Wachten op nummer 154639, kamp 1, tent 9

Toen ik begin december vorig jaar in Bagdad aankwam, was mijn vaste chauffeur Ahmad in Irak niet in gewone doen. Geconcentreerd stuurde hij langs de vele controleposten die het land rijk is, maar zijn brede schouders schokten niet meer van het lachen als tolk Shamil een grap maakte.

Op een dag stond Ahmad niet voor het hotel. Wat bleek: zijn neef was een paar dagen eerder door de Amerikanen opgepakt in Baqouba, een verzetsbolwerk ten noorden van Bagdad.

Het was een van die stomme toevalligheden die een mensenleven kunnen veranderen. Adel Hussein Bresim, een 32-jarige boer, brak zijn been tijdens het werken op het land. Dezelfde avond nog lichtte coalitietroepen hem van zijn bed. Bresim zou deel hebben genomen aan nachtelijke aanvallen op de Amerikaanse basis in Baqouba. Het bewijs: zijn gebroken been. Iemand had de Amerikanen getipt dat hij een verzetstrijders zou zijn. Voor zulke tips wordt doorgaans 2.500 dollar uitgekeerd.

Drie dagen reed Ahmad met zijn familieleden stad en land af om Bresim te vinden, maar de coalitietroepen lieten niets los over het lot van zijn neef. Met Ahmad reed ik naar de stad Tikrit, ooit bakermat van de Ba'ath-partij in de sunnitische driehoek. Ahmad probeerde de lokale basis binnen te komen om te vragen naar de verblijfplaats van zijn neef, maar hij werd bij de poort weggestuurd.

Weken, maanden verstreken zonder dat iemand iets van Bresim hoorde. Geen officiële aanklacht van de coalitietroepen, geen brieven van de Rode Halve Maan. Neef Bresim was verdwenen in de bureaucratische hel van het Amerikaanse detentiesysteem in Irak. Op een dag mailde Ahmad mij dat hij eigenlijk de hoop had opgegeven.

De gewassen op het land vergingen en zijn kinderen hielden op om het vedrwijnen van hun vader te huilen. Totdat een ex-gevangene zich meldde bij de familie. Bresim leefde en verbleef in de beruchte Abu Ghraib-gevangenis in Bagdad, kamp 1, tent nummer 9, vertelde de bezoeker.

Hij was nog steeds niet aangeklaagd, had geen advocaat gezien, en van een rechtszaak was geen sprake.

Bijna gelijktijdig kwam er meer goed nieuws. Iemand had de hand weten te leggen op een lijst van gevangenen die direct vrijgelaten zouden worden. Bresims naam stond bovenaan. De schapen werden klaargemaakt om te worden geslacht voor de feestelijke thuiskomst, kinderen kregen hun mooiste kleren aan. Vader zou thuiskomen. Maar hij kwam niet opdagen.

Toen ik half april weer terugkeerde in Irak, gingen Ahmad en tolk Shamil in het Amerikaanse hoofdkwartier om opheldering vragen. Niemand wist iets, totdat een soldaat een gevangenennummer vond dat bij Bresim hoorde. De neef van Ahmad gaat als nummer 154639 door het leven. Niemand bij de coalitie kan uitleggen of dit nummer zomaar wordt gekozen, of dat er een relatie is met het aantal gevangenen in Irak. Ahmad zei te hopen dat dat laatste niet het geval is.

Met het nummer in de hand trok de familie twee weken geleden vanuit Baqouba naar de Abu Ghraib-gevangenis. Lange hete middagen stonden ze tussen de honderden mensen met dezelfde wens voor de gebarricadeerde poort. ,,Kom morgen maar terug'', was steevast het antwoord. Dus reisde de familie met het openbaar vervoer weer twee uur terug naar Baqouba, ze hebben geen auto. Ze hebben Bresim nog steeds niet gezien.

Deze week zag Ahmad de foto's van Amerikaanse soldaten en Iraakse gevangenen in de instelling waar zijn neef vastzit. Hij kon zijn ogen niet geloven, liet hij mij via tolk Shamil weten. Bresims ouders zijn er erg slecht aan toe, legt hij uit. Ze denken steeds dat hun zoon onder een van die kappen zit die de gevangenen op de foto's dragen.

Twee dagen geleden kwam er een andere ex-gevangene langs in Baqouba. Hij had een mondelinge boodschap bij zich van Bresim. Hij was niet mishandeld, liet Bresim weten. Hij maakt het naar omstandigheden goed. Hij heeft de Amerikanen uitgelegd dat hij niet aan verzetsacties tegen de coalitietroepen heeft meegedaan.

De ex-gevangene vertelde ook dat er de laatste dagen plotseling heel veel mensen worden vrijgelaten uit de Abu Ghraib-gevangenis. Misschien komt Bresim ook wel snel vrij, zei de boodschapper.

Maar Ahmad durft nergens meer op te hopen. Zijn familie houdt de mooie kleren voorlopig in de kast.