Marihuana in de mist

Scholen die een lesprogramma gebruiken dat riskant gebruik van tabak, hasj en alcohol moet voorkomen hebben niet minder maar juist meer leerlingen die regelmatig wiet roken.

`HET PROJECT DE Gezonde School en Genotmiddelen is het meest succesvolle preventieprogramma.' Dat schrijft het Trimbos-instituut in een promotiefolder over haar lesprogramma. Maar scholieren die het voorlichtingsmateriaal gebruiken, hebben meer kans om marihuana te gebruiken dan jongeren die dit programma niet volgen. Dit blijkt uit een rondgang langs deskundigen naar aanleiding van de oratie van de Nijmeegse orthopedagoog prof. dr. Rutger Engels.

`De Gezonde School' is een paradepaardje van het Trimbos-instituut, hét Nederlandse kennisinstituut voor geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg en maatschappelijke zorg. Het Trimbos-instituut functioneert als schakel tussen wetenschap, politiek en praktijk.

Het voorlichtingsproject is veruit het meest gebruikte preventieproject tegen riskant gebruik van genotmiddelen in het voortgezet onderwijs. Ruim tweederde van alle scholen voor voortgezet onderwijs gebruikt het, circa 350.000 leerlingen volgen jaarlijks de bijbehorende lessen. Het programma bestaat al twaalf jaar. Bijna alle GGD's en Instellingen voor Verslavingszorg bieden ondersteuning. `Onderzoek wijst uit dat het project een positief effect heeft op de kennis en het gedrag van jongeren', schrijft het Trimbos-instituut in zijn promotiefolder.

Die conclusies komen van Rescon, een onafhankelijk onderzoeksbureau dat van 1995 tot 1998 negen scholen die meededen aan `De Gezonde School' vergeleek met drie niet-deelnemende scholen. Volgens het Trimbos-instituut is toen de effectiviteit van het preventieprogramma aangetoond.

preventie

Maar prof.dr. Rutger Engels, orthopedagoog van de Katholieke Universiteit Nijmegen en deskundig op het gebied van verslavingspreventie, denkt daar anders over. In zijn oratie in januari van dit jaar stelde hij dat het project amper effect heeft op het rook- en drinkgedrag van jongeren. ``Uit het onderzoek bleek zelfs'', zei hij, ``dat scholieren die dit programma volgden meer kans hadden om marihuana te gebruiken dan jongeren die dit programma niet volgden.''

Engels wil de kritische uitlatingen in zijn oratie niet publiekelijk toelichten. Wel wordt zijn mening gedeeld door dr. Theo Paulussen, onderzoeker bij TNO Preventie & Gezondheid in Leiden, met als specialisme gezondheidsbevordering op scholen. ``De conclusie dat het een effectief lespakket is, is misplaatst. Er is zelfs een averechts effect gemeten.''

In populaire, Nederlandstalig teksten over `De Gezonde School' laat het Trimbos-instituut een averechts effect onvermeld. In de factsheet en op de website staat er niets over. Maar in een Engelstalige wetenschappelijke artikel in het tijdschrift Addiction (2002) van Trimbos-auteurs komt het onbedoelde negatieve effect van de voorlichting over cannabis wèl naar voren: `Unexpectedly, the intervention seemed to result in a somewhat more frequent use of marijuana among those who use it.' Op de negen scholen die gedurende drie jaar met het gezonde-schoolproject hebben gewerkt, zijn na afloop weliswaar iets minder leerlingen die cannabis gebruiken maar meer leerlingen die dat regelmatig doen dan op de drie controlescholen. Meer onderzoek naar dit effect is nodig, concluderen de auteurs van het artikel.

``Inderdaad, er was een negatief resultaat'', zegt de eerste auteur van het Addiction-artikel prof.dr. Pim Cuijpers, hoogleraar klinische psychologie aan de Vrije Universiteit en wetenschappelijk coördinator van het Trimbos-instituut. Concreet: het project zou onder de 350.000 deelnemers wel eens 1.050 extra regelmatige wietgebruikers kunnen genereren. Cuijpers houdt het er op dat het verschil niet significant is: ``Je kunt beslist niet concluderen dat de toename in gebruik het gevolg is van het voorlichtingsproject.''

Drs. Ingrid Schulten is bij het Trimbos-instituut projectleider van De Gezonde School. ``Wanneer het goed wordt uitgevoerd is het project effectief'', zegt zij. ``Dit is het enige project waarvan de effecten in wetenschappelijk onderzoek van voldoende kwaliteit zijn aangetoond.'' Schulten onderstreept dat naar aanleiding van de evaluatie aanpassingen zijn gedaan. Het programma is uitgebreid met lessen voor de bovenbouw. En er is extra aandacht voor de implementatie. Dit omdat de kans op averechtse effecten groter is als het project niet samenhangend wordt gepresenteerd, aldus Schulten. Ondanks die extra aandacht signaleert ze dat scholen de neiging hebben de krenten uit de pap te pikken en maar een paar lessen te geven.

``Het is echter goed mogelijk dat door louter voorlichting het aantal gebruikers toeneemt'', zegt TNO-onderzoeker Theo Paulussen. ``Dat zie je ook wel eens bij roken. Soms krijgen leerlingen dan voor het eerst informatie over een middel. Ze praten er over en dan kan een drang tot experimenteren ontstaan.'' Veel zorgen maakt hij zich niet over dat averechtse effect. ``Eigenlijk veroorzaakt het programma bijna niks, niet in de gewenste richting noch in de ongewenste richting. En veel hogere ambities moet je niet koesteren met een lessenserie waarin over ieder probleemgedrag drie lessen worden gegeven. Uit Amerikaanse studies blijkt dat preventieprogramma's wel effectief kunnen zijn, maar dan gaat het altijd om veel intensievere interventies.''

In de genotmiddelenlessen van De Gezonde School komen ook nicotine, alcohol en gokken aan de orde. Het programma, blijkt uit de evaluatie, vertraagt de toename van alcohol- en tabaksgebruik in de leeftijdscategorie van 13 tot 17 jaar. Maar in het jaar na afloop van het project buigen de rook-curves van wel en niet voorgelichte leerlingen al naar elkaar toe. Volgens de critici Engels en Paulussen is het effect ook bij alcohol zeer betrekkelijk aangezien het percentage drinkers in dezelfde vier levensjaren stijgt van rond de dertig naar iets tussen de zeventig en tachtig. Maar Cuijpers benadrukt het positieve effect: ``Degenen die drinken, drinken minder en minder vaak.''

Er is één positief effect op alle marihuanagebruik: twee procent minder gebruikers. Maar het aantal regelmatige gebruikers stijgt. Ook hier verdwijnen de verschillen na afloop van het project.

Hoe kan het dat zo'n grootschalig project met zulke minimale effecten wordt voortgezet? ``Dat heeft met geld te maken'', meent Paulussen. ``Als je zegt: ik heb een kunstje en het werkt niet, dan vervalt je kans op vervolgsubsidie. Instituten worden ook gedreven door het veiligstellen van het eigen marktaandeel.'' Paulussen verdedigt overigens het Trimbos-instituut. ``Zij hebben de effectiviteitsvraag tenminste nog gesteld. Er wordt nogal wat geld weggegeven aan programma's waar helemaal nooit wetenschappelijk onderzoek aan te pas komt.'' Om blijvend effect te sorteren zou er meer moeten gebeuren, dat weet ook het Trimbos-instituut. Daarom worden er andere activiteiten ontwikkeld, zoals billboardcampagnes en voorlichting in het uitgaansleven.

probleem

Volgens Paulussen wil ook de politiek maar al te graag geloven dat `De Gezonde School' een effectief programma is: ``Politici kunnen op die manier laten zien dat ze iets doen. Voor de scholen geldt hetzelfde. Ze worden geconfronteerd met jongeren die roken en blowen en drinken. Het is een zichtbaar probleem, maar voor vijftien lessen alleen over roken hebben ze geen tijd.''

Op scholengemeenschap De Goudse Waarden in Gouda is conrector Gerdien Kuiper al tien jaar coördinator van het project voor de havo/vwo afdeling. Zij is heel tevreden over De Gezonde School. En nu ze weet dat de interventie nauwelijks effectief is? ``Dan nog vinden we het een goed project'', zegt ze. ``De leerlingen waarderen het dat we er iets aan doen, de ouders ook. We kunnen uit de voeten met het materiaal. En als we er meer tijd in zouden moeten steken, dat zou simpelweg niet haalbaar zijn. Tegenwoordig moeten scholen alles.''

``Het komt iedereen veel te goed uit dat dit project er is'', zegt Paulussen, ``dus niemand stelt echt de vraag naar de effectiviteit.''