Om te huilen

Niet iedereen is gelukkig met de overvloedige aandacht die het vmbo de laatste tijd ten deel valt. Die aandacht is natuurlijk niet altijd even vleiend voor dat nieuwe schooltype. Hoewel, nieuw, echt nieuw is het niet. Het is veeleer oude wijn in één grote nieuwe zak. Daarin schuilen ook veel van de bezwaren die tegen het vmbo worden ingebracht: dat een aantal verschillende, herkenbare schooltypen allemaal onder de noemer vmbo zijn gebracht.

Sommige scholen hebben ervoor gekozen de theoretische richting, dus de mavo, apart te houden of onder te brengen bij de vestiging havo-vwo. Dit feit alleen al demonstreert dat het beleid iets heeft opgelegd wat die scholen niet wilden. En als je die scholen vraagt waarom ze dat zo doen, zullen ze antwoorden dat zij daarmee tegemoet willen komen aan de wensen van de ouders. Want als ouder stop je je kind niet graag in zo'n onduidelijke zak.

Rest de vraag: wat heeft beleidsmakers bezield om over te gaan tot de instelling van het vmbo? In de meeste gevallen gingen zowel de leerlingen met een vbo- als die met een mavodiploma, naar het middelbaar beroepsonderwijs. Al jaar en dag is dat het geval. In het mbo kwamen dus voor een deel leerlingen die een meer theoretische en, voor een ander deel, leerlingen die een meer praktische opleiding hadden gevolgd. Toen bedachten beleidsmakers dat niets zo mooi is als een doorlopende leerweg. Laten we dus al die leerlingen samen, in één school, voorbereiden op die leerweg die doorloopt naar het mbo.

Dat concept van doorlopende leerweg oogt zo logisch, dat men zich niet realiseert dat dit doorlopen in één bepaalde richting als nadeel heeft dat andere richtingen worden uitgesloten. En omdat het gaat om jonge kinderen, is dat iets wat ouders niet willen. Dat geldt natuurlijk vooral waar het gaat om kinderen van wie niet duidelijk is wat ze willen of kunnen. Dat dit lang niet altijd duidelijk is, was een van de uitgangspunten van de Mammoetwet met zijn mogelijkheid van horizontale doorstroming, van mavo naar havo naar vwo. Door de invoering van het vmbo heeft de selectie aan het eind van de basisschool het karakter gekregen van een definitief oordeel. Met als gevolg dat na het bekend worden van de uitslag van de Cito-toets er op veel scholen heel wat wordt afgehuild. Vooral onder allochtone leerlingen, zo vertelde mij onlangs een schoolbestuurder. Die zijn vaak heel ambitieus en als ze dan te horen krijgen dat ze een vmbo-advies hebben, stort hun wereld van verder leren in elkaar. En die van hun ouders. Dat is natuurlijk treurig temeer waar juist in deze categorie veel leerlingen zitten die als gevolg van de handicap van hun taalachterstand, meer in hun mars hebben dan op dat moment ogenschijnlijk het geval is.

Als je werkt op een school voor vmbo en je uiterste best doet om er het beste van te maken, is het natuurlijk niet plezierig telkens weer te lezen dat het vmbo er nooit had moeten komen. Dat verwijt heb ik de laatste tijd vaak moeten horen, en dat begrijp ik ook best. Dat is natuurlijk ook niet leuk. Maar ik vind het wel dom om de media te verwijten dat ze vooral oog hebben voor de problemen in het vmbo en dat ze daarmee bijdragen aan een negatief imago. Wees blij, zou ik zeggen, met die aandacht. Er is jarenlang nauwelijks aandacht geweest voor het onderwijs, zodat allerlei onzinnigs kon worden bedacht. De basisvorming en het vmbo zijn daar de trieste voorbeelden van. Die basisvorming is, dankzij publicaties over het onwerkbare karakter ervan, weer snel verdwenen. Hopelijk gaat het vmbo dezelfde weg terug.

Prick@nrc.nl