Juist Nederland maakt EU-drugsbeleid

Volgende week spreken vertegenwoordigers van de EU-lidstaten in Dublin over een nieuwe Europese drugsstrategie. Nederland doet de eerste voorstellen.

Een Europese drugsstrategie opstellen, waarin vijfentwintig landen, van Portugal tot Letland, van Groot-Brittannië tot Slowakije, zich kunnen vinden – dat is een vrijwel onmogelijke opgave. En komende maand moet uitgerekend Nederland, wereldwijd geprezen en beschimpt om het afwijkende drugsbeleid, als aankomend EU-voorzitter met een tekst komen die voor alle lidstaten aanvaardbaar is – ook voor een land als Zweden, dat in Europa bekend staat om zijn repressieve drugsbeleid. De nieuwe strategie mag dus niet te liberaal worden, maar ook niet te streng, zeggen de twee Nederlandse auteurs van de voorstellen, de onderzoekster Nicole Maalsté van het Rotterdamse onderzoeksbureau IVO en de Europese projectleider Internationalisering Maurice Gallà van het Trimbos-instituut voor verslavingszorg.

De belangrijkste inzet voor Nederland is een drugsaanpak die is gestoeld op de volksgezondheid, en niet meer louter op de strafrechtelijke kant zoals in de meeste Europese landen het geval is. Zo stellen Nederland, Ierland, het Verenigd Koninkrijk en Luxemburg voor dat Europa onderzoek doet naar de effecten van drugsbeleid. Een voorbeeld. Als er een nieuwe drug op de markt komt, kan deze direct verboden worden. Maar ook kan eerst worden onderzocht wat de drug precies doet, wie het gebruikt, en waarom. Dergelijk onderzoek kan ook worden gedaan naar de gezondheidsschade van drugsgebruik, zoals Nederland in de jaren zestig en zeventig al liet doen.

,,Het zou een belangrijk winstpunt zijn van de nieuwe strategie wanneer Europa afstand neemt van de symboolpolitiek van grote woorden en als het doelen stelt die haalbaar, meetbaar en effectief zijn en bovendien effectiever met bestaande middelen omgaat'', zegt Gallà.

,,We weten zo langzamerhand wat werkt bij drugsverslaving, en wat niet'', zegt Gallà. ,,Nu moeten we dat eens gaan uitvoeren.'' Deze nieuwe, meer op feiten gebaseerde benadering betekent volgens hem ook dat politie en justitie nadrukkelijker moeten aantonen in hoeverre hun beleid succesvol is.

Overigens blijven drugs voor Nederland een heikel onderwerp wegens het afwijkende eigen beleid. In de tekst van de nieuwe drugsstrategie wordt bijvoorbeeld doelbewust de term harm reduction (beperking van de schade voor de gezondheid) vermeden, al jaren het anker van het Nederlandse drugsbeleid.

,,Te veel landen in Europa associëren harm reduction met het Nederlandse beleid, en dus ook met coffeeshops en gebruikersruimten'', zegt Gallà. ,,Ook al zijn andere landen het eens met het principe van harm reduction, de term moet zorgvuldig worden gemeden.'' Vandaar dat vooral term risk reduction (beperking van de risico's van drugsgebruik) wordt gebruikt.

Verder probeert Nederland te voorkomen dat in de nieuwe strategie specieke soorten drugs worden genoemd, zoals hennep of synthetische drugs (onder andere ecstasy), waarvoor een speciale opsporingsprioriteit zou moeten gelden. In de vorige drugsstrategie werd een harde aanpak van synthetische drugs nog wel apart genoemd, in het concept dat nu voorligt niet meer.

,,Anders bestaat de mogelijkheid dat sommige landen de Nederlandse regering zullen vastpinnen op een harde aanpak van de hennepteelt of op de productie van synthetische drugs'', zegt Maalsté. ,,Nederland wil voorkomen dat het steeds maar weer wordt geassocieerd met synthetische drugs en hennep. Nederland is nu voor veel landen tulpen, molens en ecstasy. Daar wil de Nederlandse regering van af.''

Volgens Maalsté houden de bedenkers van de voorstellen – in Nederland de ministeries van Volksgezondheid en van Justitie – zich om strategische redenen ook op andere terreinen op de vlakte. Een scheiding van de markten van softdrugs en harddrugs, die in Nederland al dertig jaar geldt, is in Europees verband nog altijd uit den boze.

Maalsté: ,,Ook al zie je dat in allerlei landen dat onderscheid tussen softdrugs en harddrugs in de praktijk wordt gemaakt, zoals in Engeland, België en Frankrijk, het officiële internationale beleid is nog altijd dat alle drugs even schadelijk zijn en dus verboden moeten worden. Het is onhaalbaar om die scheiding van softdrugs en harddrugs in een akkoord te krijgen.''

Opmerkelijk is overigens dat bij de besprekingen in Dublin volgende week niet alleen de vijfentwintig Europese lidstaten zijn vertegenwoordigd, maar ook afgevaardigden van andere landen, waaronder de Verenigde Staten.

,,Het blijft vreemd dat Amerikaanse vertegenwoordigers bij interne EU-discussies aanwezig zijn'', zegt Gallà. ,,Wij Europeanen bemoeien ons ook niet met het interne Amerikaanse beleid. Maar het Ierse voorzitterschap heeft het blijkbaar zo gewild. Je loopt daarmee de kans dat nieuwe, kleinere EU-lidstaten niet vrijuit durven spreken als ze weten dat de Amerikaanse regering meeluistert. Het komt bij ons in Nederland regelmatig voor dat de Amerikanen via de ambassade hun mening geven over het Nederlandse drugsbeleid. Ze brengen hun eigen visie nogal assertief aan de man.''