Olie de achilleshiel van de industrielanden

Olie duurder dan ooit? Onzin, meent het Duitse opinieweekblad Die Zeit. De brandstof ,,kost niet eens zo veel als gemiddeld in het jaar 1980'', qua prijspeil het hoogtepunt van de toenmalige oliecrisis. Gecorrigeerd voor inflatie ligt ,,de reële olieprijs ruim beneden het niveau van een kwart eeuw geleden''. Veel erger is het volgens het blad dat de situatie niet essentieel is veranderd sinds de oliecrisis van de jaren zeventig met zijn verplichte autovrije dagen. Net als toen staan toppolitici uit alle landen met de hoed in de hand op de stoep bij de OPEC, de Organisatie van olie-exporterende landen, smekend om de productie op te voeren zodat de prijzen kunnen dalen. Daaruit blijkt evenals vroeger de economische kwetsbaarheid en de politieke hulpeloosheid van de industrielanden, meent het blad.

In feite is de afhankelijkheid van aardolie nog groter dan in de jaren zeventig. Hoewel het verbruik per auto is gedaald, gebruiken de automobilisten gezamenlijk twee keer zoveel dieselolie en benzine als in 1970. Dat is gevaarlijk, want naarmate de olievoorraad in de Noordzee kleiner wordt, groeit de macht van een handjevol landen in het Nabije Oosten. De vraag of dat wel of niet terecht is speelt geen rol, stelt het blad vast. Waar het om gaat is dat de grootste olievoorraad ter wereld daar onder het woestijnzand ligt. Volgens het blad wordt het tijd om af te kicken van aardolie en om alle kaarten te zetten op nieuwe technologie. Immers, auto's met brandstofcellen die waterstof gebruiken zijn allang meer dan een wereldvreemd visioen.

Als een duivel uit een doosje duikt ook de atoomenergie weer op, net als in de jaren zeventig en tachtig. Atoomenergie, schrijft het Amerikaanse beursweekblad Barron's, is het beste alternatief voor energie uit aardolie. Steenkool is goedkoop maar vuil. Aardgas is en blijft duur. En alle andere alternatieven zoals waterstof kunnen maar een fractie genereren van de elektriciteit die de Amerikanen nodig hebben. Juist nu het economisch herstel lijkt door te zetten blijkt pijnlijk duidelijk hoe afhankelijk dit is van de energieproductie, schrijft het blad. Het Amerikaanse ministerie van Economische Zaken voorspelt dat de capaciteit voor het produceren van elektriciteit de komende twintig jaar moet uitbreiden met 350.000 megawatt. Gezien de te verwachten schaarste zou je denken dat de elektriciteitsbedrijven in de rij staan om atoomenergiecentrales te mogen bouwen. Dat is niet het geval. Dat komt volgens het blad doordat de Amerikanen het bouwen van zulke centrales zijn verleerd. In de Verenigde Staten is de laatste twintig jaar geen enkele atoomenergiecentrale meer gebouwd.

Dat is koren op de molen van Anne Lauvergeon, topvrouw van Areva, de Franse onderneming voor nucleaire energie. Deze staat volgens het Amerikaanse tweewekelijkse blad Fortune te trappelen om de Amerikanen van dienst te zijn met up-to-date expertise. De `Queen of Nukes' gelooft heilig in de wederopstanding van atoomenergie. Want de kern van de zaak is volgens haar dat het onmogelijk is de mondiaal groeiende vraag naar energie te dekken zonder atoomenergie. Natuurlijk, schrijft het blad, kun je dat gemakkelijk af doen als een preek voor eigen parochie. Immers, Frankrijk is een land zonder oliebronnen en heeft sinds de oliecrisis in 1974 alle kaarten op atoomenergie gezet.

Alternatieven voor olie zijn in de Verenigde Staten nauwelijks aan de orde. De regering-Bush heeft de uitgaven voor onderzoek naar alternatieve energiebronnen verlaagd, evenals de voorgaande regering-Clinton, schrijft het Amerikaanse zakenblad BusinessWeek in een artikel over de vraag in hoeverre bedrijven en consumenten zich zorgen moeten maken over de stijging van de olieprijzen. Het blad verwacht dat de prijs de komende maanden verder zal stijgen, maar voorziet geen tekorten en wachtrijen bij de pomp zoals in 1974. Dat neemt niet weg dat verhoging van de energieprijzen economische groei in de weg staat. Deze vermindert met 0,25 procent bij een prijsverhoging van 10 dollar per vat, zo weet het blad van David Wyss, econoom bij Standard & Poor. En volgens het Internationale Energie Agentschap (IEA) zou de economische groei wereldwijd 0,5 procent hoger zijn geweest gedurende de laatste drie jaar, als de olieprijs 25 dollar per vat was gebleven, het prijspeil van 2001. Hoewel de Amerikanen zich niet al te veel zorgen hoeven te maken is er volgens het blad weinig speelruimte. Daarom heeft de regering-Bush de milieuregelgeving versoepeld om de aanvoer van olie, met name die uit het buitenland, zo gemakkelijk mogelijk te maken. Want de Amerikanen zijn voor 9 procent afhankelijk van aanvoer uit het buitenland.

De wereld moet zich wel degelijk zorgen maken over de olievoorziening maar niet wegens de prijsstijging, vindt het Britse weekblad The Economist. Evenals Die Zeit stelt het blad vast dat de prijs van 40 dollar per vat nog lang niet zo hoog is als in 1980, de inflatie meegerekend. Bovendien zijn Amerika's benzinevoorraden al drie weken achtereen gegroeid met gemiddeld 4 miljoen vaten, tot totaal 204 miljoen vaten. Deze gegevens zijn afkomstig uit een rapport dat het Amerikaanse ministerie van Energie op 5 mei publiceerde. Nee, wat echt zorgen baart is dat de centrale bank van OPEC van binnenuit onder vuur ligt. Het blad doelt op de aanval die gewapende aanvallers vorige week uitvoerden op een buitenlandse onderneming in Saoedi-Arabië, het koninkrijk waar zich 60 procent bevindt van de wereldoliereserve.