India kan China's rol in economie overnemen

De afgelopen twintig jaar hebben beleggers terecht de voorkeur gegeven aan China boven India. Aan die vanzelfsprekende superioriteit kon wel eens snel een einde komen. De huidige verkiezingen in India en de pogingen van China om zijn oververhitte economie af te laten koelen, laten zien waarom. India heeft het economisch gezien helemaal niet slecht gedaan. Het bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking is sinds 1980 meer dan verdubbeld. Toch steekt dat magertjes af bij de resultaten van andere Aziatische landen. Het economisch systeem van India – een combinatie van een uit de jaren vijftig daterende, verlammende socialistische planeconomie en een verstikkende, corrupte overheidsbureaucratie – heeft het land parten gespeeld. Veel Indiërs zijn heel succesvolle zakenlieden gebleken, maar slechts weinigen hebben dat in India bereikt.

China heeft veel beter gepresteerd. Het bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking is sinds 1980 vervijfvoudigd, waardoor het gemiddelde inkomen in China nu tweemaal zo hoog ligt als in India. De communistische regering heeft de ideologie terzijde geschoven en de privésector ruim baan gegeven. Voor buitenlanders is het niet makkelijk geweest in China geld te verdienen, maar veel Chinezen, zowel uit China zelf als uit het buitenland, hebben bijzonder veel succes gehad.

De balans zou nu wel eens naar de andere kant kunnen doorslaan. Aan Indiase zijde is er sprake van een nieuwe politieke consensus dat economische groei politiek gezien `goed' is. Ironisch genoeg was het de religieuze BJP, de partij die nu in India aan de macht is, die als eerste het `Hindoe-groeicijfer' naar de prullenbak verwees. Maar welke coalitie er ook uit de huidige verkiezingen tevoorschijn komt, zij zal waarschijnlijk een stevige, op groei gerichte economische agenda hebben.

De inhaalrace zou wel eens razendsnel kunnen verlopen, waarbij India zelfs China voorbij zou kunnen streven. Vergeleken met het China van vijfentwintig jaar geleden heeft India vandaag de dag een beter opgeleide beroepsbevolking. De mondiale verschuiving in de richting van een diensteneconomie is zeer gunstig voor een land dat rijk is aan Engelssprekende arbeidskrachten.

In China nemen de risico's intussen toe. Op de korte termijn wordt de grootste bedreiging gevormd door de losgeslagen privésector, die veel te veel capaciteit in het leven heeft geroepen bij de productie van gebruiksgoederen. Het waarschijnlijke gevolg daarvan is een neergaande conjunctuurcyclus, als overtollige fabrieken moeten worden gesloten en beleggers geld en vertrouwen verliezen.

Maar er zijn ook bedreigingen op de langere termijn. De politieke uitdagingen, zoals de eisen voor verlichting van de armoede op het platteland en voor politieke en religieuze vrijheid, konden de autoritaire regering wel eens boven het hoofd groeien. De corruptie en het zwakke financiële bestel zullen moeilijk te genezen blijken. De plotselinge overgang van hoge naar lage geboortecijfers in de jaren zeventig is nu nog een voordeel, maar zal vermoedelijk binnen een paar jaar tot problemen leiden.

De hierboven geschetste ontwikkelingen hoeven niet per se plaats te vinden. China kan erin slagen de vaart erin te houden. De vele problemen van India kunnen het land verhinderen een grote sprong voorwaarts te maken. Toch zou de Indiase groei wel eens het economische succesverhaal van het komende decennium kunnen worden.