Milieuregels voor Europa te `zacht'

Het gepolder in het Nederlandse milieubeleid staat haaks op het hiërarchisch denken in Brussel, stelt het RIVM. Staatssecretaris Van Geel ziet geen probleem.

Een onwelkome boodschap voor staatssecretaris Pieter van Geel (Milieu) aan de vooravond van het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie. Gisteren publiceerde het Milieu- en Natuurplanbureau van het RIVM de jaarlijkse Milieubalans waarin staat dat het Nederlandse milieubeleid niet goed genoeg is voor Brussel. RIVM-directeur Klaas van Egmond: ,,Het milieubeleid is goed, maar niet goed genoeg om Europa tevreden te stellen.''

Als een van de oorzaken noemt het planbureau het ,,groeiend spanningsveld'' tussen het `harde' Europese milieubeleid en de `zachte' manier waarop Nederland de strenge Europese normen uitwerkt in overleg met provincies, gemeenten, bedrijven en particulieren. Van Egmond sprak bij de presentatie gisteren van een ,,hiërarisch getint'' Europees beleid op het gebied van milieu, water, ruimte en natuur versus de Nederlandse overlegcultuur. ,,Europa zegt: gij zult maximaal vijftig milligram nitraat per liter in het bovenste grondwater hebben. Nederland stelt daar een decentraal en participerend beleid tegenover.''

Als voorbeelden gelden het Nederlandse grotestedenbeleid en het reconstructiebeleid voor het platteland. Er wordt daar zo veel ,,gebiedsgericht'' en ,,integraal'' beleid gevoerd dat keiharde milieudoelen er soms bij inschieten. Zo mogen steden in sommige gevallen geluidsnormen overschrijden als er een grote behoefte aan woningen bestaat. Ook bij de reconstructiegebieden worden ,,afwegingen'' gemaakt tussen milieunormen en lokale economie. Conclusie van het RIVM: ,,Hierbij bestaat de kans dat de milieukwaliteit het in de praktijk bij de afweging op regionaal en lokaal niveau onbedoeld aflegt tegen politieke en economisch krachtiger belangen.'' En dan komt Nederland in conflict met de Europese Commissie. Nederland behoort volgens het Natuur- en Milieuplanbureau tot de ,,achterblijvers in Europa'' bij het toepassen van Europese richtlijnen. Enkele jaren geleden zorgde de Vogelrichtlijn voor onrust, nu zijn dat de Nitraatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water.

Staatssecretaris Van Geel houdt de moed erin, zo bleek gisteren uit zijn reactie. Hij gelooft niet dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen de achterblijvende implementatie van richtlijnen uit Brussel en de Nederlandse hang naar decentralisatie. Van Geel: ,,Onze bestuurscultuur staat niet ter discussie. Wij willen zelf kunnen bepalen hoe wij de Europese regels uitvoeren. Het is volstrekt normaal dat wij dat totaal anders doen dan Malta of Litouwen.'' Sterker: de Nederlandse overlegcultuur bevordert volgens Van Geel zelfs goede resultaten. ,,We polderen om de Europese doelen te halen. Wij overleggen met sectoren om bijvoorbeeld de uitstoot van verzurende stoffen te reduceren. Dat is beter dan Gods water over Gods akker te laten lopen.'' Als voorbeeld noemde hij het afvalbeleid. ,,Op basis van afspraken die we met verschillende partijen hebben gemaakt, staan wij daarin aan de top in Europa.'' Dat Nederland een aantal Europese doelen niet haalt, heeft volgens Van Geel andere oorzaken. Zo heeft het kabinet er ,,bewust voor gekozen'' het halen van de doelen voor geluid en bodem uit te stellen, ,,omdat de schade daarvan niet onherstelbaar is''. Wacht maar af, zegt Van Geel, in 2010 zal Nederland de meeste Europese milieudoelen wel degelijk gehaald blijken te hebben.