Het meetbare geweten

Psychopaten zijn gewetenloze, onverbeterlijke misdadigers. Vroeger mochten ze niet zo worden genoemd, maar dat is aan het veranderen. Zijn Goran M. en Ferdi O., die vorig jaar de Nijmeegse scholiere Maja Bradaric vermoordden, psychopaat? Net als Marc Dutroux?

Dat feestje op vrijdagavond, dat vond de vader van Nina vreemd. En niet pas achteraf toen een van de meisjes die daar waren, de Bosnische Maja Bradaric, vermoord was. De vader van Nina vond het meteen al raar dat Goran M., de vriend van zijn dochter, zo graag bij hem thuis een feestje voor Nina's vijftiende verjaardag wilde geven. Nina had zelf al een feestje gegeven, de week ervoor, bij haar thuis. Waarom moest het nog een keer?

De vader van Nina zegt dat hij en zijn vrouw aan hun dochter vroegen wie er dan op dat feestje zouden komen en wie er betaalde. Nina zei dat het feestje een cadeautje voor haar was. Goran bedoelde het goed, wat was er nou verkeerd aan? Op vrijdagavond 14 november 2003, drie dagen voor de moord, bracht de moeder van Nina haar dochter en haar vriendin Maja Bradaric naar Goran M., aan de andere kant van Nijmegen. Het viel haar op, zei ze later tegen de politie, dat in zijn huis ,,niets op een feestje duidde''. Ze vond Nina ,,erg stil'' toen ze de meisjes 's nachts weer ophaalde. De ouders van Nina hadden die avond voor het eerst sinds zij met Goran M. ging het gevoel dat er iets niet in orde was.

Achteraf, toen Goran M. en zijn vrienden gearresteerd waren, op vrijdag 21 november 2003, kreeg dat gevoel een heel andere betekenis. Maar op de avond zelf, en ook de dagen erna, wisten de ouders van Nina niet wat ze ermee aan moesten. ,,Stel dat Nina naar ons was toegekomen'', zegt de vader van Nina. ,,Dat ze had gezegd: Goran wil Maja vermoorden. Wat hadden wij dan gedaan? Waren we naar de politie gegaan? Had die ons serieus genomen?'' Goran M. en zijn vrienden, begreep hij later, hadden op dat feestje alleen maar gepraat over hoe je iemand kunt afmaken.

De ouders van Nina – de moeder is psycholoog, de vader werkt bij een instituut voor training en advies – vonden Goran M., Bosniër, een normale jongen. Hij ging naar school, een praktijkopleiding voor elektrotechnicus, en hij werkte. Ze vonden dat Nina de laatste maanden wel vaak zat te bellen en te chatten. Nina deed ook minder goed haar best op school – 3vwo. Maar dat kwam misschien doordat haar moeder ernstig ziek was. Verder was Nina niet anders dan ze haar kenden. Zachtaardig, gevoelig, gesloten. Wie had kunnen denken dat Goran M. écht van plan was om Maja te vermoorden, en dat hij hun dochter daarin zou betrekken? Wie verwacht dat drie jongens – één van 16, twee van 18 – in staat zijn om een meisje dat ze goed kennen te wurgen en in brand te steken?

De vader van Nina wil het gedrag van zijn dochter niet goedpraten. Hij is nog steeds boos op haar omdat ze na de moord haar mond hield en op dinsdag nog meedeed aan de zoektocht naar Maja. Nina zei later tegen de politie dat ze op maandagavond 17 november al wist dat Maja dood was. Maar hij heeft ook met zijn dochter te doen. Hoe langer hij nadenkt over wat er gebeurd is, hoe meer hij begrijpt dat zijn dochter doodsbang voor Goran M. moet zijn geweest. Goran M. zei ook tegen de politie: ,,De gesprekken over het vermoorden van Maja, die ik met Nina en Ferdi kon voeren, gaven mij een goed gevoel. Ik kon de gevolgen van de moord op Maja goed overzien en bedenken.'' Hij vond dat ,,leuk en spannend''.

De vader van Nina noemt Goran M. ,,born to kill''. Tegen de politie zei Goran M. dat hij zich vanaf zijn jeugd vaak had afgevraagd hoe het zou zijn om een moord te plegen. ,,Sommige kinderen groeien op met een bal en die dromen dat ze voetballer worden. Kinderen die met hun zevende of achtste jaar al een geweer uit elkaar halen, weer in elkaar zetten en ermee schieten, die denken er toch anders over? Niet dan?'' Later zei hij dat hij een ,,geheim'' motief had, waarover hij alleen met zijn ouders kon praten.

De advocaat van Nina, Claudine Hermesdorff, denkt dat Goran M. een gewetenloze, onverbeterlijke misdadiger is. Zij zegt dat Goran M. daardoor zo'n krachtige invloed heeft, dat de mensen om hem heen zich niet tegen hem durven te verzetten. En zeker niet een meisje van net vijftien, dat er wel ouder uitziet en een ,,stevige, zelfverzekerde indruk'' maakt, maar toch nog heel jong is, en volgens haar vader ook altijd nogal angstig is geweest. ,,Ze erkent dat niet'', zegt haar vader. ,,Maar ze laat zich er wel door bepalen.'' Zijn dochter durfde er volgens hem niet eens aan te dénken om Goran M. te verraden, zeker niet na de moord. ,,Daarvoor kon ze nog denken dat hij dat nooit echt zou doen. Maar toen wist ze dat hij er toe in staat was.'' De vader van Nina vindt dat mensen die over haar oordelen daar rekening mee moeten houden. Nina wordt vervolgd wegens `verwijtbare voorkennis'.

Psychopaat

De advocaat van Ferdi O., Jan Boone, zegt dat Goran M. een psychopaat is. Hij noemt hem een ,,kernpsychopaat die alles en iedereen om hem heen zijn wil oplegt en meesleept in zijn gekte''. Ferdi O., Turk – hij volgde net als Goran M. de praktijkopleiding voor elektrotechnicus – regelde dat hij op de avond van de moord de auto van zijn moeder kon lenen. Hij legde er het touw in waarmee Maja Bradaric gewurgd zou worden. Hij kocht de jerrycan voor de benzine waarmee Maja in brand zou worden gestoken. Dat bekende hij tegenover de politie. Hij bekende ook dat hij achter het stuur zat toen Goran M. en hij op maandag 17 november hun vriend Goran P. van huis gingen halen en daarna Maja. Hij had de neus en de keel van Maja dichtgeknepen toen Goran M. na een halfuur lamme armen had gekregen – het wurgen duurde veel langer dan ze hadden verwacht. Hij had daarna meegeholpen om het lichaam van Maja uit de auto te slepen en te verbranden, in de polder bij Bemmel, vlak buiten Nijmegen. Maar Ferdi O. deed dat, zegt Jan Boone, omdat hij niet anders durfde. Hij zegt: ,,Eerst dacht ik dat Ferdi misschien ook een psychopaat was. Maar toen ik met hem sprak, zag ik een doodsbang kind. Veel te jong voor zijn leeftijd. Niet al te intelligent. Hij kon absoluut niet tegen Goran op.'' Ferdi O. heeft een IQ van 91.

Ferdi O. en Goran M. zijn de afgelopen maanden onderzocht in het Pieter Baan Centrum, de forensisch-psychiatrische observatiekliniek in Utrecht. Daar wordt gewerkt met de DSM-IV, de diagnostic and statistical manual of mental disorders, het in de psychiatrie gangbare classificatiestelsel van de American Psychiatric Association. Stoornissen worden daarin geclassificeerd in `toestandsbeelden' als depressie, angst, psychose, en in `persoonlijkheidsstoornissen' als afhankelijkheid, narcisme en antisociaal gedrag. Psychopathie staat er niet bij, deels doordat de leden van de American Psychiatric Association het zo hebben afgesproken, en deels doordat psychopathie de hele persoon beschrijft, niet de kenmerken van het gedrag. Het Pieter Baan Centrum geeft geen beschrijving van de persoon. Er wordt alleen bepaald hoe toerekeningsvatbaar iemand was op het moment van het delict, en hoe groot de kans op herhaling is.

In hun rapport, dat eergisteren naar de advocaten van Goran M. en Ferdi O. is gestuurd, schrijven de onderzoekers van het Pieter Baan Centrum dat Goran M. door de oorlog in Bosnië beschadigd is geraakt en daardoor ,,verminderd toerekeningsvatbaar'' was toen hij de moord pleegde. Ze adviseren de rechter Goran M. tbs met dwangverpleging op te leggen. Volgens zijn advocaat, Maurice Stassen, staat er in het rapport niet dat Goran M. anderen graag zijn wil oplegt. Er staat wel dat Goran M. tijdens spelletjes in het Pieter Baan Centrum de leiding nam. ,,Maar het kwam ook voor dat hij nergens zin in had.'' De onderzoekers schrijven dat Goran M. tijdens de moord niet werd ,,gehinderd'' door zijn geweten, en dat er ná de moord sprake is van ,,een gebrekkige gewetensfunctie''. Ferdi O. wordt door de onderzoekers ,,volledig toerekeningsvatbaar'' genoemd. Volgens het Pieter Baan Centrum had hij zelf besloten om aan de moord mee te doen, van beïnvloeding was geen sprake. De onderzoekers noemen hem een ,,vriendelijke jongen'', zegt Jan Boone, de advocaat van Ferdi O. Jan Boone: ,,Ik zou het zelf toch echt niet vriendelijk willen noemen wat hij heeft gedaan. Zó ver gaat mijn verdediging niet.'' De onderzoekers schrijven volgens Jan Boone ,,wel twintig keer'' dat zijn cliënt niet bang is geweest voor Goran M. ,,En zelf zegt mijn cliënt in hun rapport dertig keer dat hij wél bang was.''

David Moszkowicz, de advocaat van de derde verdachte, Goran P., zegt dat zijn cliënt ook bang was voor Goran M. Hij vindt dat Goran P. vrij is van iedere schuld omdat hij niets heeft gedaan. Hij zat ,,verstijfd van angst'' op de achterbank toen Maja Bradaric werd vermoord.

Boone denkt dat het Pieter Baan Centrum misdadigers – in dit geval Goran M. – geen psychopaat wíl noemen. ,,Een psychopaat is niet meer te behandelen.'' Hij vindt dat de onderzoekers daar nog ,,leven in de tijd van Jan Foudraine''. Dat was de auteur van `Wie is van hout', in de jaren zeventig een bestseller. De boodschap luidde – in de samenvatting van Jan Boone – dat de mens goed was, en zo niet, dan kwam het door de omstandigheden: moeilijke jeugd, verkeerde opvoeding. Aan de gevolgen daarvan viel door behandeling altijd wat te doen. ,,Aandoenlijk'', zegt Jan Boone. Hij vindt dat Goran M. moet worden onderzocht aan de hand van de PCL-R, de psychopathology checklist – revised, van de Canadese psycholoog Robert Hare. Die checklist wordt in Nederland bijvoorbeeld gebruikt door de onderzoekers van de Henri van der Hoeven Kliniek, een forensisch-psychiatrisch ziekenhuis. Jan Boone moet en zal aantonen dat Goran M. een psychopaat is. Hij zal in de rechtszaak tegen Goran M., Ferdi O. en de derde verdachte Goran P., die woensdag wordt voortgezet, betogen dat zijn cliënt zo onder invloed was van Goran M. dat hij ,,zijn wil niet meer zelf kon bepalen'' en alleen uit angst meedeed. Hij zal zeggen dat zijn cliënt handelde door `psychische overmacht' en óók een slachtoffer is van Goran M. ,,De reden dat ik deze zaak doe'', zegt hij, ,,is dat ik heb ontdekt dat psychopaten nu mogen bestaan in de forensische psychiatrie. Dat móét gevolgen hebben voor de jurisprudentie.''

De checklist van Robert Hare werd hier geïntroduceerd door Corine de Ruiter, bijzonder hoogleraar forensische psychologie aan de Universiteit van Amsterdam. Corine de Ruiter werkt ook bij het Trimbos Instituut in Utrecht, een `kenniscentrum' voor de bevordering van de geestelijke gezondheid. Jan Boone is van plan om haar te vragen om een contra-expertise van Ferdi O. en Goran M. Corine de Ruiter werkte nog in de Van der Hoeven Kliniek toen ze het onderzoek van Robert Hare leerde kennen. De directeur had haar gevraagd uit te zoeken wat het effect was van de behandeling van tbs'ers. Het was midden jaren negentig, er was twijfel ontstaan over de behandelbaarheid van misdadigers. Door het onderzoek van Robert Hare leerde Corine de Ruiter dat psychopaten bijna altijd recidiveren en dat gangbare behandelingen nooit tot verbetering leiden. Integendeel: na behandeling recidiveren psychopaten vaak sneller en handiger.

Charme

In Nederland was de diagnose psychopaat ,,taboedoorbrekend'', zegt Corine de Ruiter. Niks slechte jeugd, niks heropvoeden en nieuwe kansen. Gewoon: dit is een door en door slecht mens. ,,Uit het buitenland'', zegt Corine de Ruiter, ,,kwam steeds meer bewijs dat het concept psychopathie een belangrijke voorspeller is van recidive, vooral van geweld en seksueel geweld.'' Het werd interessant om bij misdadigers vast te stellen óf ze psychopaat zijn. Daarvoor ontwikkelde Robert Hare die checklist.

Een van Robert Hare's boeken is ook in het Nederlands vertaald, het heet `Gewetenloos'. ,,Psychopaten'', schrijft Robert Hare, ,,zijn roofzuchtige egoïsten die zich met charme, manipulaties en zonder mededogen, en met achterlating van een breed spoor van gebroken harten, gefrustreerde verwachtingen en geplunderde bankrekeningen een weg door het leven banen. Volkomen gewetenloos en zonder enig gevoel voor anderen nemen zij wat hun belieft en overtreden zonder het minste schuldbesef of berouw maatschappelijke normen en verwachtingen.'' Zo schrijft Robert Hare niet alleen, zo praat hij ook. Eind maart was hij in Nederland voor een door GGZ-Drenthe georganiseerde workshop aan psychiaters en psychologen, en die sprak hij uren achter elkaar ononderbroken toe over scores en scales, en de grote gevaren voor de maatschappij als de psychopaten onder ons – ,,meer dan u denkt'' – niet tijdig worden ontdekt.

In zijn boek noemt Robert Hare deze symptomen van psychopathie: glad, oppervlakkig, egocentrisch, opgeblazen gevoel van eigenwaarde, ontbreken van berouw of schuldgevoel, gebrek aan empathie, leugenachtig, manipulatief, oppervlakkige emoties, impulsief, gebrekkige gedragsregulering, behoefte aan opwinding, gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel, antisociaal gedrag. Met de checklist kunnen mensen op al deze symptomen worden onderzocht. Hun verleden wordt bestudeerd, er wordt met de familie gepraat en met henzelf, er worden testen afgenomen. Voor elk symptoom kunnen punten worden gescoord en wie er op een schaal van veertig meer dan dertig heeft, is volgens Hare een psychopaat.

Corine de Ruiter waardeert de methode omdat die ,,goed wetenschappelijk onderbouwd'' is en duidelijke resultaten geeft. Het is geen analytische interpretatie van onderzoekers over de persoon die onderzocht is, zoals de rapporten van het Pieter Baan Centrum. Het is een uitslag. En daarmee, zegt Corine de Ruiter, kunnen recidivekansen en toerekenbaarheid beter worden beoordeeld. (Psychopaten zijn toerekeningsvatbaar, want ze weten wat ze doen en weten wat de gevolgen van hun daden zijn). Door zo'n duidelijke uitslag, zegt Corine de Ruiter ook, kan er een overtuigender beroep worden gedaan op psychische overmacht.

Merel in een kooitje

Geert-Jan Knoops, advocaat en hoogleraar strafrecht aan de Universiteit Utrecht, promoveerde zes jaar geleden op een onderzoek naar `psychische overmacht en rechtsvinding'. In zijn boek laat hij zien hoe rechters vroeger een beroep op psychische overmacht nooit honoreerden, maar vanaf 1913 af en toe wel, en vanaf de jaren negentig vaker. In 1913 ontsloeg de rechtbank van Rotterdam een man op grond van overmacht van rechtsvervolging. Hij had de merel van zijn buurman gedood. Die merel hing buiten in een kooitje en floot de hele dag zo hard dat de vrouw van de man er niet van kon slapen. De vrouw was doodziek en had veel rust nodig. De buurman weigerde het kooitje ergens anders op te hangen, waarop de man de merel met loog overgoot.

Psychische overmacht omschrijft Geert-Jan Knoops als een ,,van buiten komende kracht, dwang of drang waartegen weerstand bieden redelijkerwijs niet mogelijk is''. Dat zou dus in de redenering van Jan Boone de kracht, dwang of drang kunnen zijn die een psychopaat uitoefent op zijn omgeving. Volgens Geert-Jan Knoops wordt de aandacht van juristen voor psychische overmacht de laatste jaren groter doordat er door de ontwikkeling van de neurobiologie een ander mensbeeld aan het ontstaan is. Nurture, nature. Knoops gebruikt die woorden niet, maar ze vatten wel samen wat het verschil is tussen het mensbeeld dat in de jaren zeventig overheerste en het mensbeeld dat nu overheerst. Toen waren mensen het product van hun omgeving en hun opvoeding, nu vooral het product van hun genetische aanleg en de werking van hun hersenen. In dat mensbeeld is minder plaats voor een vrije wil, en meer plaats voor bijvoorbeeld een beroep op overmacht. Geert-Jan Knoops stelde vast dat de Hoge Raad, de hoogste rechtsvormende instantie in Nederland, een ,,ruimere opvatting'' heeft gekregen over psychische overmacht. Knoops vindt dat een ,,goede zaak''. Hij schrijft dat ,,de strafrechter binnen de grenzen van het redelijke rekening dient te houden met de wilsvrijheid van de mens''.

Maar zo denkt niet iedereen erover. Antoine Mooij, filosoof, hoogleraar forensische psychiatrie aan de Universiteit Utrecht en tot voor kort verbonden aan het Pieter Baan Centrum, heeft net een boek geschreven, het heet `Toerekeningsvatbaarheid, over handelingsvrijheid'. Volgens Mooij zien de evolutionaire psychologie, de gedragsgenetica en de biologische psychiatrie de mens als ,,een verlengstuk van de natuur'', waarvan het bewustzijn als een biologisch verschijnsel wordt gezien, zoiets als stofwisseling of galproductie. Gedrag en handelen van mensen zijn in dat model ,,in hoge mate gedetermineerd''. Antoine Mooij plaatst er het ,,klassieke mensbeeld van alle tijden'' tegenover, waarin plaats is voor wilsvrijheid en handelingsvrijheid.

Een checklist zoals die van Robert Hare past in dat naturalistische mensbeeld, waarin genetische aanleg en de werking van de hersenen domineren. Volgens Antoine Mooij laten natuurkundige verschijnselen zich zo wel analyseren, maar mensen met hun gevoelens en hun intenties niet. Die gevoelens en intenties, zegt hij, moeten ook geïnterpreteerd worden. En daarom moeten ze ook op een andere manier worden onderzocht. Niet alleen door gestandaardiseerde testen, maar ook door op het individu gerichte gesprekken en observaties, zoals het Pieter Baan Centrum doet. Het resultaat daarvan kan lijken op het resultaat van een onderzoek met een checklist. Iemand die volgens de DSM-IV een sterke narcistische en antisociale persoonlijkheidsstoornis heeft, kan ook een psychopaat worden genoemd. (,,Een psychopaat is niks nieuws'', zegt Mooij.) Maar het Pieter Baan Centrum stelt geen diagnoses alleen op basis van checklists. Antoine Mooij: ,,Die kunnen schijnzekerheid geven.''

Hoe denkt Antoine Mooij over de invloed die door één mens op andere mensen kan worden uitgeoefend?

Mooij: ,,Beïnvloedbaarheid van mensen is een gegeven. Mensen laten zich van alles aanpraten. Je kunt van ze eisen om zich te verzetten.''

En als de invloed extreem sterk is?

,,Dat is aan de rechter om te beoordelen, niet aan de psychiater. De rechter beoordeelt of de invloed in redelijkheid en billijkheid als te sterk kan worden beschouwd.''

Groepsleidster

Jan Boone heeft zich fel verzet tegen de opname van Ferdi O. in het Pieter Baan Centrum. Hij vond Ferdi O. te jong en vooral veel te bang om daar te worden geobserveerd. Ferdi O. kwam er bovendien in contact met Goran M., ook al was hem beloofd dat dat niet zou gebeuren. ,,Schandelijk!'', zegt Jan Boone.Hij leest voor uit de brief die hij naar de rechter-commissaris in Arnhem stuurde. Ferdi O. was Goran M. al drie keer tegengekomen, Goran M. had hem bedreigd: Ferdi O. moest al zijn verklaringen terugtrekken, anders zou Goran M. ervoor zorgen dat Ferdi O. als de hoofddader werd gezien. Groepsleidster Cindy, die de twee jongens samen gezien had, zei dat Ferdi O. niet bang was geweest. ,,Groepsleidster Cindy!'', zegt Jan Boone. ,,Hoezo groepsleidster Cindy? Is die gekwalificeerd om zoiets vast te stellen? Mijn cliënt was doodsbang!''

Ferdi O. werd acht dagen na de moord ook al onderzocht door de forensisch-psychiatrische dienst van het ministerie van Justitie. Hij zei toen dat Goran M. op de avond van de moord steeds tegen hem geschreeuwd had en hem had uitgescholden. Hij zei ook dat ,,twee beelden'' van die avond steeds weer bij hem naar boven komen: ,,De blik in Goran M.'s ogen als hij met volle kracht de keel van Maja dichtperst en de aanblik van de dode Maja voordat ze wordt aangestoken.'' De psychiaters vinden Ferdi O ,,emotioneel vlak formulerend''. Ze noteren dat hij, toen ze hem vroegen of hij spijt had, niet verder kwam dan ,,ik heb spijt dat ik tegen zoiets doms geen `nee' heb kunnen zeggen''. Ze vinden hem ,,mat'', maar sluiten niet uit dat hij zo doet om ,,massale gevoelens van angst, woede en verdriet tijdens en na het delict te onderdrukken''.

Maurice Stassen, de advocaat van Goran M., denkt niet dat Goran M. ,,de kwade genius'' achter de moord op Maja Bradaric is. ,,Eerst leek het daar wel op'', zegt hij. ,,Hij nam alle schuld op zich. Maar later is dat tot normale proporties teruggedraaid.''