`Ik voel me dommer dan vroeger'

Twintig maanden was hij weg. Ontvoerd, verstopt in een hok vol termieten. Arjan Erkel, medewerker van Artsen zonder Grenzen, over rondrijden in een kofferbak, de Wonderen van Allah en de mannen die hem bewaakten. `Kwam zo'n mujahedeen mij eten brengen met een soort schort voor.'

De bitterballen, voor hem besteld bij een naburige kroeg. De politieman die verheugd vraagt: ,,Ben ik jouw wijkagent?'' De oude man die hem feliciteert met zijn vrijheid. ,,Ik dacht dat je hartstikke dood was.'' De fanfare, de brieven, de boeketten, de gratis kaarten voor Feyenoord, voor het Europese Kampioenschap in Portugal. Het kledingbedrijf dat hem een doos sweaters stuurde, blij dat hij hun merk draagt.

Al vreest hij ,,vooral bekende Nederlander te zijn omdat hij zo zielig is'', Arjan Erkel laat zich de aandacht graag aanleunen. ,,In het vliegtuig naar Moskou nam ik me al voor te genieten van mijn fifteen minutes of fame. Dat er zoveel volk was op die eerste persconferentie in Moskou, dat vond ik niet erg. Ik was eerder bang dat niemand me zou opwachten. Ik wist toen nog niet van de internetacties, de posters, de spotjes op tv en radio.''

Het is Koninginnedag, we zitten in de zon voor een volkskroeg aan de Spoorsingel. In zijn woonplaats Rotterdam, de eerste plek waar Arjan zich werkelijk veilig voelde na zijn vrijlating. Hij heeft zich voorgenomen een jaar van het leven te genieten na anderhalf jaar in een schemerwereld. Want zo ervoer hij de afgelopen twintig maanden in de Kaukasus: hij was niet dood, maar ook niet echt levend.

Arjan Erkel formuleert voorzichtig, oogt nog breekbaar. Hij drinkt Spa en cola, geen bier. ,,Ik moet scherp blijven.'' Zinnen komen er moeizaam uit, hij zoekt vaak lang naar het juiste woord, zegt soms zoiets als `dubbelstrijdige gevoelens'. ,,Ik voel me dommer dan vroeger'', zegt hij. ,,Dat komt door het gebrek aan externe impulsen, het is iets tijdelijks. Voorlopig heb ik de grootste moeite om kranten te lezen of televisie te kijken. Een gesprek lukt nog wel, maar achteraf kan ik niet op mijn harde schijf terugvinden wat ik precies heb gezegd.''

Het lijkt hem daarom niet verstandig om wild om zich heen slaan. ,,Dan neemt niemand je serieus. Ben je die zielige jongen die na twintig maanden eenzame opsluiting zijn recht wil halen.'' Hij hoorde van de conflicten tussen zijn ouders, Artsen zonder Grenzen en Buitenlandse Zaken over de tactiek. ,,Iedereen heeft achteraf zijn verhaal. Ik heb nog geen goed oordeel, ik ken de feiten niet.''

Vragen heeft hij wel. Waarom kostte het zo veel tijd om hem vrij te krijgen? ,,Dat was geen briljante prestatie.'' Waarom kwamen in gevangenschap opgenomen video's en andere levenstekens niet in de buitenwereld terecht? Waarom huurde AzG pas na ruim een jaar professionals in om te bemiddelen? En waarom denkt iedereen dat hij een spion is? ,,Zelfs hier in Nederland hoor ik dat. Heel frustrerend, je kan het tegendeel namelijk nooit bewijzen.''

Arjan Erkel voelt zich niet getraumatiseerd. Behalve op de dag van zijn ontvoering, 12 augustus 2002, werd hij niet mishandeld. Hij bouwde zelfs een goede band op met zijn `bewaarders', een groep van twaalf fanatieke moslimstrijders onder leiding van `de Generaal'. Zo goed, dat hij ze achteraf in bescherming nam. ,,De ochtend van mijn bevrijding kreeg ik een beetje ruzie met een Russische ondervrager. `Jij geeft ontwijkende antwoorden', vond hij. Dat was ook zo, ik wilde mijn bewakers niet dood hebben. Niet dat ik een Stockholm-syndroom ontwikkelde, ik deel hun idealen allerminst. Hooguit wil ik nu de koran lezen, om ze beter te begrijpen. Ik wierp ze wel eens tegen dat de Kaukasus niet de ideale plaats was voor een islamitisch kalifaat. De mensen zijn hier niet erg religieus, zei ik, ze drinken wodka, ze halen van alles uit in de sauna. Dan zeiden ze: ach, als wij in het dorp zijn, willen ze als moslim leven, als de Russen in het dorp zijn, willen ze Russen zijn. Meestal gaf ik ze gelijk, ik was niet echt in de positie om de kruisvaarder uit te hangen.''

Maar zowel hij als zijn bewakers zagen de zaak liefst snel opgelost: dat was een gezamenlijk doel. ,,Ze bewaakten me, dat was hun taak. Maar ze hadden vast iets beters te doen dan de hele ijskoude winter lang in een armoedig huisje zonder elektriciteit rond te hangen. Er groeide iets tussen ons. Ik grapte wel eens dat ze eerder serveersters dan strijders waren. Kwam zo'n mujahedeen mij eten brengen met een soort schort voor, zag hij mij sceptisch kijken, zo van: `ben je huisvrouw geworden soms?' Ging hij met zijn spierballen rollen, de macho uithangen. Toen ik zei dat ik al een jaar geen cola had gedronken, kwamen ze met een blikje. Op mijn tweede verjaardag in gevangenschap brachten ze snoepjes. Dat is op een bepaald niveau toch attent.''

Arjan had het slechter kunnen treffen, maar ook beter. ,,Ik heb gehoord van een Tsjetsjeense bende die een compleet ondergronds hotel had gebouwd voor hun gijzelaars. Met bibliotheek en satelliet-tv.'' Hij zat bij een middenmoter in de branche, zeg maar. Soms was hij bang. Als hij moest verhuizen. Als hij hoorde dat er Russische troepen in de buurt waren. ,,Bij een schietpartij zou ik als eerste sterven. Het waren wel criminelen, maar niet van het Nederlandse soort, dat eerst denkt aan zijn eigen hachje. Ze wilden graag shahid worden, martelaar voor het geloof.''

Die momenten van angst en stress vielen in het niet bij de eindeloze verveling, de groeiende apathie en wanhoop. ,,In het begin deed ik buikspieroefeningen, push-ups, daar kwam de klad in. Ik kreeg last van mijn darmen, at steeds minder. Mijn bewaarders zeiden: `wat ben je somber, waarom lach je nooit meer?' Ik voelde me als iemand die onschuldig in een dodencel zit. Je kent de datum van je executie niet, je vermoedt dat je misschien ook gratie kunt krijgen.''

Arjan Erkel was een ,,gematigd gelovig christen'', en dat is hij gebleven. ,,Ik ben helaas in mijn cel niet tot diepzinnige inzichten gekomen.'' Toch, toen hij op paasochtend in een sanatorium bij de Dagestaanse hoofdstad Machatsjkala voor het eerst in twintig maanden een bad nam en de zon zag opkomen boven de Kaspische Zee, was dat een symbolisch moment. ,,Bijna een religieuze ervaring. Pasen, wederopstanding.''

We beginnen bij het begin. Je bent vanaf april 2002 coördinator van Artsen zonder Grenzen in Dagestan. Op 6 augustus komt er een officiële waarschuwing: ontvoerders hebben het op buitenlandse hulpverleners gemunt.

,,Wij namen dat zeer serieus, drie weken tevoren was in Tsjetsjenië een hulpverleenster ontvoerd, Nina Davidovitsj. Na overleg hebben we alle buitenlanders van Artsen zonder Grenzen (AzG) teruggetrokken uit onze post bij Chasavjoert, bij de Tsjetsjeense grens. Twee gingen terug naar Moskou, ik vertrok naar Machatsjkala.''

Werd je toen al gevolgd?

,,Mijn ontvoerders schaduwden me een maand lang voordat ze toesloegen, dat konden ze ook bewijzen. Ze vertelden me dat de Russische geheime dienst FSB mij op het laatst ook volgde, dat twee FSB-agenten toekeken bij mijn ontvoering. Die dag, 12 augustus, reed ik naar Chasavjoert voor overleg. Mijn ontvoerders telden op de terugweg nog twee volgwagens. Een hele stoet dus, maar mij viel niets op.''

Is dat niet bizar? De kidnappers weten dat de Russische geheime dienst je schaduwt, toch zetten ze de ontvoering door. Je zou bijna denken dat ze toestemming hadden van de FSB.

,,Voor mij is dat ook een groot vraagteken. Ze gaven me geen verklaring.''

Dachten de ontvoerders dat je een spion was?

,,Ze wisten zeker dat ik een Nederlandse spion was. In de auto fouilleerden ze mij meteen op verborgen wapens en communicatieapparatuur. Soms probeerden ze mij uit de tent te lokken. Zei een bewaker dat de Nederlandse geheime dienst bekend stond als de beste ter wereld. `Leuk, voor het eerst dat ik zoiets hoor', antwoordde ik dan. Ach, dat spionageverhaal werd een running gag. De Generaal, de leider van mijn bewakers, geloofde volgens mij als enige dat ik geen spion was. Zijn baas lachte hem uit. `Geloof jij wat die Arjan zegt?' ''

Die verdenking hangt mogelijk samen met jouw ontmoeting met twee Amerikaanse militaire waarnemers die een vlootoefening in de Kaspische Zee observeerden. Dat was vlak voor je ontvoering.

,,Ik wist niet dat het militaire attachés waren, dacht dat ze belast waren met vluchtelingenzaken. Op 3 augustus 2002 kreeg ik een telefoontje van de humanitaire sectie van de Amerikaanse ambassade in Moskou. Of ik twee Amerikanen wegwijs wilde maken in Dagestan. Ik liet ze ophalen van het vliegveld, ging met ze uit dineren. Daar werd mij pas duidelijk dat het militairen waren, ze gaven me hun visitekaartjes en een soort speldje van het Pentagon. Ze wilden de volgende dag in Chasavjoert rondkijken, bij de Tsjetsjeense grens. Die avond besloot ik dat wij ze als humanitaire organisatie niet verder mochten helpen.''

Toch heb je de Amerikanen wel een auto ter beschikking gesteld.

,,Nee. Ik heb ze een taxi gesuggereerd, van een jongen die vroeger voor AzG werkte. Hij was nu werkloos, ik dacht: zo kan hij wat dollars bijverdienen.''

Hoe verliep de ontvoering?

,,Ik ging die avond naar het ouderlijk huis van Aminat (vriendin en tolk) in Spoetnik, een buitenwijk van Machatsjkala, om haar te vertellen dat ze de volgende morgen stand-by moest zijn. Dat was niet tegen de richtlijnen. Er was geen avondklok, volgens onze regels moesten we 's avonds met onze nachtchauffeurs rijden, en alleen in auto's van AzG. Ik at die avond met de familie, vertrok om een uur of half tien weer. De chauffeur zat in de auto te dommelen, wat naar muziek te luisteren.

,,De auto stond in een steegje, al na twee meter reed een witte auto die dwars over de weg ging staan ons klem. Ik zag drie of vier man met getrokken pistolen op ons afkomen. Ik dacht: `dat is voor mij', stapte uit en liep naar ze toe. De chauffeur riep nog zoiets als `sto takoje?' – wat is dit? Ik heb hem niet aangekeken, geen gedag gezegd. Het ging de ontvoerders kennelijk niet snel genoeg, ze ramden met pistoolkolven en een honkbalknuppel op mij in. Ze raakten mijn hoofd, ik viel op de grond, bloedde als een rund. Maar ik bleef bij bewustzijn.

,,Ik zat daarna op de achterbank, tussen vier man in, mijn hoofd tussen mijn knieën. Één pistool tegen mijn slaap, een ander in mijn ribben. Ik dacht steeds aan die scène in de film Pulp Fiction, waar John Travolta per ongeluk iemand door zijn hoofd schiet omdat hij de veiligheidspal van zijn pistool is vergeten. We reden naar het zuiden. Ze begonnen me gerust te stellen, het bloeden te stelpen, mijn hand te verzorgen – die had ik gekneusd. `Hou je rustig, dan gebeurt er niks. Maar doe niks geks, we hebben al veel bloed gezien, veel moorden gepleegd.' ''

,,De eerste nacht bracht ik met twee ontvoerders door in het open veld, daarna reden ze met mij verder de heuvels in en zetten ze op een beboste helling een tent op. Daar zaten we een week lang met z'n drieën, soms in de tent, soms buiten. Iemand bracht ons gegrilde kip, er was heel weinig water. Ik kon me niet wassen of tanden poetsen, als ik een grote behoefte moest doen, keek er altijd iemand toe. Ik zat steeds met mijn rug naar hen toe, ze wilden niet herkend worden. We praatten wat. Hoe rijk ik was, hoe rijk mijn ouders, hoe rijk Artsen zonder Grenzen. Ik moest hun adviseren over de hoogte van het losgeld! Ik zei: `Een miljoen dollar is het maximum, maar dat ben ik wel waard'.''

Is er losgeld betaald?

,,Geen idee, ik volg de officiële lijn dat er niets is betaald. Dat ze mij twintig maanden gratis kost en inwoning gaven. Die traditionele Kaukasische gastvrijheid, hè. Maar eerlijk gezegd: het lijkt me heel sterk dat er niets betaald is. Mijn bewaarders hebben in elk geval geen geld ontvangen, maar dat was hun taak ook niet.''

Wat gebeurde er na die week kamperen?

,,Ze zeiden dat ik naar een andere groep ging. Ik dacht: fijn, een douche en toilet. Ik werd geblinddoekt, moest in de voetenruimte van de achterbank liggen, mijn gezicht tegen de vloer. Onderweg stopten we, kwam een nieuwe man in de auto. Hij begon me te slaan. Het was geen sadisme, hij leek me eerder opgefokt. Ik zei achteraf tegen de anderen: `jullie behandelen mij met respect, dit viel me toch tegen van een Tsjetsjeen.' Zij vonden het ook laf.''

Je ontvoerders waren Tsjetsjenen?

,,Een deel sprak Tsjetsjeens, maar er waren zeker drie nationaliteiten. Één sprak een taal die niemand kende, hij communiceerde daarom alleen in het Russisch.

,,De leider van mijn nieuwe groep stelde zich voor als `de Generaal'. `Ga je eerst douchen, je stinkt een uur in de wind', zei hij. Een douche, dat betekent dat je boven een teil zit en wat water over je hoofd kan scheppen. Ze droegen allemaal camouflage- en bivakmutsen, de groep bestond in totaal uit twaalf man. Soms waren ze met zes man, soms met vier, ze werkten in ploegen. De bivakmutsen gingen nooit af.

,,De eerste week sliep ik met vier mujahedeen op één kamer, daarna kreeg ik mijn eigen kamertje. Het was een hokje van twee bij anderhalf, helemaal van hout en boordevol termieten. Er dwarrelde steeds houtpulp naar beneden. Er waren muizen, pissebedden, ik heb daar complete moordpartijen aangericht. Het was schemerig, licht kwam van een kaars of een olielamp. In die kamer woonde ik meer dan een jaar, tot oktober 2003.

,,De Generaal legde me de huisregels uit. Twee keer per dag mocht ik naar het toilet, 's ochtends en 's avonds. Er was een generator, die deed het meestal niet. Alleen de eerste maanden keken we soms televisie. Later mocht ik ook luchten, 's avonds. Het was zo'n Kaukasisch huis met een hoge muur erom heen, waarschijnlijk ergens aan de rand van een dorp. Ik kon buiten gewoon praten, niet schreeuwen.''

Had je enig idee waar je was?

,,Als ik vervoerd werd, kon ik nooit naar buiten kijken. Wel weet ik vrijwel zeker dat ik niet in het hooggebergte ben geweest, ik voelde geen haarspeldbochten.''

Je probeerde bewust contact met je bewakers te maken?

,,Persoonlijk contact is belangrijk, dat wist ik ook uit de richtlijnen. De tweede dag vroeg ik ze om mij kaal te scheren, uit oogpunt van hygiëne. Dat deed de Generaal zelf, dat was het eerste lichamelijk contact. Een enkele mujahedeen wilde niet praten met een kafir, een niet-moslim, maar met vijf van de twaalf kon ik zelfs prima opschieten.

,,Die eerste week heeft de Generaal veel tegen mij gepraat. `We hebben niks tegen jou, dit is puur zakelijk. We willen geld voor wapens om de oorlog tegen de Russen te winnen en ons Kaukasische kalifaatje op te richten. Vanuit mijn geloof is het mijn plicht jou correct te behandelen, maar er zijn twee redenen om je dood te schieten: als er een politie-inval is of als jij iets doms doet.'

,,Later vroeg ik: `wie schiet mij dan dood als het verkeerd loopt?' De Generaal zat aan de lange kant van de kamer, hij pakte zijn pistool en schoot in de muur, vlak boven het hoofd van een andere rebel. `Ik', zei hij. Ik schrok niet, vroeg hem mij dan in mijn voorhoofd te schieten, want dat deed het minste pijn. Dat vond hij wel stoer, dat ik niet schrok. Ik moest op een of andere manier hun respect winnen. Ik wist dat ontvoerders hun gijzelaars soms slaan of verkrachten uit minachting.

,,Er waren die eerste maanden goede momenten. Ik dacht toen nog: misschien duurt het drie weken, herinnerde me dat een gemiddelde ontvoering in de Kaukasus een half jaar duurt. De Generaal zelf zei dat ik binnen twee maanden vrij zou zijn. Er ontstond een sfeer van ouwe-jongens-krentenbrood. Ik kreeg de bijnaam `Baltimor', naar een Russisch ketchupmerk dat toen veel reclame op tv maakte. Zie je zo'n Kaukasisch gezin aan tafel, zegt de vader: `Heerlijk, wie hielp met koken?' Antwoord: `Dat was Baltimor, de meest welkome gast in huis.'

[vervolg opo pagina 34]

'Ik voel me dommer dan vroeger'

Ik zei: `jongens, ik ben Baltimor, de meest welkome gast, want ik ga jullie rijk maken.' Vanaf toen was ik dus Baltimor.

,,Op een avond vroegen ze me: `Zing eens een Nederlands liedje.' Ik kwam met Oerend Hard van Normaal. Zong de Generaal ook: `Oehoe-oehoerend hard'. We keken televisie toen de generator nog werkte. Ik heb de ontknoping van dat Nord Ost-gijzeldrama rond dat theater in Moskou gevolgd. Ze waren dol op Brigada, een Russische gangsterserie. Helemaal in hun straatje.''

Hoe kwam je in je cel de tijd door?

,,Ik kreeg eerst een boek, `Wonderen van Allah', waaruit bleek dat alle moderne vindingen al in de koran waren aangekondigd. En `Militaire Parade', een vakblad dat Russisch wapentuig aanprijst. Ze zeiden: `Jij als spion kent al dat spul toch wel?' Dan zei ik: `Natuurlijk, maar de spionnenschool is al zolang geleden, herhaling is de moeder der kennis.'

,,Later kreeg ik vijf Russische boeken, misdaadromans, en kwamen ze met een dambord en triktrak aanzetten. Ik speelde elke dag 21 keer triktrak tegen mezelf, dan was er in elk geval een winnaar. En ik las die boeken, hoofdstuk na hoofdstuk. Als ik opnieuw aan hetzelfde boek begon, maakte ik mijzelf wijs dat het een nieuw boek was. Soms kwam een bewaarder met me dammen, meestal verloor ik. `Ik ben een krijger, een strateeg', zei hij dan. Frappant hoe je de tijd met niets kan vullen. Ik sliep ook veel.

,,Later mocht ik mijn bewaarders helpen met koken, aardappels schillen. Dat was voor hen lastig, ze moesten dan hun bivakmutsen ophouden, elkaar niet bij hun naam noemen of informatie weggeven.''

Overwoog je ooit te ontsnappen?

,,Op een gegeven moment zat ik in de keuken, lag daar een pistool op tafel. Ik dacht: is dit een test? Zitten er kogels in? Ben ik in staat vier man dood te schieten? Wil ik dat eigenlijk? Ik had nog nooit een pistool in handen gehad. Enfin, ik heb ze dat pistool teruggegeven in de hoop dat ze meer vertrouwen in me kregen. Ze zeiden dat het een test was, later gaven ze toe dat het gewoon een blunder was.

,,Als ik vervoerd werd in een kofferbak, probeerde ik die wel open te frummelen. Maar ontsnappen? Ik weet niet of het lafheid, overlevingsdrang of logisch redeneren was, maar bij de groep van de Generaal voelde ik me veiliger. Wat als de hele streek bij mijn ontvoering betrokken was? En wat als ik in handen viel van de FSB? Iedereen dacht toch dat ik spion was?''

Had je enig idee hoe de onderhandelingen over je vrijlating verliepen? ,,Ik hoorde steeds nieuwe data voor mijn vrijlating die voorbij gingen zonder dat er iets gebeurde. Ik klampte me aan die data vast, je moest kunnen aftellen, een eindpunt in zicht hebben. Oktober, Kerstmis, Pasen ... De Generaal zei rond de eerste Kerstmis, in 2002: `Vrienden vertellen me nu dat het ook wel een jaar kan duren.'

,,Ik begon op de Generaal in te praten. Het is wel niet jouw taak, maar misschien moeten wij zelf iets ondernemen? In januari 2003 heb ik op zijn initiatief twee brieven geschreven, aan mijn ouders en aan Artsen zonder Grenzen. Mijn ouders bedankte ik dat ze mij het leven hadden gegeven, misschien was dit mijn laatste kans. Dat ze niemand moesten verwijten dat ik naar Dagestan was gegaan, dat het mijn eigen keus was. Dat ik niet werd mishandeld. De brieven waren in het Engels, dat konden de ontvoerders controleren. Al dachten sommigen dat ik er geheime codes in had verwerkt.

,,Op 26 februari namen ze foto's van mij, met een recente krant in mijn handen. Ik hoorde achteraf dat de foto's en brieven in maart bij Buitenlandse Zaken werden bezorgd.''

Werd je niet nerveus toen die deadlines steeds verstreken?

,,Na januari 2003 was de Generaal vaak weg, de informatiestroom naar mij droogde op. Je gaat je toch afvragen: doet Artsen zonder Grenzen het wel goed? In mei vertelden ze me dat het losgeld rond was, maar dat AzG tijd rekte, klaagde dat de vraagprijs te hoog was. In die maand namen we ook twee video's op, daarin was sprake van `het ultimatum van eind juni'. Dan denk je wel even aan die vier Britten wier hoofden in 1998 langs een weg werden gevonden omdat hun werkgever spelletjes speelde met het losgeld. Tsjetsjenen houden niet van spelletjes, afspraak is afspraak.

,,De geruchten bleven circuleren. AzG wilde niet betalen, was erop uit over mijn rug politieke winst te boeken en hun handen in onschuld te wassen als ik doodging. Je weet niet wat je moet geloven. AzG en Buitenlandse Zaken vertellen me nu: er lag nooit een eis. Er was in elk geval iets goed fout in de communicatie. Dat vertelden mijn bewakers ook.

,,In juli 2003 was er opnieuw vals alarm. Kwam de Generaal terug en vroeg me: `Wat is je schoenmaat, wat je boordmaat?' Je komt vrij, ik wil je netjes afleveren. Op 17 augustus moest ik me scheren en mijn kleren wassen. De Generaal zei weer dat hij reuze blij voor me was, ik was vrij. `Je bent een echte ster, Arjan. De hele wereld kent jouw naam, het Europarlement zet Poetin onder druk om jou.' Maar weer niks. Ik begon echt heel erg te balen.''

Je verhuisde voor het eerst in oktober 2003. In die maand onthulde de krant Novoja Gazeta de identiteit van je vermeende ontvoerder. In deze krant werd hij geïdentificeerd als de Dagestaanse parlementariër Kazimagomed Magomedov.

,,Dat werkte dan niet in mijn nadeel, want mijn nieuwe kamer was wel vijf bij negen meter. Er was elektriciteit, een toilet, een stoel, tien liter schoon water, een tv met videorecorder en muziek. Met een stuk kabel en een nagelschaartje improviseerde ik een antenne, ik kon zo zelfs de Russische staatszender RTR ontvangen. Een paradijsje! Daar had ik het eigenlijk goed naar mijn zin.

,,Nu was het verhaal dat ik eind november zou vrijkomen. Op een video heb ik nog twee vragen beantwoord, die vermoedelijk van AzG kwamen. `Wie was het hoofd medische staf toen je in Tadzjikistan werkte?' De bewakers vertelden mij dat die video voor tienduizend dollar aan iemand van AzG in Grozny was verkocht, maar kennelijk is hij nooit aangekomen. Twee vragen die ik in een eerdere video, in juni, had beantwoord, zijn wel overgekomen.''

In december was iedereen er zeker van dat jij voor de kerst vrij zou komen. Valentin Velitsjko, het hoofd van de vereniging van KGB-veteranen die AzG in oktober in dienst nam om jou te bevrijden, vertelde ons dat zijn mannen op 11 december klaar stonden voor een bestorming. Ze vroegen de Nederlandse ambassadeur Tiddo Hofstee om toestemming, maar die weigerde omdat ze niet konden garanderen dat jij het zou overleven.

,,Frappant. Op 11 december bracht de Generaal mij naar een nieuw adres, dicht bij een punt waar hij me zou overdragen. Het was een extreem gevaarlijk moment, zei hij, eerder voor hemzelf dan voor mij. Ik kwam toen in een soort kruipruimte onder een huis terecht. Hooguit voor twee of drie dagen, was de belofte. Het werd twee weken. En weer gebeurde er niks.

,,Rond die tijd werd de Generaal ook ongeduldig, hij twijfelde of zijn mensen hem wel goed op de hoogte hielden. Toen hebben we samen nog een video geschoten, gericht aan mijn ouders. Die hadden als enige geen belang, buiten mijn vrijlating dan. Ik vroeg gewoon losgeld te betalen, vijf miljoen euro. Best veel, vond ik. Dat ze de FSB en politie erbuiten moesten houden, want die hadden er geen belang bij als er losgeld werd betaald. Of wilden dat misschien liever voor zichzelf houden. Ook die video is nooit aangekomen, de Generaal vertelde mij dat hij hem van zijn baas niet mocht versturen.

,,Daarna volgden er meer verhuizingen, iedereen raakte nerveus. De irritaties groeiden, ik baalde als ik op mijn kamertje moest blijven terwijl zij televisie keken. Ten slotte keerde ik terug op mijn oude kamertje, met de termieten en de pissebedden.''

Hoe verliep de bevrijding?

,,Eenmaal terug in mijn oude kamer, zeiden ze: nog twee, drie weken. Het wordt eind maart of 1 april. Ik vroeg ze: vieren jullie dan ook 1 april? Op vrijdag 9 april vroegen ze me om elf uur 's avonds om mee te komen. Normaliter mocht ik wat spulletjes meenemen, ditmaal niet. Alleen het Adidas-trainingspak dat ik toen droeg. Ik dacht: `Dit gaat verkeerd, dit is het einde'. We reden urenlang rond, ik in de kofferbak. Toen zeiden ze: `We wilden je droppen, maar het is mislukt. Morgen proberen we het weer.'

,,De volgende nacht ging ik weer geblinddoekt in de kofferbak. De Generaal was erbij. Hij zei: `Arjan, het ga je goed. Misschien vermoorden ze ons straks allemaal, dan zijn er geen getuigen.' Ik wenste ze een goed leven toe, en dat ze, als ze stierven, als sjaheed mochten sterven. Na een tijdje stopten we. De Generaal zei: `Ik draag je nu over, ik heb de nieuwe groep gevraagd je correct te behandelen. Wees niet beledigd, je krijgt een ruime kofferbak.'

We reden nog een uurtje, ik stapte uit, nog steeds met blinddoek om. Twee, drie trappen op, toen mocht ik kijken. Weer een nieuwe kamer, dacht ik. Maar ik zag gezichten voor me, geen bivakmutsen. Dat klopte niet. Griezelige tronies overigens, lieden die je liever niet in een donker steegje tegenkomt. De kamer leek op een politiekantoor: een computer, roosters aan de muur. Ik was op het hoofdbureau van de FSB in Machatsjkala. `Gefeliciteerd met je bevrijding', zeiden ze.''

Vreemd dat de FSB je in een kofferbak vervoerde. En waar waren de KGB-veteranen? Zij hebben mij verteld dat je nogal stevig ondervraagd werd toen ze binnenkwamen. `Arjan dacht waarschijnlijk dat hij aan een nieuwe bandietenbende was verkocht', zeiden ze.

,,Ik was op dat moment allerminst zeker of ik echt vrij was. De eerste KGB-veteraan kwam pas na anderhalf uur binnenlopen, tot op dat moment waren er alleen FSB-agenten om me heen. De exacte rol van de veteranen is mij een raadsel.

,,De FSB'ers ondervroegen me, maar niet al te fanatiek. `Hoe heet je, wie zijn je ontvoerders? We horen geruchten dat je een westerse spion bent.' `Ja, die geruchten hoor ik ook', antwoordde ik. Pas toen ik mocht bellen met ambassadeur Hofstee, begon ik te geloven dat ik vrij was. Toch bleef ik bang. Dat een scherpschutter me alsnog zou vermoorden omdat ik te veel wist. Dat ze mijn vliegtuig zouden opblazen. Pas terug in Rotterdam voelde ik me veilig.''

Het blijft een vreemde zaak. Video's die jij en je bewakers op eigen initiatief opnemen, die niet aankomen.

,,Er zijn heel veel dingen die ik wil uitzoeken. Lag de fout bij AzG of Buitenlandse Zaken, of wilden mijn ontvoerders geen contact maken? Maar op dit moment ben ik daar nog helemaal niet aan toe.''

Ik heette Baltimor, naar Russische ketchup

Vluchten? Bij de Generaal was ik veiliger

Wees niet boos, je krijgt een ruime kofferbak

Wat is

je boord- maat,

je komt vrij