Kijken we vanavond naar de wilde zwijnen? Of worden het toch de aapjes?

Op tv en internet zijn steeds meer dieren die gefilmd worden – met steeds minder regie. Ellen de Bruin over moderne dieren-televisie.

Wie wat over mensen wil leren, moet eens gaan kijken naar tv-programma's waarin dieren voorkomen. Om te beginnen naar natuurfilms. Dat lijken op het eerste gezicht misschien brave één-op-één weergaven van wat zich zoal in bos, woestijn of oceaan aan dierenleven afspeelt, maar eigenlijk gaan ze over mensen, over hoe mensen denken. Frans van der Helm beschreef vorig jaar in deze krant hoe dierenfilmers ooit lemmingen met emmers tegelijk van een klif de zee ingooiden, waar ze verdronken – alleen maar omdat dat is wat mensen denken dat lemmingen doen, zich massaal vanaf kliffen in zee storten. Filmmakers bonden vroeger ook wel hertjes in het bos vast, om het de gefilmde beren makkelijk te maken. Want beren eten voornamelijk vegetarisch, maar dat paste niet in het cliché-schrikbeeld van de grote boze beer. En men vond het saai, om naar te kijken.

Maar natuurfilms gaan ook op een veel directere manier over mensen. Zo ging een vaderleeuw in de jaren vijftig nog op jacht om voedsel voor zijn vrouw en kinderen te vangen. Kom daar nu nog maar eens om! Jagen gebeurt tegenwoordig weer in groepen en daar doen vrouwtjes ook aan mee. Sterker nog, vrouwtjesdieren in natuurfilms zijn tegenwoordig een soort supermoeders, schreef Van der Helm, die hun zorg- en jachttaken knap weten te combineren.

Niet alleen natuurfilms gaan met hun tijd mee, ook andere tv-programma's waarin dieren de hoofdrol spelen. In de jaren zestig en zeventig waren dieren helden, net als hun menselijke tijdgenoten: honden als Boomer, Lassie en Rin Tin Tin waren vergelijkbaar met slimmeriken als Columbo, The Saint of Derrick. Maar het heldendom is veranderd. Moderne helden, om te beginnen de menselijke, hoeven niet meer allemaal per se iets bijzonders te presteren. Tegenwoordig willen we óók graag gewone mensen zien waar toevallig iemand een camera heeft opgezet. We willen soaps: series waarin eigenlijk niks gebeurt, behalve dat de hoofdrolspelers elkaar in wisselende combinaties zoenen en bedriegen. We willen huilen van opluchting en verdriet bij live gefilmde operaties of zoektochten naar vermiste familieleden. We willen het dagelijks leven zien van de Frans Bauers van deze wereld. En het hoeft allemaal niet per definitie op tv: er zijn soaps te ontvangen op mobiele telefoontjes, en als er van Paris Hilton ergens een leuk filmpje op internet rondwaart, zijn we niet te beroerd om het te downloaden.

De dierenprogramma's blijken deze trends moeiteloos bij te houden. Sterker nog: ze zijn meestal leuker dan de mensenvariant. Het is fijner om mee te leven met een lief pluizig berberaapje op een operatietafel dan met een of andere wildvreemde kerel met een liesbreuk. Patty's Posse háált het, zeker wat schattigheid betreft, niet bij Poesjes. En dat de internethit Pig Brother leuker is dan het televisieprogramma Big Brother, daar hoeven we het al helemaal niet over te hebben.

    • Ellen de Bruin