IVF-succes verschilt sterk per kliniek

De resultaten van de Nederlandse IVF-klinieken lopen sterk uiteen. In de academische ziekenhuizen van Leiden en Utrecht is de kans op een zwangerschap na IVF (reageerbuisbevruchting) anderhalf keer zo groot als in het Academisch Ziekenhuis Groningen en de privé-kliniek van Medisch Centrum voor Geboorteregeling in Leiden. Dat blijkt uit de meest recente cijfers, over 2002, die de Nederlandse beroepsvereniging van gynaecologen NVOG heeft gepubliceerd.

De kans op een `doorgaande' zwangerschap is in Nederland 22,1 procent per gestarte IVF-cyclus. Zo'n cyclus begint met een hormoonbehandeling om meerdere eicellen te laten rijpen. Het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) biedt per IVF-poging 27 procent kans op zwangerschap. In Leeuwarden, een dependance van het Academisch Ziekenhuis Groningen, is die kans het laagst: 11 procent.

De NVOG wijt het verschil aan de patiëntenpopulaties. Sommige klinieken behandelen echtparen waarvan de vrouw ouder is dan 40 jaar, wat de succeskans flink verlaagt. Embryologen van de IVF-klinieken wijzen juist op technische verschillen in eicelwinning, embryoselectie, de broedstoofomstandigheden van het embryo en de techniek van terugplaatsen van het embryo in de baarmoeder. Onderzoek ernaar is moeilijk, omdat embryo's niet voor onderzoek mogen worden gebruikt.

De NVOG publiceert alleen de kans op zwangerschap per IVF-cyclus. Voor de gezondheid van de vierduizend IVF-kinderen die jaarlijks worden geboren is het ook belangrijk te weten hoeveel van die zwangerschappen een meerlingzwangerschap zijn. Twee- en drielingen hebben meer kans op ontwikkelingsachterstand. In het LUMC is 10 procent van de zwangerschappen een meerlingzwangerschap. Landelijk ligt het percentage boven de 20.

De bezuiniging op IVF van het kabinet leidt waarschijnlijk tot meer meerlingzwangerschappen en daarmee tot hogere maatschappelijke kosten. IVF-ouders krijgen alleen de tweede en derde behandeling vergoed. Dat verhoogt de druk om meer embryo's terug te plaatsen, omdat daarmee de kans op een zwangerschap stijgt.

KINDERKANS: pagina 41