Schoonmaak van halsslagaders halveert de beroertekans

Chirurgische verwijding van dichtslibbende halsslagaders voorkomt beroertes. Dat geldt ook voor mensen die nog geen symptomen van een dreigend herseninfarct hebben, maar wel tot een risicogroep behoren. Dat blijkt uit een onderzoek in 126 ziekenhuizen in 30 Europese landen. Ruim 3100 patiënten uit risicogroepen kregen bloedverdunners of een operatie om de bloedtoevoer naar de hersenen via de halsslagaders te verruimen. In de groep die alleen bloedverdunners kreeg traden tijdens de follow-up periode van vijf jaar twee keer zoveel beroertes op als in de groep die chirurgisch werd behandeld. In de onbehandelde groep kreeg 12% een beroerte, tegen 6% in de groep geopereerde mensen. De helft van die laatste groep (dus 3%) stierf door een beroerte die tijdens de operatie was ontstaan. Dat operatierisico was altijd de grote kwestie rond deze ingreep. Het risico op een beroerte moet hoger zijn dan het operatierisico. En het operatierisico wordt beïnvloed door de ervaring van de chirurg (The Lancet, 8 mei).

De hersenen kunnen niet zonder bloed. Die bloedvoorziening loopt via de halsslagaders. Vernauwingen hierin zijn in de regel het gevolg van atherosclerose, oftewel aderverkalking. Mensen hebben echter vier halsslagaders zodat het dichtslibben van één bloedvat niet op voorhand rampzalig is. De problemen ontstaan meestal pas als meerdere vaten vernauwd zijn. Driekwart van alle mensen die een beroerte krijgen, hebben al eerder een waarschuwing gehad in de vorm van een TIA (Transient Ischemic Attack). Er treden dan kortdurend verlammingen, krachtsverlies, spraakproblemen of eenzijdige blindheid op. Doordat een TIA per definitie snel – meestal binnen enkele minuten – weer overgaat, komt de waarschuwing niet altijd over. Ten onrechte, want in het eerste jaar na een TIA is de kans op een beroerte ergens tussen 10 en 15 procent. Dat maakt het zeer de moeite waard om een vaatonderzoek van de halsslagaders te ondergaan. Als daarbij blijkt dat de vernauwing meer dan 70 procent bedraagt, is operatief ingrijpen één van de opties. Bij de operatie wordt via een snede aan de zijkant van de hals de slagader opgezocht en van binnen `schoongemaakt'. Dat is een forse operatie, waarvoor men een kleine week in het ziekenhuis wordt opgenomen. Het alternatief is het toedienen van bloedverdunnende middelen zoals aspirine, ook al blijft daardoor het probleem van de vernauwing op zichzelf bestaan.

De operatieve ingreep wordt al jaren uitgevoerd bij mensen die al eens een TIA of andere symptomen van een aankomende beroerte hadden. De ingreep is echter niet zonder risico. Ongeveer een op de vijftig mensen krijgt tijdens de operatie een beroerte. Dat roept de vraag op of het verantwoord is om ook mensen die nog geen neurologische symptomen hebben, maar wel aanzienlijke vernauwingen in de halsslagaders, aan deze risico's bloot te stellen. De auteurs van het artikel erkennen dat de patiënten eerder tien dan vijf jaar gevolgd moeten kunnen worden om tot houtsnijdende uitspraken te kunnen komen.