murtha van Pennsylvania, de luidruchtigste defensie-havik van de Democraten in het Huis van Afgevaardigden, heeft samen met Nancy Pelosi, de leidster van de minderheid, verklaard dat het conflict ,,niet te winnen valt''.

Vietnamveteraan Murthy heeft afgelopen dinsdag op een politieke lunch van de Democraten zijn partij geschokt met de uitspraak dat de Verenigde Staten de oorlog in Irak niet kunnen winnen.

,,Niet te winnen.'' Nou, het heeft maar een maand of veertien gekost.

De afgelopen week werd ook de roep om het aftreden van minister van Defensie Donald Rumsfeld steeds luider. Pelosi heeft Rumsfeld ervan beschuldigd dat hij ,,in ontkenning is over Irak'' en heeft gezegd dat Amerikaanse soldaten ,,een groot aantal doden en gewonden meemaken en de Amerikaanse belastingbetaler een enorme prijs betaalt'' omdat Rumsfeld een ,,slecht werk heeft geleverd als Minister van Defensie''. Afgevaardigde Charlie Rangel, een vooraanstaand criticus van de inval in Irak, is tegen Rumsfeld een impeachment-procedure gestart. De druk wordt dus opgevoerd. Maar laten wij in het licht van die ene, machtige formule ,,niet te winnen'' de zaak eens in een breder perspectief bezien. Waarom zijn wij hier ooit aan begonnen? De afgelopen zestien maanden zijn diverse redenen aangevoerd waarom wij dit moesten doen.

Allereerst was er het argument dat Irak massavernietigingswapens bezat. Dat argument is onderuitgehaald. Connecties met 11 september als reden voor de oorlog zijn eveneens onhoudbaar gebleken. Het derde argument voor de oorlog – dat Amerika Irak vrijheid en democratie wilde brengen – is ook al vernietigd, want Amerika wil geen democratisch Irak. Een democratisch Irak zou heel snel een shi'itisch, fundamentalistisch Irak worden, in associatie met de shi'itische, fundamentalistische natie Iran, en dat is een strategische situatie waar niemand, die bij zijn volle verstand is, op zit te wachten.

Wat blijft er nog over? Eén reden waarmee pleitbezorgers van deze regering en voorstanders van deze oorlog ons steeds maar weer om de oren hebben geslagen: Saddam Hussein was een verschrikkelijke, werkelijk verschrikkelijke man. Hij vermoordde en folterde zijn eigen mensen. Zonder hem zijn de Irakezen beter af, en dus is de oorlog gerechtvaardigd.

Dat laatste excuus is nu vermorzeld. Wij hebben bij deze invasie meer dan tienduizend onschuldige Iraakse burgers gedood en talloze andere verminkt. De foto's uit Abu Ghraib laten zien dat wij, net als Saddam Hussein, de Irakezen folteren en vernederen. Erger nog: wij doen dat in dezelfde gevangenis waar ook Hussein folterde. De 'verkrachtingskamers', die Bush zo vaak ter rechtvaardiging van de invasie heeft aangevoerd, zijn terug. Wij staan nu moreel op hetzelfde niveau als de Slager van Bagdad.

De oorlog is verloren. Ik bedoel niet alleen de oorlog in Irak, maar George W. Bush' bespottelijke `Oorlog tegen de Terreur' als geheel. Dit is simpelweg het gevolg van het volslagen gebrek aan morele leiding op de hoogste niveaus. Een uitgelezen voorbeeld daarvan zagen wij vrijdag in de schertsvertoning van de hoorzitting in de Senaat over de ramp in Abu Ghraib, met Donald Rumsfeld als ster en senator Joe Lieberman, die altijd weer, met treurige regelmaat, Bush' ergste oorlogspropaganda napraat, bulderend vanuit zijn preekstoel. Op de vraag of Bush en Rumsfeld niet hun verontschuldigingen zouden moeten aanbieden voor Abu Ghraib, stelde Lieberman dat niet één van de terroristen zijn verontschuldigingen had aangeboden voor 11 september.

Daar had je alles in een notendop. Daar had je het door deze regering zo dikwijls uitgedragen idee dat 11 september ieder barbaars optreden, alle excessen en alle verschrikkingen van de zijde van de Verenigde Staten aanvaardbaar, ja zelfs wenselijk heeft gemaakt. Daar had je de institutionalisering van de wraak als grondslag voor het beleid. Zeker, Abu Ghraib was erg, stelde Lieberman. Maar na 11 september is alles mogelijk. Zo is de 'Oorlog tegen de Terreur' een mislukking geworden. 11 september eiste van ons niet de laagste gemene deler, eiste van ons niet dat wij zouden worden wat wij verachten en aan de kaak stellen. 11 september eiste van ons dat wij groter en rechtvaardiger zouden zijn dan degenen die ons dood en verderf hebben gebracht. 11 september eiste van ons dat wij beter zouden zijn, en dat wij op die manier de wereld zouden laten zien dat de mensen die ons hebben aangevallen, ver onder ons staan. Dát zou een overwinning zijn geweest.

Maar onze leiders hebben ons precies de andere kant op geleid. Van geen van de redenen om naar Irak te gaan rest ook maar een schijntje geloofwaardigheid. De gebeurtenissen in Irak hebben geloofwaardigheid geschonken aan alle propaganda die Osama bin Laden de islamitische wereld heeft voorgeschoteld als reden om Amerika aan te vallen en te vernietigen. De overwinning in deze `Oorlog tegen de Terreur' – van meet af aan een propagandaoorlog – is door George W. Bush zelf, en door hen die zijn onbegrijpelijke stommiteiten mogelijk hebben gemaakt, geschonken aan de aanvallers van 11 september.

De oorlog is verloren.

William Rivers Pitt is hoofdredacteur van nieuwswebsite Truthout en auteur van het boek `War on Iraq: What Team Bush Doesn't Want You To Know'.