Skûlenboarch Rottefalle (Schuilenburg Rottevalle)

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week in het oosten van Friesland.

De berm zit zo vol verschillende bloeiende planten dat hij wel een ouderwetse schoolplaat lijkt (alles benoemen, kinderen, van kleef- tot fluitekruid). Een zandpad voert naar en langs het Bergumermeer, wat zich van verre laat bezien, vanaf een officieel `Uitzichtpunt'. Tussen pad en oever rust een brede strook verboden-toegang-grond. Voeten bij je houden, maar de oren mogen open. Dan hoor je een kikkeropera. Toen we aanschoven was hij al bezig, dramatisch, met lange rollende uithalen en felle tegen-noten.

Ineens is het uit, nog geen slotaccoord wordt ons gegund. Nu ruist alleen het riet, de slordige pluimen buigen zwijgend.

,,Pauze'', meent man. Plausibel, vind ik. Dan is die ene kikker, die ik nu hoor gorgelen, dus aan het stemmen. Met de verrekijker speur ik langs het natte land. Niks pauze. Finale. Geen kikker te zien. Wel fijnkatoenen zonlicht dat al het bewegend groen poetst tot het blinkt. Halverwege het meer zweeft een grootzeil, maat pochet.

Zo'n vijftien leden van een Friese wandelclub delen de route een eindje met ons, tot ze, groetend in hun zingzegtaal, in Eastermar de hoek omslaan en verdwijnen. Wij gaan rechtdoor en belopen dit Friese pad verder zonder concurrentie. En zonder jas. En zonder broekspijpen, die ritsten we af bij dit zachte weer.

Behalve in zand voorziet de route in klinkers en nu hebben we met puin verharde grond onder de voeten. Straks een stukje asfaltweg, daar ligt hij al, die rij bomen verraadt hem.

Licht is sneller dan geluid. Tussen de struiken door zien we blauwe zwaailichten, pas dan horen we de motorfietsen. Het zijn er minstens tien. Vanaf de laatste worden we door een geheven handschoen gemaand tot stilstand. Onder de witte helm zitten blonde krullen. Op de motorescorte volgt een suizende troep wielrenners, achtervolgd door een ambulance en een convooi auto's met reclameteksten.

Tot slot weer een motoragent. Met snor. Hij heft zijn hand. Ik zwaai terug. Narrig kijkt hij om. Hij groette niet, hij stond ons toe om de wandeling voort te zetten.

Stil is het weer. Een scholekster op een hek pronkt met zijn rode priksnavel. Op de akkers houden pelotons meeuwen de wacht over de vette voren. De weilanden zien geel van de overdaad aan paardenbloemen. Kijkt een grazende koe op dan klemt ze zo'n bloem hups tussen haar lippen. De veulens van de Fryske Hynders, de zwarte sokkenpaarden, rollen om en om. Voor hun is het gele gewemel een ballenbak.

15 km. Kaarten 12, 13, 14 uit: Zevenwoudenpad.

Uitg. Wandelplatform-LAW, Amersfoort 2001. Openbaar vervoer is al te tijdrovend. Tel. taxi 0512331333.

Eind mei komt een bundeling uit van deze rubriek,

getiteld `100 x Aan de wandel'. Ter viering van de

verschijning van dit boek is op 28 mei in Kasteel

Groeneveld een high tea voor abonnees met

Joyce Roodnat. Zie www.nrc.nl/webshop