Cavalli's La Didone was opera voor Venetiaans volk

Zijn naamsbekendheid is nog steeds minder groot dan die van zijn voorganger Claudio Monteverdi (1567-1643), maar ook de Venetiaanse barokcomponist Francesco Cavalli (1602-1676) speelde een doorslaggevende rol in de ontwikkeling van de opera. Net als Monteverdi werkte Cavalli als kapelmeester van de San Marco, maar daarnaast streefde hij ernaar opera toegankelijker te maken voor een breed publiek.

La Didone (1641) is de derde van de in totaal tweeëndertig opera's die Cavalli componeerde. Al net zo indrukwekkend van aantal bleek zaterdag in de Matinee de vijftienkoppige solistencast die bijeen was gebracht voor de Nederlandse première van dit minder bekende `dramma per musica'.

Deze Matinee zou oorspronkelijk zijn gewijd aan de opera Alceste van Gluck, maar in verband met gewijzigde repetitieroosters bij de opera in Lyon moesten dirigent Marc Minkowski en zijn Musiciens du Louvre verstek laten gaan. De met La Didone inspringende dirigent Gabriel Garrido en zijn Ensemble Elyma maakten de laatste jaren naam met hun enthousiasmerende, ruige cd-opnamen van de opera's van Monteverdi, waarbij de onomwonden expressie van deze roerige Didone aanknoopte.

La Didone laat met schurende dissonanten, aangrijpende lamentaties en elegante instrumentale tussenspelen horen dat Cavalli en Monteverdi elkaar kenden. De opera kent talrijke momenten van grote muzikale schoonheid, maar verkent met een duur van ruim drieënhalf uur ook de grenzen van het menselijk concentratievermogen. Daarbij opereerde het Ensemble Elyma in een maximaal geminimaliseerde, dertienkoppige instrumentale bezetting. Dat leidde tot een soms érg slank geluid. Maar in wendbaarheid en kamermuzikaliteit waren de `sinfonie', wonderschone miniatuurtjes, waarin stormwinden plagend joegen en de vloot van Aeneas zoevend uitvoer.

Het libretto Busenello volgt Vergilius' Aeneïs redelijk trouw, hoewel Dido na Aeneas' vertrek de inheemse koning Jarbas verkiest boven zelfmoord. In het licht van de aangrijpende dramatiek van de voorafgaande gebeurtenissen ligt dat door de Venetiaanse tradities vereiste happy end zwaar op de maag. Maar daar staat tegenover dat Dido en Iarbas' betoverende liefdesduet weer veel goedmaakt.

Gabriel Garrido werkt vaak met vaste zangers, waarbij hij lijkt te vallen voor theatrale stemmen. Bariton Furio Zanasi was eerder met Garrido in de Matinee te gast als wat vlakke Orfeo, maar bleek nu uitgesproken viriele Aeneas, met woeste en weerbarstige uithalen in de recitaties. Eenzelfde bravoure kenmerkte ook de Italiaanse sopraan Emanuela Galli (Didone), die haar toch al mezzoachtige timbre in het lage register kleurde naar een fadoachtig grauwen.

In de als geheel overtuigende cast excelleerde naast François-Nicolas Geslot (Jarbas) ook de kinderlijk puur zingende Pillippe Jarousky (Aeneas' zoontje Ascanias).

Ondanks de uitstekende cast en opwindende scènes (jachtkoor, dobbelscène der hofdames) duurt La Didone vooral in de vele, omvangrijke dramatische recitatieven soms erg lang. Misschien moet je Cavalli's opera's niet alleen horen, maar ook zien. Daartoe bestaan deze week zowaar ook nog mogelijkheden; bij de Muntopera in Brussel leidt dirigent René Jacobs morgen en overmorgen de laatste twee voorstellingen van Cavalli's zwanenzang Eliogabalo.

Concert: La Didone van F. Cavalli door Ensemble Elyma o.l.v. Gabriel Garrido m.m.v. Emanuela Galli, Furio Zanasi, Rebecca Ockengen, Philippe Jaroussky, François Nicolas Geslot e.a. Gehoord: 8/5 Concertgebouw, Amsterdam. Radio 4: 11/5, 20 uur.