De schaamte van heer Abd

Er is iets wat mij hindert aan het verhaal van Hayder Sabbar Abd. U weet, hij is de naakte Iraakse gevangene op de foto met een zak over zijn hoofd, terwijl de Amerikaanse soldate Lynndie England naar zijn geslacht wijst en een duim opsteekt. Zijn verhaal, dat eerst verscheen in The New York Times van 5 mei, voegt niet veel toe aan de foto, maar wat mij aanvankelijk opviel was dat zinnetje dat door alle kranten werd overgenomen. In NRC Handelsblad van 5 mei: Zijn verslag tegenover The New York Times doet hij rustig en zonder blijk van haat. In de Volkskrant van 6 mei: In een twee uur durend gesprek over zijn ervaringen in de Abu Ghraib gevangenis in Bagdad bewaart hij zijn kalmte. Hij vertelt rustig dat hij nooit is verhoord en dat hij nergens van wordt beschuldigd. En twee alinea's verder: Abd spreekt niet met bijzondere wrok over de Amerikaanse bezetting.

De Volkskrant-vertaling komt dichterbij de oorspronkelijke versie in The New York Times: Mr. Abd spoke with no particular anger at the American occupation.

Akkoord, anger is woede en geen wrok, wrok is in het Engels resentment, en in The New York Times is het nog Meneer Abd, terwijl de Nederlanders de man zelfs dát beetje respect niet gunnen, maar ik wil het hier niet hebben over een geval van lost in translation. De essentie blijft het bewonderenswaardige feit dat de heer Abd niet boos is op de Amerikanen, ondanks de verschrikkingen die ze hem hebben aangedaan. Boosheid is wel het minste waar hij recht op heeft, ik zou niet boos zijn, ik zou des duivels zijn en mij onmiddellijk aansluiten bij een zelfmoordcommando.

Toch blijft iets mij storen. Op de foto met de wijzende vinger van Lynndie England zit Hayder Sabbar Abd met een zak over zijn hoofd. Niemand die hem zou kunnen herkennen, hij herkent zichzelf amper, enkel aan de oude littekens op zijn naakte lichaam. De kans dat bijvoorbeeld zijn vrouw die littekens ook zou herkennen lijkt me klein, op het krantenpapier waarop de foto verspreid wordt zie ik al helemaal geen littekens.

Waarom onthult meneer Abd dan dat hij degene op de foto is? Als je je zo diep schaamt om wat er is gebeurd, heb je toch een groot belang bij geheimhouding? Dan zou hij gewoon met zijn vrouw en kinderen terug kunnen naar zijn huis in Nasiriyah, hij zou voor altijd zijn geheim met zich dragen en zijn trauma in stilte verwerken.

Maar nee, hij onthult niet alleen de identiteit van de soldaten, wat enig nut heeft, bij wijze van wraak, hij zegt er nog keurig bij: dat ben ik. Waarom? Om zijn verhaal kracht bij te zetten, om te bewijzen dat hij de waarheid spreekt? Het is niet aan hem om iets te bewijzen, de foto's spreken voor zich en de Amerikaanse militaire politie zal geen moeite moeten hebben de schuldige soldaten op te sporen.

Het is alsof meneer Abd vanuit een of ander onverklaarbaar masochisme zijn schande wil verergeren. Nu kan hij niet meer terug naar zijn huis in Nasiriyah en daar heeft hij zelf het meest aan bijgedragen. Met je blote penis en de vinger van een Amerikaanse vrouw die er breedlachend naar wijst, schijn je in Irak eerloos ten onder te gaan en dat wil ik beslist geloven. Maar ik zou om te beginnen niet verklappen dat dat míjn penis was. Penissen lijken nu eenmaal op elkaar, hoezeer sommigen het tegendeel beweren.

Maar dan zijn we er nog niet. In de Volkskrant staat iets wat in de verkorte versie van NRC Handelsblad verloren is gegaan. Het verhaal in de Volkskrant eindigt zo: Abd zegt dat hij met zijn gezin zou teruggaan naar zijn huis in Nasiriyah, maar dat hij daar niet kan blijven omdat hij zich te zeer schaamt. Hij wil weg uit zijn land. Een aanbod om naar Amerika te verhuizen zou hij, ondanks alles wat is gebeurd, niet afwijzen.

Dit nu is een vorm van ironie die mijn verstand te boven gaat. Zonder je ergens aan schuldig te hebben gemaakt ben je gearresteerd, ontkleed, vernederd en gefotografeerd door de Amerikaanse bezetters. En dan besluit je je verhaal dat je een aanbod om naar Amerika te verhuizen niet zou afwijzen? Wil iemand me dat uitleggen?

Natuurlijk vinden alle arme mensen het aantrekkelijk om in een rijk land te wonen, dat is nu eenmaal de logica van het leven waar alleen de mensen in rijke landen zich tegen verzetten. Maar dit is wel een heel bijzonder geval. Dat veel Vietnamezen na de Vietnam-oorlog naar Amerika zijn getrokken begrijp ik, zoals ik ook begrijp dat vele duizenden gekoloniseerden naar de landen van de voormalige kolonisators zijn gemigreerd, maar als je zegt zó te zijn vernederd zoals de heer Abd doet, als je je zó diep schaamt dat je geen kant meer op kunt, is deze wens om je bij de folteraars te willen voegen mij te cynisch. Alsof de in leven gebleven joden na de Tweede Wereldoorlog met z'n allen naar Berlijn zouden willen verhuizen.

Maar wat mij nog het meeste hindert is het volgende. Gaat u eens naar de webpagina van The New York Times, www.nytimes.com. Meldt u aan, het is kosteloos, al moet u om een of andere reden eerst uw gezinsinkomen en uw e-mailadres opgeven. En ga dan via het archief naar het interview met meneer Hayder Sabbar Abd.

Weet u wat u dan te zien krijgt? Een groot portret van meneer Hayder Sabbar Abd. Zonder zak over zijn hoofd, frontaal en in kleur, blauwwit geruit hemd, lichtgroen T-shirt, keurig bijgeknipte baard, horloge om de pols met daar onder nog net zichtbaar een tatoeage die doet denken aan islamitische symbolen.

Door alle schande wil je dus niet terug naar je huis in Nasiriyah, je zegt erbij een aanbod om naar Amerika te verhuizen niet te zullen afslaan, en je komt niet alleen met je penis, maar ook met je hoofd in de krant in Amerika en via internet in de hele wereld. Dat begrijp ik niet.

ramdas@nrc.nl