Kiezelalgen

Kiezelalgen `drijven niet alleen mee in de bovenste lagen van het water van zee en binnenwateren', zoals beweerd in W&O van 24 april. Naast deze planktonische soorten komen kiezelalgen of diatomeeën in zeer grote hoeveelheden voor als begroeiing op waterplanten en op en in het sediment. Zo zijn zand- en modderbanken in de Waddenzee overtrokken met dikke lagen.

Silicaat in het milieu is inderdaad een beperkende factor voor de groei van diatomeeën, maar uitgerekend Rhizosolenia-oorten hebben slechts een zeer zwak verkiezeld pantsertje. Het skelet is weliswaar `relatief groot' als gevolg van de naaldvorm, maar bevat zo uiterst weinig silicaat dat Rhizosolenia's zelfs niet als intacte schaaltjes fossiel worden gevonden. Alleen het kleine puntige kapje aan de uiteinden wordt in fossiel materiaal nog wel aangetroffen, de rest van de schaal verteert.

Andere fossielen van kiezelalgen zijn verre van `zeldzaam'. Kiezelalgen horen juist tot de meest abondante (micro)fossielen. Diatomeeën blijven uitstekend als fossielen bewaard aangezien het kiezelpantsertje even duurzaam is als een kiezelsteen. Fossiele afzettingen van diatomeeën kunnen tientallen meters dik zijn en zich over kilometers uitstrekken het aantal schaaltjes daarin is niet te becijferen. Ze komen wereldwijd voor, met als bekende vindplaatsen bijvoorbeeld Oamaru in Nieuw Zeeland, Lompoc in Californië en het eiland Mors, Denemarken. Deze afzettingen worden sinds meer dan een eeuw grootschalig ontgonnen voor de productie van dynamiet, tandpasta, filters in de bierindustrie en vulling van kattenbakken.